Luchtmacht Irak laat zich niet zien, gevaar blijft

ROTTERDAM, 22 jan. - Waar is de luchtmacht van Irak? In elk geval niet waar vliegtuigen tijdens een oorlog behoren te zijn: in de lucht. Een van de opvallendste elementen van de oorlog tegen Saddam Hussein is de afwezigheid van de grote Iraakse luchtvloot in die strijd.

De geheimhouding van de internationale strijdmacht in de Golf over de resultaten van het nu zes dagen durende luchtoffensief maakt het lastig een juiste indruk te krijgen van de schade die aan de Iraakse luchtmacht is toegebracht. Het uitschakelen van de ruim 500 Iraakse gevechtsvliegtuigen is al voor het begin van de oorlog door Amerikaanse militaire bevelhebbers als een van de hoogste prioriteiten genoemd.

Na het geslaagde begin van het geallieerde luchtoffensief en de euforie over de eerste resultaten van de nieuwe laser- en televisie-gestuurde 'slimme wapens', werd snel de indruk gewekt dat de Iraakse luchtmacht grotendeels op de grond was uitgeschakeld.

Nu, na bijna 10.000 sorties (een gevechtsvlucht van een vliegtuig is een sortie) blijkt dat in het geheel niet het geval te zijn. Ondanks hevige bombardementen van startbanen blijken zelfs veel Iraakse vliegbases nog in gebruik te zijn. Woordvoerders in Washington, Londen en Riad onderstrepen dat de internationale luchtmacht weliswaar overwicht (air superiority) heeft boven Irak, maar dat er nog geen sprake is van totale macht (air supremacy). Wat zich onder deze militaire semantiek verschuilt is het gegeven dat men de Iraakse luchtmacht weliswaar in bedwang heeft (bottled-up), maar niet vliegtuig voor vliegtuig heeft vernietigd. De geallieerde vliegtuigen hebben het luchtruim boven Irak en dus ook boven het bezette Koeweit nog niet geheel voor zichzelf. In totaal is slechts een dertigtal Iraakse toestellen vernield en niet zeker is of daar de 17 Iraakse jagers bij zijn die bij luchtgevechten door Amerikanen zijn uitgeschakeld.

Irak heeft in de lucht opvallend weinig weerstand geboden tegen de aanhoudende bombardementen, zelfs als men rekening houdt met de kennelijk geslaagde Amerikaanse taktiek van 'Suppression of Enemy Air Defences' (SEAD), waarbij een combinatie van vliegende stoorzenders en toestellen die radarstations uitschakelen de Iraakse gevechtsleiding blind maakt.

Naast de nieuwe Russische MiG-29 beschikt Irak over weinig interceptors die 's nachts of bij slecht weer zonder radarinstructies vanaf de grond de laag vliegende jachtbommenwerpers kunnen onderscheppen. Bovendien blijkt dat de aanvalsvliegtuigen tijdens hun missies geescorteerd worden door jagers van de Amerikaanse en Britse luchtmacht en van de Amerikaanse marine. Van de circa 48 Iraakse Mig-29 toestellen zijn er bij luchtgevechten overigens al zeker zes neergeschoten.

Bij daglicht zou Irak ook zijn circa 300 jachtvliegtuigen van de types Mig-21, Mig-23, MiG-25 en Mirage F.1 kunnen inzetten om desnoods zonder radergeleiding zelfstandig sectoren van het Iraakse luchtruim te bewaken. Kennelijk gebeurt dat echter mondjesmaat en met niet al teveel succes. De meeste geallieerde verliezen zijn tot nu toe veroorzaakt door luchtafweergeschut en sporadische treffers van luchtafweerraketten.

Irak beschikt over een twintigtal grote, goed geoutilleerde vliegbases en enkele tientallen kleine velden en geselecteerde stukken weg, die gebruikt kunnen worden als noodlandingsplaats. Voor het uitbreken van de vijandelijkheden was al bekend dat Saddam Hussein zijn luchtvloot over een groot aantal vliegbases had verspreid in verband met een mogelijke Amerikaanse verrassingsaanval.

Intussen blijkt dat veel Iraakse machines die niet beschermd kunnen worden door grote betonnen vliegtuigbunkers boven en onder de grond op allerlei plekken zijn verstopt of door camouflage onzichtbaar zijn gemaakt. Nu verkenningsvliegtuigen al kartonnen Scud-raketbases hebben ontdekt mag men aannemen dat de Amerikaanse en Britse bommenwerpers her en der ook houten namaakvliegtuigen hebben aangevallen.

Niets is vernomen van de toestand van de Iraakse aanvalsvliegtuigen. Zo lang de Mirages met Exocet anti-schipraketten en de Su-24 Fencer lange afstand bommenwerpers (tegenhanger van de Britse Tornado) nog intact zijn, blijft het gevaar van een Iraakse tegenaanval op Saoedische en Israelische doelen en op schepen in de Golf bestaan.

Verontrustend daarbij is de wetenschap dat Bagdad beschikt over gifgasbommen die door vliegtuigen kunnen worden afgeworpen. Ze zijn tegen Iran al gebruikt. Washington blijft optistisch over de stand van zaken in de Golf. Volgens de Amerikanen gaat alles volgens plan. De luchtmacht van Irak ligt weliswaar niet in puin, maar is in de praktijk wel operationeel uitgeschakeld.

Zo lang de Iraakse toestellen in de bunkers staan kunnen ze geen kwaad en als ze toch van de gerepareerde startbanen opstijgen dan worden ze onmiddellijk ontdekt door de AWACS-radar paraplu. Laat ze maar komen, zegt het Pentagon, dan kunnen we er echt tegenaan.

Israel volgde deze taktiek in 1982 tegen Syrie. De Syrische jagers waren in hun bunkers op de grond veilig, maar toen Damascus opdracht gaf de Israelische luchtmacht boven Libanon aante vallen, schoten de Israelische vliegers achter elkaar 86 Syrische jagers neer. Zelf verloren ze een Skyhawk. Volgens het Amerikaanse Golfcommando kan Irak een dergelijke slachting in de lucht ook verwachten.

    • Dick van der Aart