Literaire Tijdschriften

Mulisch, teckels en koude oorlog De Gids, dec. 1990. Uitg. Meulenhoff, 74 blz. fl. 14, 90. Ondergangs- stemming Bzzlletin 181-182, Elias Canetti. Uitg. Bzztoh, 104 blz. fl. 15, 00. Makkelijk, veilig, vrij Parmentier 'masturbatie', 2de jrg. nr. 1-2. 96 blz. fl. 17, 50, plus fl. 3, 00. verzendkosten op giro 5647814 van J. van der Putte- Randschrift Nijmegen.

Als ik Harry Mulisch was zou ik niet erg gelukkig zijn met 'mijn' nummer van De Gids. Onder de titel 'We praten polemisch' presenteert het oudste literaire tijdschrift van Nederland een iets verlaat felicitatienummer bij het vijfentwintigjarig redacteurschap van Harry Mulisch. Hij trad op zijn 37ste in 1965 toe, samen met W. L. Brugsma, A. L. Constandse (met 187 Gids-publikaties recordhouder na Potgieter met zijn 225), Sybren R. de Groot en Harry Lammers. Wie overbleven van de oude redactie waren A. de Froe en Ed. Hoornik.

Van die redactiewisseling dateert de onmiskenbare voorkeur van De Gids voor sociale en politieke onderwerpen in plaats van literaire. Mulisch: “Het was vooral mijn taak om al die idiote poezie en die malle verhaaltjes te weren, zodat het nu eens ergens over ging, want vergeet niet: we hebben het over 1964. (... ) Anders moest ik al die rommel lezen!”

Op woensdag 3 oktober spraken de redacteuren G. van Benthem van den Bergh, Piet Calis, Wiel Kusters, Theodor Duquesnoy en A. de Swaan 'polemisch' met Mulisch. Dus ontbraken Casimir, Van Dis, Siegel, Steenmeijer, Weststeijn en de twee dames, Van Paemel en Van Boheemen. De Swaan is het meest polemisch en het snedigst in het gesprek: “Maar ik weet toch niet zeker of je echt een politieke mening hebt. Ik heb vaak het gevoel dat ook die politiek materiaal voor je was en een esthetische ervaring meer dan wat iemand een politiek engagement zou noemen.” Volgens hem is Mulisch' politiek ideaal een 'feeeriek verlichte despotie', waar de schrijver het wel mee eens is. Het gesprek gaat vooral over de haalbaarheid van het communisme en Calis merkt op dat binnen de Gids-redactie al tien jaar lang geen nieuw issue meer is opgedoken om over te twisten - “Dat is de malaise van Nederlands geestesleven. Wij zijn een generatie die nog steeds ruzie maakt over hoe we de koude oorlog hebben moeten voeren.”

Het gesprek wordt afgesloten met opmerkingen over het karakter van teckels. Een teckel is slim, verschrikkelijk eigenzinnig, heeft 'last' van grootheidswaan en wordt vaak een beetje lachwekkend gevonden. De schrijver is dol op teckels.

Van buiten De Gids schreven Piet Meeuse en Frans de Rover, die promoveerde op Mulisch' oeuvre, beschouwingen over respectievelijk de 'metamorforen' en het meesterwerk van Mulisch. Vijf redacteuren droegen ten slotte korte impressies bij. Van Benthem van den Bergh noemt Mulisch een 'eigentijds aristocraat' en ook De Swaan spreekt, na enige aarzeling, zijn bewondering uit - “Hij werd vaak en gretig uitgelachen, maar daarin klonk toch altijd de afgunst het luidste na.” Voor Van Dis is Harry Mulisch een Zeus: “Zijn zelfvertrouwen is even groot als zijn talent.” Al met al heeft dit jubileumnummer toch te weinig om het lijf. Alleen Meeuse en De Rover leverden beschouwingen met enige diepgang. De losse bijdragen van redactiegenoten zijn babbelig en komen niet verder dan Mulisch' imago. En het hoofdgerecht, het gesprek, is als gezegd blijven steken bij de Koude Oorlog.

De Gids, dec. 1990. Uitg. Meulenhoff, 74 blz. fl. 14, 90.

Ondergangs- stemming

Elias Canetti voelde niets voor een interview met Bzzlletin dat gepland was voor het Canetti-nummer van dit 'literair magazine'. Niet om Bzzlletin maar uit principe, hij doet al jarenlang niet meer aan interviews.

De inhoudsopgave ziet er veelbelovend uit: bijna honderd bladzijden met stukken over die Blendung (het Martyrium) en Massa en Macht, zijn toneelstukken, zijn autobiografisch werk en zijn filosofie, een fors levens- en literatuuroverzicht, Salman Rushdie over boekverbrandingen (1981) en Wim de Bie over zijn Canetti-therapie.

Bzzlletin noemt zich tegenwoordig 'een tijdschrift met literallure' en inderdaad mag, dat lelijke woord even negerend, gezegd worden dat het blad er werkelijk op vooruit gaat. Vroeger werd wel gesproken van een scholierenblad dat louter diende als hulpje bij het maken van scripties en spreekbeurten. De redactie lijkt zich nu te hebben voorgenomen om voor een breder publiek dieper op de zaken in te gaan. Zo is het Canetti-nummer van Bzzlletin veel grondiger en gewichtiger dan het Mulisch-nummer van diens Gids.

Dit is het eerste themanummer van een Nederlands literair tijdschrift dat aan Canetti is gewijd. De uitvoerige artikelen van gastredacteur Bart Hageraats over Het Martyrium en Massa en Macht zijn verhelderend en werden met merkbare toewijding geschreven. Hubert Dethier onderzocht waar Canetti's plaats is in de moderne westerse filosofie. Zijn artikel verheldert minder dan het compliceert, misschien omdat Dethier te veel tegelijk heeft willen opklaren. Een hele serie denkers komt aan bod: “De ondergangsstemming, die zowel het werk van Schopenhauer, van Nietzsche, van Kafka en Heidegger als dat van Canetti en Levi-Strauss doorhuivert, betreft het catastrofale bewustzijn van een stervende of depressieve tijd.”

Tussen al het pessimistisch geweld werkt een bijdrage van De Bie-kloon Leo van Haaften verkwikkend. Van Haaften ondervroeg De Bie over zijn werk als Canetti-therapeut, heelmeester van mensen met aanrakingsvrees ('Beruhrungsfurchtelinge') met behulp van Massa en Macht. “Ik eis van mijn clienten dat ze het boek altijd bij zich hebben, in een speciaal door mij verstrekt tasje. Komen ze onverhoopt in een massa terecht (moge God het verhoeden), dan kunnen ze in het boek altijd nog opzoeken of het een dichte of een open massa is, een dubbelmassa, of een omkeringsmassa.”

Bzzlletin 181-182, Elias Canetti. Uitg. Bzztoh, 104 blz. fl. 15, 00.

Makkelijk, veilig, vrij

Parmentier kreeg na een oproep aan lezers om zelfgeschreven auto-erotische literatuur in te zenden een brievenbus vol rotzooi. Uit de honderd meer pornografische dan literaire reacties, verreweg de meeste van mannen, koos de redactie, met moeite, zeven bijdragen die zonder graagte geplaatst werden. Tien bladzijden van het 'masturbatie-nummer' slechts konden worden gevuld met 'oorspronkelijk werk'. De klaarblijkelijke gene van de redactie geldt hier niet het erotische maar het geringe literaire gehalte van deze bijdragen. Nu levert een oproep aan lezers van een literair tijdschrift vrijwel nooit iets bijzonders op, laat staan bij een zo moeilijk onderwerp als masturbatie.

Iteke Weeda opent dit nummer met 'Masturberen valt te leren', een korte theoretische inleiding waarin zij pleit voor een hogere maatschappelijke waardering van masturberen: gemakkelijk, veilig, vrij, en het kan volgens haar seksueel geweld beperken.

Vincent Hunink zocht sporen van onanie bij de oude Grieken en Romeinen, speciaal bij Martialis, maar teleurgesteld moet hij constateren: “In de antieke literatuur is genoeg over seksualiteit en seksuele relaties te vinden, maar soloseks werd blijkbaar als te intiem, of misschien te banaal beschouwd.”

Schrijvers die op dit gebied hun sporen hebben verdiend zoals Roth, Reve, Miller en Erica Jong ontbreken opzettelijk in dit themanummer van Parmentier, net als een duidelijke verwijzing naar de fameuze scene uit Van Deyssels Een liefde uit 1887 ( “Haar schrikkende handen grepen naar haar geslachtsdeel. (... ) haar geslachtsdeel spoog zijn wellustvocht in het stijve stugge hemd” ).

Op de voorbeelden van literair verantwoorde masturbatie die de redacteuren Kees van den Heuvel en Annelies van Hommelen geven in hun korte verhalen valt het een en ander af te dingen, hoewel Van den Heuvel ontroert en Van Hommelen een ongebruikelijk perspectief hanteert (vrouw gebruikt vrouw als lustobject). An Stalpers fotografische verbeelding van Bataille's Histoire de l'oeil in het portfolio is weer veel te klinisch. Is het niet veelzeggend dat juist de ironische light verse over onanie van onder anderen Drs. P, Driek van Wissen en Cees van der Pluijm het best geslaagd is? Of heeft Parmentier zich misschien gewoon aan het onderwerp vertild?

Parmentier 'masturbatie', 2de jrg. nr. 1-2. 96 blz. fl. 17, 50, plus fl. 3, 00. verzendkosten op giro 5647814 van J. van der Putte- Randschrift Nijmegen.

    • Margot Engelen