'Groep Transport 2000 Plus' waarschuwt in rapport Europese Commissie: Europa wacht een verkeersinfarct

Een dergelijke onveiligheid in de lucht zou maatschappelijk onacceptabel zijn. Op de weg wordt het risico min of meer stilzwijgend aanvaard.

Schokeffecten, politici wakker schudden over het het dreigende 'verkeersinfarct' in Europa. Dat was de bedoeling van Groep Transport 2000 Plus, die onder co-voozitterschap stond van Smit-Kroes en de Fransman Edgar Pisani, voormalig lid van de Europese Commissie. Niet alleen de verkeersveiligheid, maar het hele transportvraagstuk wordt in het rapport van deze groep door elkaar geschud en weer gerangschikt. “Vervoer is binnen de EG altijd behandeld als een ondergeschoven kind”, staat in het rapport. De twaalf lidstaten hebben allemaal wel zo hun beleid. Wat ontbreekt is een Europees vervoersbeleid, terwijl het wegvallen van de binnengrenzen voor de deur staat.

De Belgische EG-commissaris voor vervoer, de socialist K. van Miert, was opdrachtgever van de groep en mocht gisteren in Brussel het werkstuk ontvangen. Smit-Kroes constateerde met veel genoegen dat de internationale groep van zeven (waarin alle politieke stromingen waren vertegenwoordigd) tot unanieme conclusies was gekomen. En Van Miert liet weten: “Dit is het begin.”

“En niet het einde”, concludeerde de oud-politica Smit-Kroes later, in de overtuiging dat hier niet sprake is van het zoveelste rapport dat in een ondoorzichtig circuit van Brusselse onderhandelingen belandt. “Van Miert is halverwege zijn ambtsperiode. Een goed politicus wil voor het einde daarvan concrete resultaten presenteren. Je mag aannemen dat hij de komende twee jaar met iets komt.”

Een Europees Infrastructuur Fonds is een in het oog vallende, zij het niet helemaal nieuwe suggestie die in het rapport wordt gedaan. Gepleit wordt voor een fiscale heffing op energieverbruik voor Europeanen, voor de aanpak van Europese problemen op het gebied van infrastructuur. Wat Smit-Kroes betreft hoeft de deelname onder het motto “wie betaalt, bepaalt” niet beperkt te blijven tot de EG-lidstaten. Landen als Oostenrijk, Zwitserland, Joegoslavie zijn welkom bij het fonds, als zo een aantal transitoproblemen kunnen worden weggewerkt.

De Nederlandse minister van verkeer en waterstaat, Maij-Weggen, toonde zich gisteren al vast voorstander van een Euroepees fonds als “goeie basisgedachte”. Het is een idee dat al is terug te vinden in het Europese transportmemorandum dat premier Lubbers vorig jaar op de Europese top presenteerde. Europese hoge-snelheidslijnen zijn een mogelijk financieringsobject. De Betuwelijn, de toekomstige goederenlijn van de Rotterdamse haven naar het Duitse achterland zou, ondanks zijn provinciale naam, misschien ook wel in aanmerking komen. Smit-Kroes en de andere groepsleden hebben zich ervoor gehoed dat al te concrete projecten in hun rapport staan, om verwijten van regionaal chauvinisme of overgevoeligheid voor bepaalde lobby's bij voorbaat tegen te gaan. “Het moet gaan om projecten die van Europese waarde zijn”, zegt de voormalige Nederlandse minister.

Niettemin zou een Europese fonds omstreden kunnen zijn, omdat daarmee impliciet nationale bevoegdheden uit handen worden gegeven. Omstreden was het zelfs in de Groep Transport, waarin de Brit Christopher Foster (adviseur van British Telecom) het minderheidsstandpunt inneemt dat de nationale regeringen de controle over de financien horen te houden. Maar ook voor het voorstel tot instelling van het Europese Fonds geldt: het dient vooral om de discussie op gang te brengen over een Europese vervoerspolitiek. De Delftse hoogleraar prof.dr.ir. N. Wijnholt, die aan de totstandkoming van het rapport heeft meegewerkt, stelde gisteren vast dat vervoer in Europa altijd een “non-issue” is geweest, door de Europese top nooit serieus is genomen. Recente ervaringen hebben hem niet optimistischer gemaakt. “Praat met Franse of Italiaanse politici over Europese vervoersproblemem en ze beginnen over veetransporten naar Corsica.”

Het probleem is dat de Europese Vervoersraad, met daarin de nationale ministers van verkeer, de reputatie heeft opgebouwd beslissingen te nemen met de snelheid van een file in de ochtendspits bij de Coentunnel. Zeer langdurig kan er in de raad over de meest wenselijke lengte van vrachtauto's worden gesproken, al moet worden gezegd dat hij de laatste tijd ook op besluiten is betrapt. Niettemin heet het in het rapport: meer dan ooit is de Vervoersraad aan bod om snelle besluiten te nemen. De EG moet op alle relevante terreinen normen en standaarden stellen en die zonodig door sancties handhaven.

De EG-politici verkeren daarbij in de wetenschap dat in de bont samengestelde Groep Transport absolute consensus was over de stelling dat vervoer in al zijn geledingen veel duurder moet worden, door eenvoudigweg alle kosten in de prijs door te berekenen. Road-pricing staat als aanbeveling in het rapport vermeld en wat Smit-Kroes betreft mag in Nederland de discussie over rekening rijden worden heropend.

Unanimiteit was er in de groep ook over de noodzaak van een geliberaliseerde markt, die niet wordt gehinderd door allerlei beperkingen als cabotage of andere protectiemaatregelen.

De Groep Transport heeft geprobeerd, overeenkomstig haar opdracht, een “psycho-politieke” weergave te presenteren van wat er aan ideeen bestaat in Europa over het vervoersbeleid. Ruim 300 deskundigen op dat terrein zijn geraadpleegd, afkomstig uit de transportwereld, de politiek, de wetenschap en maatschappelijke organisaties.

ECT-directeur G. R. Wormeester, een der geraadpleegden, ziet voor zijn containervervoer allerlei perspectieven per rail, op de weg en te water (met name ook via de te revitaliseren kustvaart) en toonde zich tevreden met het rapport. NS-president-directeur L. F. Ploeger, nog wat aan de voorzichtige kant, is dat ook: “Ik ben erg blij met wat ik vermoed dat erin staat”. Wat hem betreft biedt het rapport een referentiekader voor een Europese transportpolitiek. Want daarop, zo heeft de Groep Transport 2000 Plus duidelijk gemaakt, wacht de vervoerssector met smart.

    • Maar het Schokeffect Dat Oud-Mini
    • John Kroon den Haag