Een wybertje in de woestijn

In NRC Handelsblad van 19 januari 1991 stond op pagina 2 een verhelderende kaart van wat recent het 'theatre of war' in het Midden Oosten heet.

Ten westen van Koeweit is op deze kaart tussen Irak en Saoedi-Arabie een stuk land te zien van zo'n zevenduizend vierkante kilometer dat geen naam heeft. Het heeft getekende grenzen die wijzen op een onafhankelijke, maar mij onbekende staat. In veel kranten wordt de laatste week dit spookstaatje afgebeeld en zelfs op Amerikaanse stafkaarten (die achter generaals op de televisie zichtbaar werden) signaleerde ik het ruitvormige gebiedsdeel. In ten minste de helft van de Arabische kranten die ik dezer weken raadpleegde, zag ik het eveneens afgebeeld. Op publikaties uit Irak heb ik helaas de laatste maand geen beslag kunnen leggen.

Op een bijna te verwaarlozen aantal kaartjes die kortelings geproduceerd werden, trof ik nog een eigenaardig, onbenoemd gebiedje aan: een ongeveer 6500 vierkante kilometer groot stuk land tussen het zuiden van Koeweit en Saoedi-Arabie. De meeste betrouwbare atlassen geven dit stuk tegenwoordig - eerlijk opgedeeld tussen Koeweit en Saoedi-Arabie - weer, maar deze krant lijkt het geheel te hebben toegewezen aan het laatst genoemde land. Bestaan er op de wereld nog stukjes niemandsland, neutrale gebieden of spookstaatjes? - zal menigeen zich afvragen. Dat vraag ik mij ook al meer dan twintig jaar af en na mijn eerste stukje over dit probleem (afgedrukt in Eilanden, 1981, p. 116-118) is het mij bezig blijven houden.

Het ruitvormige gebied heet in de geografische literatuur 'the Wyber Zone' (omdat het de vorm van de bekende keelpastille kent), maar meer wetenschappelijk op zijn Frans 'Zone neutre' en op zijn Engels 'Neutral territory'. Indien de 'Wyber Zone' anno 1991 daadwerkelijk nog 'neutral' zou zijn, dan heeft de Golfoorlog er een extra oorlogsdimensie bij. Want in dat geval zouden Saoedi-Arabie en Irak niet alleen een conflict hebben over een derde land (Koeweit), maar ook nog eens een gezamenlijk grensgeschil. De vraag is waarom de 'Wyber Zone' opeens weer zo frequent op komt duiken. Hebben Irak en Saoedi-Arabie opeens nog ergens anders ruzie over?

'Landkaartenoorlogen' zijn een bekend verschijnsel. Elk jaar wanneer Chili en Argentinie nieuwe, officiele kaarten publiceren, dreigt er een oorlog over een stukje van de Andes dat zowel door Argentinie als Chili geclaimd wordt. Het zelfde geldt voor landkaarten die China, India en Pakistan uitgeven (vele gebiedsdelen in de Himalaya zijn betwist), maar we mogen gerust aannemen dat NRC Handelsblad zich niet in een landkaartenoorlog stort en dat de USA daar evenmin behoefte aan heeft.

Toch geeft het semi-officiele Amerikaanse Countries of the world and their leaders yearbook 1987 op een kaartje (vol. 1, p. 664) de 'Wyber Zone' aan met de volgende tekst: “Iraq-Saudi Arabia Neutral Zone.” Maar het naslagwerk vermeldt onder het kaartje: “Names and boundary representation are not necessarily authorative.” Daarentegen geeft de zojuist verschenen nieuwe editie van The Times atlas of the world (comprehensive edition) de Neutrale Zone (N. Z.) niet meer weer, maar heeft hij haar keurig verdeeld tussen Irak en Saoedi-Arabie. De als zeer betrouwbaar geldende National Geographic atlas of the world besloot in 1981 al tot die verdeling en in die atlas was dus tien jaar geleden al geen sprake meer van een N. Z. Dat het Franse wetenschappelijke tijdschrift Herodote, revue de geographie et de geopolitique in zijn april-juni-aflevering 1986, die gewijd was aan 'le jeu des frontieres', de 'Wyber Zone' als nog steeds bestaand opvoerde, is ogenschijnlijk even raadselachtig als al die kranten en televisiekaarten die haar nu ook weer afbeelden.

Mark Monmonier publiceerde in 1989 Maps with the news: the development of American journalistic cartography, maar een soortgelijk boek bestaat er helaas niet over de geschiedenis van de Europese of Aziatische krantelandkaartjes. Wat is er toch aan de hand met de twee N. Z.'s die al bijna zeventig jaar lang door de cartografie sluipen?

Ik ken slechts een toegankelijke boekpublikatie, die zich bezighoudt met de N. Z.'s, namelijk het in 1963 te Beiroet verschenen The Saudi Arabia Kuwait Neutral Zone van E. Brown, maar dit boek gaat vooral over het ten zuiden van Koeweit gelegen gebied. Om over de geschiedenis van de 'Wyber Zone' iets te weten te komen, dient men door vele jaargangen van tijdschriften op het gebied van het internationaal recht, de geografie en stapels handboeken te ploegen. En dan komt men nog een irritante variatie aan elkaar tegensprekende gegevens en data tegen.

Een ding lijkt duidelijk: in mei 1966 verdeelden Koeweit en Saoedi-Arabie keurig netjes hun N. Z. waarover beide landen sedert 1922 gezamenlijk een vage vorm van beheer hadden gevoerd. Waarbij aangetekend moet worden dat een N. Z. niet hetzelfde is als een condominium. Over een condominium voeren twee of meer landen staatsmacht uit, bij een N. Z. is er geen sprake van staatsmacht, maar uitsluitend van commerciele exploitatie waar de partners vrede mee hadden. N. Z.'s waren en zijn staatsrechtelijk gezien inderdaad spookgebieden.

De geschiedenis van de 'Wyber Zone' kan als volgt worden samengevat. Na de Eerste Wereldoorlog duurde het jaren voordat er enige staatkundige en grensrechterlijke orde in het Midden Oosten was geschapen. In een verdrag dat op 2 mei 1922 tussen het toenmalige Britse protectoraat Irak en het nog niet verenigde Saoedische koninkrijk werd gesloten, is er voor het eerst sprake van een N. Z. In een protocol dat op 2 december 1922 tijdens de Three Powers Conference in het Saoedische kustplaatsje Al Uqayr (Oqair) werd vastgelegd, spraken beide partijen af in de toekomst gelijke (commerciele) rechten in de N. Z. uit te oefenen. Dat veroorzaakte geen problemen: er woonde geen mens en er was geen olie gevonden. Dat veranderde echter in 1948, toen er wel olie in de grond werd aangetroffen.

In 1971 werd de zone administratief in gelijke parten tussen Irak en Saoedi-Arabie verdeeld, maar dit gold niet voor de olie-opbrengst. Van de revenuen van de totale olieproduktie van de hele 'Wyber Zone' kreeg elk land precies de helft, ongeacht uit welk administratief deel het was opgepompt. In 1981 werd er een voorlopig verdrag gesloten over de definitieve verdeling van de zone. Hoewel Michel Foucher in zijn gezaghebbende Front et frontieres (1988, p. 266) betoogt dat er in 1981 een akkoord over de verdeling van de zone werd bereikt, is dit eigenlijk niet geheel juist. Zoals Countries of the world... (Vol 2, p. 1028) mijns inziens terecht stelt, is dit akkoord nimmer door beide partijen geratificeerd. Dat Encyclopedia of the United Nations and international agreements (1985) de 'Wyber Zone' als niet meer bestaand beschouwt, lijkt mij evenzeer onjuist. Ik heb geen enkele indicatie kunnen traceren om aan te mogen nemen dat de 'Wyber Zone', strikt formeel beschouwd, staat- en volkenrechtelijk niet meer bestaat. In tegendeel: ik meen dat zij nog steeds existeert en dat de aangename status quo, waarin de 'Wyber Zone' de laatste tien jaar verkeerde, met het uitbreken van de Golfoorlog wel voorbij moet zijn.

Samengevat: het kaartje in deze krant van 19 januari klopt, de nieuwe Times-atlas en menige andere atlas met gezag zijn wat betreft de 'Wyber Zone' te voorbarig en het bewijst eens te meer dat het Midden-Oosten cartografisch en politiek gezien een monstrum is. Het beschreven spookgebied 'Wyber' is helaas niet het enige grensgeschil tussen Koeweit, Saoedi-Arabie en Irak. Men zou een boekdeel kunnen vullen met land- en zeerechttwisten in dit gebeid. Die lijken op dit moment echter weg te zinken achter een hels gordijn van raketvuur en bombardementen. Dat, bij voorbeeld, het opeisen van Koeweit door Irak de wereld verbaasde, vindt zijn verklaring in het feit dat dit vraagstuk al vele jaren werd weggedrukt in academische geschriften en onbegrijpelijke, onbereikbare verhandelingen. Een zelfde lot trof tot nu toe ook de 'Wyber Zone'.