Drs. A. J. Schimmel; Ik had iets van: 'Mam, wat moeten we nou!'

Sinds de verkiezingen van september 1989 telt de Tweede Kamer 32 nieuwkomers. Sommigen kenden het Binnenhof van zeer nabij, anderen slechts van verre. Wat waren hun ambities en wat werden hun frustraties? Vandaag als vierde in een serie drs. A. J. (Arthie) Schimmel, lid voor D66. Ze studeerde politicologie in Leiden, 37 jaar oud, getrouwd en geen kinderen. In de Kamer houdt Schimmel zich bezig met milieu, werkgelegenheid en sociale zaken.

DEN HAAG, 22 jan. - “Kind, stem toch tegen de oorlog”, had haar moeder gezegd. Maar bij het kamerdebat over de Golf stemde ze in met het kabinetsbeleid. Ze had zich in de fractie laten overtuigen dat 'niet goedschiks, dan maar kwaadschiks' de enige mogelijkheid was. “Ik vond het echt heel erg. En dat je dan ook zo vreselijk wordt geconfronteerd met je machteloosheid.”

Arthie Schimmel ijsbeert door de woonkamer in haar huis aan een oude Leidse kade. Ze zucht, en draait knopen in haar haren.

Toen ze net in het parlement kwam viel de Berlijnse muur. “Dan verwacht je toch niet dat je over zoiets als deelname aan een oorlog moet beslissen. Ik weet niet. Ik vond het zo verwarrend. Dan denk je: er moet toch ook een andere manier zijn. Maar aan de andere kant: je moet toch ook als front optreden.” Op die vrijdag in de Kamer heeft ze toch even haar moeder gebeld. “Het klinkt misschien een beetje simpel. Maar ik had iets van: 'Mam, wat moeten we nou!' “De Golfoorlog maakt nu wat somber, maar eigenlijk is Kamerlid Schimmel een “zeer tevreden mens”: “Het is natuurlijk ook hartstikke leuk als je politicologie hebt gestudeerd, om dan een beetje onderdeel te zijn van het besluitvormingsproces.”

De overgang van haar baan bij de PTT naar de kamer was in het begin natuurlijk wel een schok. “Het is breder of zo. Je hebt minder houvast. Mijn agenda bij de PTT zag er nooit zo uit van, punt een: verkiezingsuitslag, punt twee: advies aan de koningin. Dat klinkt dan ineens ook zo plechtstatig, he? ”. Maar toen ze haar eerste speech moest houden ging de watervrees er snel af. “Ik wist echt van toeten noch blazen”. Maar dan ga je een beetje lezen, en kijken wat D66 vindt, “en dan krijgt het opeens vorm”. Ze diende een amendement in om de positie van vrouwen in de ondernemingsraden te versterken. Het amendement werd aangenomen, “en dat vond ik toch echt hartstikke leuk. Dat is dan een stukje waarvan je denkt, he produktie!”

Eigenlijk is er niets dat Arthie Schimmel niet 'leuk' vindt. Het werk is leuk, de collega's leuk, en natuurlijk is ook de fractie leuk. “Elf toch wel heel erg enthousiaste mensen. Met hun eigen opvattingen, maar toch ook wel heel erg bereid om te luisteren. Niet zo van bij voorbaat veto's neerleggen.” Dat heeft haar aan D66 altijd bevallen. “Een groep mensen die toch redelijk openstaan voor andere ideeen, en ook bereid zijn hun mening daarop aan te passen.” Van die groep voelt ze zich in het parlement een vertegenwoordigster. Een zwabberkoers?”Nee, ... dat vind ik toch niet”.

Arthie Schimmel formuleert heel voorzichtig. Elk woord wordt gewikt en gewogen. Na vragen vallen soms lange stiltes. Wellicht het resultaat van de presentatiecursus die ze vorige week met haar fractie genoot - “hartstikke leuk, zo een paar dagen met elkaar bezig zijn. Daar komt het anders niet zo van”. Even lijkt de rimpelloze tevredenheid van kamerlid Schimmel een oneffenheid te vertonen, wanneer ze vertelt dat ze “soms misschien toch ook wel een beetje” collegialiteit in de Kamer mist: “Bij de PTT had je toch bij tijd en wijle dat ze je kamer binnenliepen en zeiden, he even koffie drinken? Zoiets heb je in de Kamer minder.” Maar eigenlijk is dat wel te begrijpen. “Het werk als zodanig bindt natuurlijk niet, omdat iedereen naar zijn eigen onderwerpen toe werkt”.

Met de onderwerpen in haar portefeuille is Twwede-Kamerlid Schimmel dik tevreden. Milieu en werkgelegenheid. “Dat vind ik echt heel erg belangrijke dingen”. Ze zou zichzelf omschrijven als een “redelijk betrokken mens”. In een sociale beweging heeft ze nooit gezeten - “ik ben niet zo'n actiemens”. Maar zoiets als de bodemvervuiling, of het feit dat mensen met een uitkering geen scholing mogen volgen vindt ze “echt heel vreselijk”. Bij de PTT had ze een beleidsfunctie: 'coordinator positieve actie'. In de praktijk betekent dat: zorgen dat er meer vrouwen gaan werken. “Dan zorgde je voor meer kinderopvang, en dan zag je op een gegeven moment twaalf WC-tjes op een rij staan. Dat is dan zo verschrikkelijk leuk.” In de kamer zijn zulke directe resultaten wat minder te zien. “Maar dat had ik ook niet verwacht.”

Aan de zelfopvatting van Arthie Schimmel heeft haar verkiezing tot Kamerlid weinig veranderd. “Gewoon als een van de honderdvijftig, en een beetje opkomen voor de ideeen van onze partij”. “Nee”, aarzelt Schimmel. “Nee, dat toch niet”, op de vraag of ze met haar zachte stem en fragiele uiterlijk nooit het idee had dat ze wat uit de toon viel. “Je voelt je toch altijd lid van een bepaalde fractie met bepaalde standpunten”. Alleen tijdens fractievergaderingen zou het wel eens handig zijn om wat meer stemgeluid te hebben.

Ze heeft er ooit over gedacht les te nemen bij een oude operazanger. “Dat leek me ontzaglijk leuk. En dan zo je stem wat ontwikkelen.” Maar het antwoordapparaat stond aan toen ze belde, en het nummer raakte zoek.

“Van Mierlo”, zegt ze na lang aarzelen, op de vraag naar het ideale kamerlid. Ze vind het een beetje 'flauw' om je eigen fractievoorzitter te noemen. Maar “ik geniet gewoon van de manier waarop hij in de kamer optreedt.” We praten nog wat over haar jeugd in Middelburg. Vader directeur van een vereniging voor kinderzorg, en moeder huisvrouw. “Maar er was altijd wel politieke belangstelling. Er werd altijd naar het nieuws geluisterd.” Dan gaat ook in huize Schimmel in Leiden de televisie aan. Beelden van de Golf. Het bericht dat het Syrische leger zich bij de grens met Israel verzamelt. “Het neemt ook allemaal van die vormen aan waar niemand aan heeft gedacht”, zucht kamerlid Schimmel. “Je weet toch eigenlijk ook niet meer wat je in deze tijden van verwarring moet denken”.

    • Marjon van Royen