De Pinochet-doctrine is nog springlevend

Drie keer deed de voormalige Chileense dictator de nieuwe burgerregering het afgelopen jaar sidderen met militaire dreigementen. Twee keer sloeg hij loos alarm, de derde keer voegde hij de daad bij het woord.

Eind december, vlak voor kerstmis, gaf hij zijn manschappen in het hele land opdracht tot nader order in hun kazernes te blijven. Een persoonlijke paniekactie, waarmee Pinochet ( “Ik ben het slachtoffer van een lastercampagne” ) de regering wilde dwingen de censuur weer in te stellen. Dit 'acuartelamiento' staat in de legeranalen geboekstaafd als een tree lager dan de staat van paraatheid.

Sommige journalisten meldden in paniek dat er in Chili een staatsgreep aan de gang was. Maar daar leek het in de verste verte niet op. De stoep rond de Academia de Guerra in La Reina, een chique wijk in Santiago, stond weliswaar vol geparkeerde auto's, maar dat had te maken met het jaarlijkse afzwaaiceremonieel van jonge kadetten dat ongehinderd doorgang vond. Ook elders in het land was van het acuartelamiento op straat weinig te merken. De chaos die dit militaire dreigement voortbracht, was veeleer van mentaal kaliber. Zijn vele linkse Chilenen bang voor een nieuwe coup, hun politieke tegenpolen slaan juist de democratische ontwikkelingen (uit angst voor represailles) met lede ogen gaande. Maar vooral pookte deze intimiderende 'oefening' van 24 uur de spanningen tussen leger en regering op. Na zeventien jaar lijkt de 'Pinochet-doctrine' nog springlevend.

De christen-democratische president 'Don' Patricio Aylwin Azocar en generaal Pinochet ontmoeten elkaar tweewekelijks en dan lachten ze vriendelijk voor de camera's. Maar achter de schermen vallen er harde woorden. Aylwin, de verzoener, is wars van het gezwollen vechtersproza dat Pinochet bij elke gelegenheid uitslaat. Toch kan hij de gewezen dictator weinig maken met een Senaat die voor een kwart uit (door Pinochet) aangewezen afgevaardigden bestaat, een grondwet uit het dictatoriale tijdperk en een Hooggerechtshof met rechters die voor het leven zijn benoemd. In de debatten over de doodstraf, het lot van de politieke gevangenen (nog meer dan tweehonderd) of zelfs de verhoging van de pensioenen zijn de 'pinochetistas' hem een blok aan zijn been.

Aylwin maakt zijn democratische beloftes daardoor maar moeizaam waar en dat hindert hem. Hij heeft alle reden om dat Pinochet kwalijk te nemen, maar hij past ervoor dat in het openbaar te zeggen. Want Aylwin hangt de theorie aan van de wettelijke, 'geleidelijke uitroeiing van het kwaad' en in dat licht is zijn sympathieke glimlach (een spierstoornis in zijn gezicht) zo slecht nog niet.

Wild

Maar Pinochet wordt wild van die redelijkheid. Dat hij op 11 maart 1990 met tegenzin afstand deed van het presidentschap is bekend. Hij vroeg zijn manschappen toen zich op te werpen als “verdedigers van het grootse bouwwerk dat wij hebben opgericht” en bulderde: “Ze moeten van mijn manschappen afblijven. Wie aan hen komt, komt aan mij en verstoort de constitutionele orde”. Deze man - die van 1973 tot 1990 de militaire junta met straffe hand leidde, die in een recent verschenen boek Pinochet, Ego Sum (dat ben ik) zegt Hitler “een interessant strateeg” te vinden en Gorbatsjov een krachteloos figuur omdat “hij niet voor zijn land weet te vechten, hij heeft Afghanistan toch verloren?” - grijpt elke gelegenheid aan om te demonstreren dat zijn macht nog niet tanende is. Hoe stompzinnig die gelegenheid ook mag zijn.

Zo zei de generaal in september vorig jaar tijdens een Rotary-bijeenkomst in Santiago dat het Duitse leger uit langharige marihuana-rokers bestond. De Duitse regering meldde zich op hoge poten bij president Aylwin, die Pinochet onmiddellijk op het matje riep en hem te verstaan gaf dat hij zich als opperbevelhebber van de landmacht van politieke uitspraken moest onthouden. “Zo staat het in uw eigen grondwet”, zei de president fijntjes. Een paar dagen later maakten een paar senatoren bekend dat ze zouden onderzoeken of Pinochet voor zijn beledigende opmerkingen kon worden vervolgd. Waarop de generaal in grote woede ontstak. Mocht dit petit comite van afgevaardigden hiervoor werkelijk bij elkaar komen, zo dreigde hij, dan zou een acuartelamiento zijn antwoord zijn. Dat was de eerste keer dat hij met militair machtsvertoon dreigde. De zaak liep met een sisser af.

In november was het bijna weer raak. Pinochet meldde zich bij Aylwin met een lijstje generaals die hij wilde laten promoveren. Het was voor het eerst sinds de coup in 1973 dat hij daar toestemming voor moest vragen. Bovenaan dat lijstje stond de naam van Carlos Parera, de generaal die op 18 september, tijdens de jaarlijkse onafhankelijkheidsceremonie, onverwacht geweigerd had de president de traditionele groet te brengen. Een paar seconden had hij Aylwin zwijgend in de ogen gekeken en toen had hij zich bruusk omgedraaid. Omdat de plechtigheden live werden uitgezonden op de Chileense televisie, kon het hele volk meegenieten. De president vertrok geen spier en liet zich zelfs niet door het linkse weekblad Analisis verleiden tot hatelijkheden over Parera.

Maar in november sloeg hij terug. Hij weigerde Parera plus nog een andere generaal van het lijstje van Pinochet te promoveren. De opperbevelhebber kreeg ook nog te horen dat diens reorganisatievoorstellen voor het leger Aylwin niet ver genoeg gingen. Parera, die zijn blamage in vele krantekoppen terugzag, heeft op het punt gestaan de landmachteenheden in Santiago te mobilisereren.

Op het laatste moment zag hij daar toch vanaf en reisde hij naar de woestijnstad Iquique, waar zijn baas en vriend Pinochet inderhaast een militaire oefening had gepland. Daarmee waren de geruchten over een mogelijk legeringrijpen niet van de baan, want wie maakte er net een tournee door de noordelijke provincies? Juist, de president. Toen het regeringstoestel in Iquique landde, wemelde het er van de militairen die dankbaar profiteerden van de aanwezigheid van journalisten en cameraploegen - een tactiek die Pinochet overigens wel vaker toepast. Ook dit incident liep goed af, Aylwin keerde lachend terug. Nog geen week later maakte zijn perschef bekend dat Parera naar Zuid-Afrika zou worden gestuurd. Doel van de missie? Een 'langdurige inspectie'.

Curatele

In de week voor kerstmis dreigde Pinochet voor de derde keer met een acuartelamiento. En toen kwam het er wel van. Vierentwintig uur lang hield het leger Chili onder curatele. Als vanouds, alsof de democratie een kortstondig intermezzo was geweest. Het waren de 'senatores designados', de acht senatoren die door Pinochet zijn aangewezen, die het nieuws in het parlement in Valparaiso verspreidden. Minuten later werd Pinochet, die juist een duik in zijn zwembad had genomen, telefonisch door een van de ministers uit het kabinet van Aylwin om opheldering gevraagd. “Als jullie mij onder druk zetten, moet ik wel in actie komen”, zei de ex-dictator en hij hing op.

Al snel werd duidelijk waar de casus belli tussen regering en leger ditmaal betrekking op had: Pinochet heeft zijn buik vol van de aanhoudende publiciteit over de omkoopschandalen waarbij hoge legerfunctionarissen, topagenten van de geheime dienst en, naar het zich nu laat aanzien, ook hij zelf betrokken zijn. Hij vindt dat de regering paal en perk moet stellen aan de persvrijheid. “Ik ben het slachtoffer van een lastercampagne en de regering moet mij in mijn eer herstellen”, zei hij daags na het acuartelamiento. Die opvatting is weliswaar niet nieuw maar de vragende houding wel - Pinochet heeft nog nooit van zijn leven om bescherming gevraagd, maar deze altijd opgeeist.

Met dit machtsvertoon maskeert de generaal zijn gebrek aan inhoudelijk verweer tegen de beschuldigingen. Tot voor kort pleitte hij zijn onderdanen vrij door te zeggen dat “Mijn manschappen zich niet laten omkopen”. Maar nu wordt de grond hem te heet onder de voeten. Honderdvijftig legerfunctionarissen zijn de afgelopen weken achter de tralies gezet op verdenking van moord, afpersing en handel in cocaine die in mummies, per militair vliegtuig, het land uit gesmokkeld zou zijn.

Er zijn schandalen in alle soorten en maten. De meeste opschudding veroorzaakte de zaak 'Cutufa', genoemd naar het hondje van een van de slachtoffers van een illegale spaarbank die werd gerund door een kolonel. Maar ook onder prozaische namen als 'La Tijera' (De Schaar), en 'La Bicicleta' (De Fiets) komen steeds meer wandaden van voormalige leger-officials aan het licht. Van achter de tralies komen er dagelijks nieuwe namen en bekentenissen los.

Pinochet stuurt ijlings generaals met pensioen, maar dat kan niet verhinderen dat hij nu zelf de hoofdrol speelt in het jongste financiele schandaal. Namens het leger zou hij voor drie miljoen dollar het bedrijf PSP Company hebben gekocht. IJverige journalisten brachten half december de feiten boven water: deze company bestaat slechts op papier en de eigenaar is Augusto Pinochet Hiriart, oudste zoon van de gewezen dictator. Toen ook de bijbehorende, ondertekende documenten op de voorpagina's verschenen, werden beiden door een hals over kop ingestelde onderzoekscommissie voor verhoor opgeroepen. De zoon kwam niet opdagen en zijn vader antwoordde met gespierde zinnen als “die schandalen zijn door de pers verzonnen”.

Isolement

Nu zelfs de rechtse partij Renovacion Nacional en de extreemrechtse UDI-partij zich voorzichtig beginnen te distantieren van dit magere verweer, raakt Pinochet in een isolement. Er gaan geruchten over zijn aftreden, over de onderhandelingen die hij daarover voert met de minister van defensie, Patricio Rojas. Voor het eerst sinds zeventien jaar lijkt hij bezig zichzelf naar de zijlijn te dirigeren. Dat kan het einde betekenen van het tijdperk-Pinochet. Maar of dat een geruisloos eind is, valt te betwijfelen. Met het acuartelamiento van december heeft hij laten zien dat zijn tanden weliswaar niet zo scherp meer zijn, maar dat hij ze graag laat zien.

Hij weet dat zijn aanhang binnen het leger nog altijd groot is. Zijn manschappen zijn opvallend loyaal en dat is verklaarbaar: ze zijn bang voor represailles. De meesten zijn jong, ze zijn na de coup van 1973 in dienst gegaan en zijn de eerst-afgeleverde produkten van het hierarchische en fascistische apparaat geworden. Voor veel Chileense jongens was het leger het enige alternatief voor de toekomstloze armoe waarin ze waren grootgebracht. Na een hersenspoeling van jaren klinken democratische opvattingen hun als staatsgevaarlijk in de oren. “Voor hen is Pinochet wat Fidel Castro voor de Cubaanse Revolutie is”, zegt een ingewijde. “Er is nooit een tweede te vinden met hetzelfde charisma. Daarom zal zijn systeem pas vallen als hij zelf valt.”