'Conventie van Geneve geldt ook zonder oorlogsverklaring'; Irak moet gevangenen melden

DEN HAAG, 22 jan. - De mededeling van de Iraakse ambassadeur in Parijs dat Irak alleen diegenen als krijgsgevangenen accepteert van wie de alliantie heeft laten weten dat zij vermist zijn, is volledig in strijd met het internationale recht. Dit zegt mr. F. Kalshoven, deskundige in het oorlogsrecht.

“Het standpunt van Irak is een absolute omdraaiing van het recht”, aldus Kalshoven. Irak moet de krijgsgevangenen die het in handen krijgt juist via het Internationale Rode Kruis aanmelden bij de vijandige mogendheden. Alleen als er twijfel is over de status van de gevangene, hoeft deze niet te worden aangemeld. “Bijvoorbeeld als Irak denkt guerrillastrijders te pakken te hebben genomen. Maar dat is in deze omstandigheden een totaal ongeloofwaardig standpunt. Die militairen komen toch niet zo maar uit de lucht vallen. Ze dragen bovendien metalen identiteitsplaatjes.”

De conventies van Geneve waarin het oorlogsrecht is vastgelegd, zijn ook van toepassing in een situatie waarin, zoals nu het geval is, formeel niet de oorlog is verklaard. Het oorlogsrecht is van toepassing bij het feitelijk uitbreken van een gewapend conflict. Omdat de partijen formeel niet in oorlog zijn, blijven de diplomatieke betrekkingen gewoon gehandhaafd.

De derde Conventie van Geneve met betrekking tot de behandeling van krijgsgevangenen verbiedt uitdrukkelijk leden van de gewapende macht die in handen van de vijand zijn gevallen, te gebruiken als menselijke schilden.

Artikel 23 van de Conventie, die op 12 augustus 1949 werd getekend, bepaalt dat geen enkele krijgsgevangene gestuurd mag worden naar of vastgehouden mag worden in een gebied waarin hij blootgesteld kan worden aan het vuur van de gevechtszone, en dat zijn aanwezigheid op bepaalde punten of in bepaalde gebieden niet gebruikt mag worden ter bescherming tegen militaire operaties. Het artikel bepaalt verder dat krijgsgevangenen op dezelfde wijze dienen te worden beschermd tegen bombardementen als de burgerbevolking. Kampen van krijgsgevangenen dienen uit de lucht als zodanig herkenbaar te zijn door de aanduiding PG of PW.

Artikel 13 van de Conventie bepaalt dat krijgsgevangenen onder alle omstandigheden gevrijwaard moeten worden van “daden van geweld of intimidatie, van beledigingen en van publieke nieuwsgierigheid”. Ook fysieke verminking is niet toegestaan, evenmin als medische of wetenschappelijke experimenten die niet gerechtvaardigd worden door de medische behandeling van de gevangene of door diens belang.

In het hoofdstuk dat gewijd is aan het begin van de gevangenschap, bepaalt de Conventie van Geneve dat “geen enkele krijgsgevangene verplicht is, wanneer hij op dat punt ondervraagd wordt, meer informatie te geven dan zijn naam, zijn voornamen, zijn rang, zijn geboortedatum en zijn registratienummer, of bij gebrek daaraan een gelijkwaardige aanduiding”.

Artikel 17 bepaalt dat gevangenen niet fysiek of psychisch gemarteld mogen worden om inlichtingen van hen te krijgen. Gevangenen die weigeren bepaalde inlichtingen te geven zullen verder niet bepaalde rechten ontnomen mogen worden.

De Conventie ter bescherming van de krijgsgevangenen omvat in totaal 143 artikelen, waarin niet alleen bepalingen zijn opgenomen voor hun huisvesting, voeding en medische verzorging maar ook over eventueel werk dat ze mogen doen, hun contacten met de buitenwereld en hun repatriering. “Krijgsgevangenen moeten onder alle omstandigheden een menselijke behandeling krijgen. Iedere ongeoorloofde daad of nalatigheid van de kant van de detinerende mogendheid die leidt tot de dood of tot het ernstig in gevaar brengen van de gezondheid van de krijgsgevangene die in haar macht is, is verboden en zal beschouwd worden als een ernstige inbreuk op de Conventie”, aldus artikel 13.

Schending van het oorlogsrecht betekent dat Saddam Hussein persoonlijk ter verantwoording kan worden geroepen. Hij kan in de Verenigde Staten voor de rechter worden gebracht. Theoretisch is het ook mogelijk dat hij bijvoorbeeld in Nederland wordt berecht overeenkomstig de van na de oorlog daterende Wet Oorlogsstrafrecht die berechting mogelijk maakt van oorlogsmisdaden waar ook ter wereld gepleegd.

Het internationale gerechtshof in Den Haag heeft geen taak in deze. Het gerechtshof is alleen bevoegd te oordelen over geschillen tussen staten onderling en geeft verder adviezen aan internationale organisaties zoals de Verenigde Naties.