Aziatische landen bedreiging voor luie, hedonistische Westen

Pacific Destiny: Inside Asia today Auteur: Robert Elegant. Crown Publishers Inc. in New York (prijs 24, 95 dollar) en Hamish Hamilton in Londen (17, 99 pond)

Zal Azie erin slagen het Westen in de volgende eeuw te reduceren tot een luie, hedonistische samenleving? Ja, dit staat te gebeuren, tenzij de economische expansie van vooral Japan wordt gestopt, stelt de Amerikaanse journalist en romanschrijver Robert Elegant. Elegant was tussen 1950 en 1976 correspondent in Azie voor Newsweek en de Los Angeles Times.

Japan zal evenwel niet zo maar zijn drang naar hegemonie opgeven. Op dit moment beseffen nog maar weinig Japanse leiders dat een economische overheersing door Japan - zonder met belangen van in het bijzonder de Verenigde Staten rekening te houden - op den duur de eigen belangen zal schaden. Een dergelijk besef kan de Japanners volgens Elegant slechts door hun voormalige Amerikaanse leermeesters worden bijgebracht. Maar niet nadat de Japanners door een dramatische gebeurtenis, zoals een boycot van hun produkten in het Westen, tot inkeer zijn gebracht, meent Elegant.

Ironisch genoeg dreigen door de Amerikaanse druk op Japan om zijn grenzen open te stellen voor buitenlandse produkten ook de twee economische wonderkinderen Zuid-Korea en Taiwan overspoeld te worden door de bewonderde, maar tegelijkertijd gevreesde produkten van Japanse makelij.

Elegant kan maar geen keuze maken of hij Taiwan of Zuid-Korea de hoofdprijs voor het grootste economische succes moet geven. Beide hebben gemeen dat ze begin jaren vijftig de minst waarschijnlijke kandidaten voor deze onderscheiding waren. Zuid-Korea lag in puin na de Koreaanse oorlog en op Taiwan hadden zich twee miljoen gedemoraliseerde Nationalisten gevestigd na hun verlies in de Chinese burgeroorlog.

Zelfs in 1961 toen generaal Park Chung Hee een militaire staatsgreep pleegde, verdienden de Zuidkoreanen per hoofd van de bevolking een schamel inkomen van 61 Amerikaanse dollar per jaar. Nog geen twintig jaar later bedraagt dit 4.500 dollar. “Dank zij een keihard autoritair bewind presteerde Zuid-Korea in vijfentwintig jaar waar Japan een eeuw voor nodig had. De man achter dit eclatante succes is generaal Park Chung Hee, die niet alleen alle stakingen verbood, maar ook bijna eigenhandig de Koreaanse conglomeraten, de Chaebols, stichtte”, schrijft Elegant.

Het grootste geheim van de economische opgang van Aziatische landen als Japan, Zuid-Korea, Taiwan, maar ook Hongkong en Singapore ziet Elegant in het neo-confucianisme. De leer die wijsgeer Confucius 2500 jaar geleden aan China schonk omvat volgens Elegant zowel een staatsideologie, een moreel stelsel, als een handboek voor leiders. Dit stelsel van waarden kent de volgende confuciaanse deugden: ijver, gehoorzaamheid aan ouderen, solidariteit binnen de familie, opoffering van het individu, discipline en bovenal erkenning van een leidende klasse van meritocraten in plaats van bestuurregels die vastgelegd zijn in abstracte wetten.

De toelating tot deze klasse geschiedt door examens. Daarom is onderwijs in deze landen uiterst belangrijk. Veel Zuidkoreanen en Taiwanezen studeren aan een Amerikaanse universiteit. Japan brengt jaarlijks veertien maal zoveel ingenieurs per miljoen inwoners voort dan Australie. In absolute cijfers ziet het er nog slechter voor Australie uit: in Japan komen er per jaar 75.000 ingenieurs bij tegen 760 in Australie.

De Australiers hebben zich volgens Elegant al overgegeven aan 'consumptisme', sport, luiheid en hedonisme. Daarbij voelen de vijftien miljoen Australiers zich weinig op hun gemak en geisoleerd met in het noorden, in Oost-Azie, twee miljard nijvere werkers en een miljard mensen in het noordwesten op het Indiase subcontinent. Aan dat onbehagelijke gevoel kunnen de drie miljoen Nieuwzeelandse buren zelfs geen verandering brengen. Australie heeft evenwel iets dat zijn noordelijke buren graag zouden willen hebben: ruimte, zelfs in overvloed. Daarom zijn de Australiers volgens Elegant bang te worden overspoeld door Aziaten, onder leiding van Japan.

Zuid-Korea en Taiwan mogen de meest succesvolle Aziatische economieen zijn, Singapore had volgens Elegant met zijn onlangs afgetreden premier Lee Kwan Yew de meest succesvolle premier van Azie. Lee schiep Singapore naar zijn evenbeeld. Hij institutionaliseerde het confucianisme “als een dam tegen de dreigende degeneratie van zijn Chinese en Maleise onderdanen door de aanstormende westerse waarden”, zoals Lee het zelf formuleerde.

In Lee Kwan Yew ziet Elegant de enige Aziatische staatsman die erin slaagde om zich van revolutionair te transformeren tot staatsman. Waar Soekarno, Mao Tse-tung en Ho Chi-minh faalden, slaagde Lee nadat hij een dreigende greep naar de macht van Chinese communisten in Singapore had verijdeld door de communisten op eigen terrein te verslaan. De door hem opgerichte People's Action Party werd en wordt volgens dezelfde Leninistische principes bestuurd als de opponenten, waardoor hij een coup wist te voorkomen.

Het confucianisme wordt nergens zo agressief gepredikt als in het Singapore, waar Lee trachtte een Chinese ubermensch te creeren door huwelijken te bevorderen tussen Chinese academici. Terwijl Chinezen door de Britten naar de Leeuwenstad waren gehaald als gastarbeiders, importeren zij nu op hun beurt huisbedienden uit de Filippijnen, bouwvakkers uit Indonesie, terwijl de Maleisiers het huisvuil mogen ophalen.

Naast Japan maakt de sinoloog Elegant zich het meest zorgen over de Volksrepubliek China. Hij zwalkt, zonder een keuze te maken, tussen voorspellingen dat China over tien jaar zijn potentieel als economische wereldmacht heeft waargemaakt of daarentegen blijft ingekapseld door zijn gerontocratische despoten. Er zijn nog altijd twee naast elkaar bestaande staten: de onderwereld, waar de gewone burgers nu op hun oude fietsen rondrijden en de bovenwereld waar de elite in 'geheime steden' in extravagante luxe leeft. Elegant heeft als zovelen zijn optimisme verloren dat China erin zal slagen om zich te transformeren van een semi-feodale Marxistisch-Leninistische dictatuur in een twintigste eeuwse industriele staat. Het grootste gevaar dat China bedreigt ziet Elegant evenwel in haar voortgaande bevolkings-explosie. Extrapolerend rekent hij voor dat over tien jaar China een bevolking van 1, 4 miljard inwoners zal hebben. Dit is een verdrievoudiging in slechts vijftig jaar.

Ondanks dit alles is Pacific Destiny geen goed boek. Elegant negeert ondanks veertig jaar ervaring een journalistieke wet: schrijf puntig. In plaats daarvan kabbelt het boek, dat naast de bovengenoemde landen ook hoofdstukken aan Indonesie, de Filipijnen, Indochina, en Hongkong wijdt, 512 bladzijden lang van de ene naar de andere anekdote voort. Daar tussen door staat evenwel veel dat de moeite van het lezen waard is.

    • Hans Vriens