'Asielverzoeken goed en sneller selecteren '; Uitgeprocedeerde asielzoekers moeten worden uitgezet

DEN HAAG, 22 jan. - Twintig tot dertig procent van de asielzoekers in Nederland dient een volstrekt kansloos verzoek in. Een groot aantal van hen zoekt slechts om economische redenen toevlucht. Tot die conclusie komt de zogeheten commissie-Mulder die in opdracht van staatssecretaris Kosto (justitie) de asielprocedure heeft onderzocht.

Om het ambtelijk apparaat en de rechterlijke macht enigszins te ontlasten van de voortdurende toevloed van asielzoekers - van bijna 6.000 in 1986 tot 21.000 vorig jaar - moet er bij de afhandeling van de asielverzoeken “vooral heel goed geselecteerd worden”, zegt voorzitter Mulder.

In het bijzonder ten aanzien van twee categorieen asielzoekers kan Justitie veel sneller werk leveren. Zij van wie na een eerste gesprek kan worden aangenomen dat ze kennelijk ongegrond een verzoek indienen en zij van wie juist evident is dat ze in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning. Voor deze asielzoekers moet Justitie binnen 42 dagen een beslissing nemen, adviseert de commissie. Voor de resterende asielzoekers, de moeilijke gevallen die veel onderzoek vergen, moet uiterlijk binnen 1, 5 jaar worden beslist.

In het huidige systeem is het zo dat ook apert kansloze asielzoekers de hele juridische aanvraagprocedure doorlopen en daarmee belasten. Volgens medewerkers van het ministerie van justitie komt het zelfs regelmatig voor dat sommigen alleen een verblijfsvergunning vragen zodat ze in een opvangcentrum gratis onderdak hebben terwijl ze overdag bollen plukken. Daardoor kan het soms jaren duren voordat een definitieve beslissing is genomen.

Voor de twee genoemde gevallen asielzoekers moet het overschrijden van de 42-dagen termijn in de toekomst consequenties hebben. In dat geval gaan de termijnen gelden die ook voor de moeilijke gevallen worden toegepast. Is er binnen 1, 5 jaar nog geen besluit dan krijgt de asielzoeker een tijdelijke vergunning voor verblijf en mag hij de arbeidsmarkt op of komt hij in aanmerking voor sociale voorzieningen.

Tegen dat laatste voorstel heeft Kosto onmiddellijk stelling genomen. Het geven van een verblijfsvergunning bij termijnoverschrijding kan betekenen dat “er krampachtige en onzorgvuldige” besluiten worden genomen om de gestelde termijnen te halen.

Kansrijker is het voorstel van de commissie om de rechter in kort geding te ontlasten. In de huidige situatie kan een asielzoeker die zijn verzoek in eerste instantie ziet afgewezen via een kort geding schorsende werking van dit besluit vragen om te voorkomen dat hij onmiddellijk het land wordt uitgezet. De commissie stelt voor dat een asielzoeker na afwijzing terecht kan bij de afdeling rechtspraak van de Raad van State. Gaat hij in beroep dan kan hij niet worden uitgezet zodat de civiele rechter niet meer te hulp hoeft te worden geroepen. De administratieve rechter moet ook binnen een nog vast te stellen termijn de zaak behandelen.

Advocaten hoeven echter niet bang te zijn dat ze minder werk krijgen. De commissie wil dat advocaten onmiddellijk in contact treden met asielzoekers zodat ze hen terzijde kunnen staan bij het indienen van een verzoek. Nu komt de raadsman vaak pas in actie als een asielzoeker het land dreigt te worden uitgezet. De advocaat spant vervolgens onmiddellijk een kort geding aan al was het maar om tijd te winnen zodat hij het dossier kan bestuderen. Advies van advocaten moet het voor Justitie makkelijker maken de eerste selectie te verrichten.

Uit een onderzoek dat het adviesbureau Holland Consulting Group in opdracht van de commissie heeft verricht, blijkt overigens dat aan de eerste gesprekken die de contactambtenaren met asielzoekers voeren, het nodige te verbeteren valt. Contactambtenaren voeren het gesprek als betrof het een politieverhoor en zijn vooral op zoek “naar tegenstrijdigheden in het verhaal van de asielzoeker”, zo luidt een van de punten van kritiek.

Ten aanzien van de ongeveer 7.100 asielzoekers die niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning maar hier worden 'gedoogd' omdat ze niet naar hun land van herkomst kunen worden teruggestuurd, adviseert de commissie een tijdelijke verblijfsvergunning te geven. Dat laatste geldt niet voor degenen die hun papieren hebben zoek gemaakt en die dus niet kunnen worden teruggestuurd omdat Justitie niet weet wat het land van herkomst is.

Kosto laat weten bang te zijn voor de consequenties voor de arbeidsmarkt en sociale zekerheid als gedoogden toch een vergunning krijgen. Volgens de commissie kost het regelen van opvang voor een asielzoeker echter even veel geld als het verstrekken van een normale bijstandsuitkering.

De commissie-Mulder laat ten slotte ook weten van mening te zijn dat asielzoekers die volledig zijn uitgeprocedeerd, dienen te worden uitgezet. Gebeurt dit niet, zoals nu vaak het geval is, dan verliest het systeem zijn geloofwaardigheid. Over hoe het toezicht op illegale vreemdelingen en het uitzetten dient te gebeuren, laat deze commissie zich niet uit. Dat is het werk van de zogeheten commissie-Zeevalking die later dit jaar rapport uitbrengt.