Afgelast

Een van de onaangenaamste dingen in sport is het niet doorgaan van een gepland evenement. Daarvoor kunnen natuurlijk goede redenen bestaan, maar uit het oogpunt van een sporter die naar zijn prestatie heeft toegeleefd, is het iets zeer onaangenaams.

Dat geldt ook voor recreanten. In mijn eigen voetbaltijd, doorspekt met veel missers, afgewisseld met schaarse momenten van succes, maakte zich een doffe wanhoop van mij meester als de lijst van afkeuringen voor het raam van de tabakshandelaar dat hatelijke blauwe streepje door mijn wedstrijd vertoonde. Ontheemd fietsten we huiswaarts en de rest van de dag kwamen we niet op dreef. Er was ons een dierbaar speeltje afgepakt. Weliswaar tijdelijk, maar toch. En we verdachten terreinbeheerders, consuls en scheidsrechters ervan onder een hoedje te spelen en een monsterverbond te hebben gesloten met het kwalijke doel ons te verhinderen lekker achter die bal aan te jagen. Waren we eenmaal bij het veld aangekomen en deed de arbiter wat de consul verzuimd had (plassen tellen en afkeuren) dan waren we bereid tot grimmige discussies, zelfs al meldde ons verstand dat er nauwelijks te voetballen viel onder die miserabele omstandigheden.

Bij de profs ligt dat soms ingewikkelder. Een paar dagen extra rust kan blessures doen genezen, maar het kan ook zijn dat die ene wedstrijdschorsing van die speler die spelbepalend voor het elftal is, die dag beter was uitgekomen dan de volgende week tegen een sterker geachte tegenstander. Intussen mag je je afvragen of er nu werkelijk slechts twee terreinen in heel het vaderlandse betaalde voetbal afgelopen weekeinde bespeelbaar waren: de fraaie accommodatie van PSV en het hobbelveld in Waalwijk? Ook was het niet overal elders zo mistig, dat voetballen zinloos was geworden. Ik zelf was onderweg naar Doetinchem om De Graafschap tegen NAC te zien spelen, waarbij ik zo lichtzinnig was geweest niet tevoren de Teletekst-berichten te raadplegen. In de war vanwege de Golf? Misschien, want het zijn vreemde dagen. Met een tijdsindeling welke sterk afwijkt van de normale. Ik denk dat veel beroepsvoetballers op de training niet volledig met hun concentratie bij hun werk zijn geweest en het zou me niet verbaasd hebben indien het bezoek aan de wedstrijden een stuk lager zou zijn geweest dan in iets rustiger tijden. Hoe is het anders te verklaren dat die ene wedstrijd die zondag in de eredivisie doorgang vond slechts 1800 toeschouwers trok? Met het amateurvoetbal in Noord-Brabant afgelast en al het semi-profgebeuren eveneens doorgestreept, zou men toch verwacht mogen hebben dat er een massale trek naar Waalwijk op gang zou zijn gekomen? Maar daarvan bleek niets. Slechts een Gideonsbende bevolkte de tribunes.

Daarbij komt dat de KNVB iets minder haast kan hebben om de eindstreep van het seizoen 90-91 te bereiken dan vorig jaar toen de eindronden van het wereldkampioenschap aan de einder verschenen. Indien de winter geen bijzonder lange staart krijgt, is er niets aan de hand wat de afwerking van de competitie betreft. De combinatie van slechte velden, hier en daar mist en weinig publiek vraagt dan om uitstel. Waarbij mijn herinnering teruggaat naar ontmoetingen die met alle geweld doorgang moesten vinden zoals ooit een interland Nederland-Belgie in Rotterdam, waarbij de vrees voor onbespeelbaarheid tot verkrampte pogingen leidde om de grasmat droog te krijgen. En het allergekste dat ik ooit meemaakte geschiedde in Istanboel. Daar moest Ajax voor een Europese beker tegen Fehnerbace voetballen. Het veld riep associaties op met een Fins merengebied. De Roemeense arbiter betrad wijlen de grasmat en wierp een bal omhoog. Die belandde in een royale plas en dreef daar doelloos rond. “Afgekeurd”, riep de fluitist en niemand sprak hem tegen. Een dag later, toen het evenmin een moment droog was geweest, betrad hij het stadion opnieuw. Er was kolengruis in de plassen gestrooid maar verdwenen waren ze allerminst. Opnieuw wierp de heer Richter een bal omhoog, die even troosteloos als 24 uur tevoren in een plas bleef drijven. “Goedgekeurd”, riep de arbiter. Zijn verklaring was even simpel als geniaal: “Als het erg lang regent wordt het veld beter”. De wedstrijd ging dus door en omdat Ajax won verstomden de Amsterdamse protesten snel. Piet Keizer scoorde in dat Turkse zwembad trouwens een van de mooiste treffers uit zijn loopbaan. Eerst viste hij de bal uit een plas en joeg het ding vervolgens van verre in de hoek van het doel.