Vrees voor stigma leeft in Paradiso

AMSTERDAM, 21 jan. - Al na een paar minuten onderbreekt discussieleider A. Aboutaleb de eerste spreker. Hij laat CNN aanzetten en geeft zelf commentaar. “Er zijn zes Iraakse raketten op weg naar Saoedi-Arabie”, meldt hij. Woedend stapt een meisje naar voren. “Er zijn voortdurend aanvallen op Irak en daar onderbreek je de discussie niet voor”, roept ze uit. Aboutaleb laat weten “zeker geen partij” te kiezen. “We willen u slechts op de hoogte houden.”

Zondagavond, acht uur. In het matig bezette Amsterdamse Paradiso heeft een debat plaats onder de titel 'Het beeld van de vijand'. Vier uit etnische minderheidsgroepen afkomstige sprekers discussieren over de gevolgen van de Golfoorlog voor Nederlandse Koerden, joden, Palestijnen, Turken en Marokkanen. A. Daskapan, adjunct-directeur van het Regionaal Centrum Buitenlanders in Den Haag, verwijt de media een taalgebruik te hanteren “dat bepalend is voor de opinievorming en waarvan de islamiet steeds meer de dupe dreigt te worden”.

R. Naftaniel, directeur van het Centrum voor Informatie en Documentatie Israel (CIDI), wijst erop dat zowel in joodse als in islamitische kring het gevaar dreigt dat de bevolking van de landen in het Midden-Oosten vereenzelvigd wordt met de respectievelijke regimes. “Ik hoor steeds vaker dat Arabieren onbetrouwbaar zijn. Dat is typische westerse arrogantie”, aldus Naftaniel. “Dergelijke opmerkingen klinken mij maar al te bekend in de oren.”

L. Jaffar, de Palestijnse voorzitter van de stichting Joods-Palestijnse Dialoog, meent dat er door de Golfoorlog “veel vuil naar boven komt”. Volgens haar worden als zodanig herkenbare islamieten regelmatig op straat aangesproken met: “He jij daar, wat doe je hier nog? Moet je niet meedoen aan de jihad?” Jaffar: “En in Frankrijk roepen steeds meer racisten: waarom moeten we helemaal naar Irak om die moslims aan te pakken? Dat kunnen we hier ook wel!” Jaffar is bang dat de joods-Palestijnse dialoog zoals die al acht jaar in Nederland plaats heeft, door de Golfoorlog zal stagneren.

De Iraakse Koerd S. Ahmad ( “Voor mij is Saddam de grootste vijand” ) zegt nu pas te beseffen dat ook hij islamiet is. “Ik zie er Arabisch uit en ik heb inderdaad een grote snor. Nu loop ik het gevaar ook door de vijanden van Saddam gediscrimineerd te worden”, aldus Ahmad. Volgens hem zijn de Koerden door iedereen verraden, “ook door de Amerikanen, de Tsjechen en de Nederlanders die met hun know-how de vechtmachine van Saddam hebben opgebouwd”. Ook van Saoedi-Arabie en Koeweit wil hij niets weten, “want die sjeiks hebben onze meisjes van Saddam gekocht”.

Als tegen middernacht de discussie ten einde loopt, is de hele complexe situatie in het Midden-Oosten ( “Maar laten we ook Cyprus niet vergeten” ) in een tamelijk chaotische volgorde aan bod geweest. De Koerdische aanwezigen verwijten de Palestijnen hun keuze voor Saddam, de Palestijnen halen uit naar de joden en de Turken zeggen vooral tegen oorlog te zijn. Gespreksleider Aboutaleb sluit optimistisch af met de woorden: “Het mag niet zo zijn dat als wapens spreken, het menselijk verstand heeft gefaald. We kunnen alles altijd nog ten goede keren.”