'Voetbal is sport voor kleine kinderen'

Na Pepsi Cola en McDonalds heeft de Sovjet-Unie met American Football nog een facet van de Amerikaanse samenleving in de armen gesloten.

Sovjet-footballspelers ontmoetten gisteren in Lelystad het Nederlandse team in een kwalificatiewedstrijd voor het Europese kampioenschap. De gasten maakten een fysiek sterke indruk, maar legden het tenslotte af tegen het taktisch sterkere Nederland (30-7). “Ach, als ze een paar jaar de tijd krijgen worden ze vanzelf lastig. Ik vond ze nu al heel goed”, complimenteerde coach Jerry Nelms. En daar ironisch aan toevoegend: “Het is alleen jammer dat ze de spelregels niet kennen”.

Twee jaar geleden begon de Sovjet-Unie met het opzetten van footballverenigingen. Onder invloed van de televisie en voorlichting van de Amerikaanse NFL won de sport sterk aan populariteit. “Vooral in Moskou en in Sverdlovsk wilden steeds meer mensen zich actief met de sport bezighouden. Het bleek alleen een groot probleem om voor materiaal te zorgen. De industrie voor sportkleding is in de Sovjet-Unie nog niet zo best ontwikkeld”, verklaarde Vitaly Komarov, de commercieel directeur van de Russische National Association of American Football (NAAF).

Volgens Komarov kent de Sovjet-Unie nu zes professionele teams, waarvan de belangrijkste drie zich in Moskou bevinden. “Wij hebben de Moscow Eagles, de Moscow Bears en de Moscow Swans. Origineel he? Die laatste naam is trouwens niet van mij afkomstig, ha ha”.

Voor botbreuken en ander ongemak hoeven de Sovjet-spelers niet bang te zijn. In het Russische Rode Kruis hebben de teams een toepasselijke sponsor gevonden. De organisatie werft gelden bij aangesloten bedrijven om hiermee diverse sporten, waaronder football, te financieren. Amerikaanse kledingbedrijven nemen een ander, belangrijk deel van de sponsoring voor hun rekening. Hoeveel een speler betaald krijgt kon Komarov niet zeggen want, zo schaterde hij: “Dat is een commercieel geheim.”

De NFL beziet de ontwikkelingen in de Sovjet-Unie instemmend. Enkele jaren geleden is de bond een campagne begonnen de sport ook buiten de Verenigde Staten te promoten. “Wij willen het tot in de Pacific zien spelen. Ons voornaamste doel is football als demonstratiesport op de Olympische Spelen van 1996 in Atlanta te krijgen. In het jaar 2000 moet op de Spelen voor medailles worden gestreden”, verklaarde de Amerikaan John Ralston gisteren. De afgevaardigde van de NFL is coordinator van de afdeling World League of American Football die van eind maart tot eind mei wordt gehouden. Teams uit Europa (waaronder Nederland), de Verenigde Staten en Canada doen aan de wedstrijden mee. Iedere speler krijgt 20.000 dollar uitbetaald voor een contract van vier maanden, waarbij de wedstrijdpremies bij elke touch down of ten yards oplopen. Vier Nederlandse spelers hebben al getekend.

Ralston is ervan overtuigd dat de World Lague op langere termijn de concurrentie met het voetbal aan zal kunnen. “Voetbal? Een prachtige sport voor kleine kinderen. Iedereen kan een balletje trappen zonder dat hij beschadigd wordt”, zegt hij spottend. “Football is het gewoon. Je slaat iemand neer en geeft hem geen kans op te staan. Het is uitdelen of incasseren. Niet geschikt voor mensen met een zwak hart”.

Over het niveau van de Nederlanders toont Ralston zich tevreden. “Het wordt elk jaar beter. Vroeger werd er te lief geblokt. Nu is het wat harder geworden. De mentaliteit is goed. Niet dat 'loosy goosy'-gedoe, maar: we gaan winnen”.

De teamleider van Nederland, Jaap Woudenberg, onderstreept de vooruitgang. “Eigenlijk is het American Football in Nederland nu pas volwassen aan het worden. De sport is enkele jaren geleden niet goed geintroduceerd. We hadden wel teams voor senioren, maar verwaarloosden de jeugd. Dat is de voornaamste oorzaak dat het ledenaantal van de bond de afgelopen jaren niet boven de 1500 is uitgekomen. Het is nu zaak dat mensen wat in American Football gaan zien. Dan krijgen we hopelijk meer sponsors. De meeste jongens betalen de reiskosten uit eigen zak. Als ik zie dat de Sovjet-spelers wel flinke geldschieters achter de zich hebben, dan denk ik: het is ontzettend jammer dat men hier niet in ons gelooft”.