Vilnius: we hebben het recht niet ons over te geven

VILNIUS, 21 jan. - Allen 's nachts is in de Litouwse hoofdstad Vilnius iets te merken van de spanningen die deze Baltische republiek nog altijd in hun greep houden.

“'s Nachts het het gevaarlijk, “ zegt Aurelius Katkevicius, adviseur van de Litouwse president Vytautas Landsbergis. Hij slaapt zelf al tijden niet meer thuis: te gevaarlijk. 's Nachts, zegt hij, kun je militaire vrachtwagens horen met militairen die op zoek naar deserteurs jonge mannen van hun bed lichten. “Je hoort ze dan luidkeels protesteren: Lietuva, Lietuva! (Litouwen, Litouwen!)” Er worden, zegt Katkevicius, inmiddels 31 jonge mannen vermist. “Het zal zo nog een tijd doorgaan, “ zegt hij: “Overdag niets, 's nachts terreur.”

Bovendien blijft de angst voor een aanval op het parlement in Vilnius. De Litouwers versterken de blokkade rond het parlement bij voortduring: de betonnen muren rond het parlement worden steeds hoger, er worden meer prikkeldraad, meer zandzakken, meer flessen met benzine en meer wapens aangevoerd, jachtgeweren, messen, stokken en zelfgemaakte wapens die op het oog niet in staat lijken ook maar een enkel schot af te lossen.

Niet dat de Litouwers zich illusies maken: “Het is allemaal toneeldecoratie, “ zegt Audrus Butkiavicius, de Litouwse minister van defensie. “We zullen het in het geval van strijd niet langer dan een kwartier kunnen uithouden.” Maar aan de inzet van de Litouwers zal het in elk geval niet liggen: het aantal verdedigers van het parlementsgebouw groeit alleen maar, honderden mensen zitten rond het gebouw, bij de kampvuren, pratend, zingend, rokend en thee drinkend. Katkevisius: “En niet alleen wij, niet alleen Landsbergis, zij allen zijn bereid eventueel te sterven als de Sovjets komen.”

Het lijkt hun enige alternatief, als ze een herhaling willen voorkomen van de fout van juni 1940, toen ze vrijwel geen enkel verzet pleegden tegen de annexatie van de onafhankelijke republiek door de Sovjet-Unie.

Voor de fout van toen boeten de Litouwers nog altijd, want geen enkel land heeft Litouwen erkend sinds het zich onafhankelijk verklaarde. Even gloorde in Vilnius enige hoop, toen de IJslandse minister van buitenlandse zaken Jon Baldwin Hannibalsson langskwam, maar dat bezoek verstreek en er gebeurde niets. Integendeel: de Sovjet-Unie is erin geslaagd het thema van de Baltische landen van de Europese agenda in Wenen te houden.

President Vytautas Landsbergis laat zich door dat soort diplomatieke successen van Moskou niet uit het veld slaan: “We hopen met steun van de VS alsnog de status van lid-waarnemer bij het CVSE-overleg te krijgen, “ zegt hij. En, zo voegt hij daaraan troe, het kleine Nederland zou Litouwen daarbij best kunnen helpen. Volgens Landsbergis zou Den Haag door het sturen van een diplomatieke vertegenwoordiger veel nuttigs kunnen doen. “Nederland moet niet zo bang zijn.”

Dat geldt trouwens ook voor Polen, waarmee Litouwen honderden jaren lang een zeer nauwe band heeft gehad. Landsbergis klaagt dat men zelfs daar zeer terughoudend is in het contact met Vilnius uit vrees Moskou voor het hoofd te stoten; tegelijkertijd wordt in Warschau wel een PLO-ambassade gehandhaafd.

Voorlopig moeten de Litouwers, net als de Letten, alles alleen opknappen. Nigole, een 35-jarige wiskundige: “Heb je ooit mensen gezien die ongewapend tegen kogels en tanks opliepen?” Zij was erbij. “En toen de Sovjet-troepen zich meester hadden gemaakt van de tv-toren, liepen al die mensen naar het Onafhankelijkheidsplein. Ze waren bereid hun leven te geven, en dat was geen kwestie van hysterie. Een paar dagen eerder nog lagen mensen met elkaar overhoop, nu was er de gezamenlijke vijand. Alleen de communisten bleven afzijdig, omdat ze bang zijn uitgevallen, maar na enige uren kwamen ook zij.”

Minister van defensie Butkiavicius bevestigt dat. “Ik kan natuurlijk geen cijfers geven, maar onder de verdedigers van het parlement bevinden zich veel Russen, Oekraieners en Polen.” De recente gebeurtenissen hebben ook invloed op de publieke opinie. Een paar weken geleden nog was president Landsbergis in de opiniepeilingen naar de derde plaats gezakt, achter de toenmalige premier Kazimira Prunskiene en de vroegere communistische leider Algirdas Brazauskas. Volgens de jongste cijfers ligt hij inmiddels weer ver voor en wordt zijn beleid gesteund door 95 procent van de Litouwers en 75 procent van de minderheden. Vooral dat laatste is opvallend.

Zijn harde beleid ten aanzien van Moskou, een beleid van confrontatie eerder dan concessies, zal in het lopende conflict nog slachtoffers maken. “We zouden dolgraag andere middelen aanwenden, geweldloze middelen, zoals Solidariteit in Polen en de Tsjechoslowaakse oppositie, “ zegt minister Butkiavicius. “Maar er zijn verschillen. De genoemde landen waren niet bezet - wij wel. Bovendien zijn wij de gekozen macht. En tenslotte: wij hebben de emancipatiebeweging van de republieken in de Sovjet-Unie op gang gebracht. Wij zijn het voorbeeld voor de anderen, en dat is een enorme verantwoordelijkheid. We hebben gewoon het recht niet ons over te geven.”

Litouwen houdt, zeker na de gebeurtenissen van vannacht in Letland, de adem in. Op 19 januari vertelde generaal Varennikov naar Vilnius te zijn gekomen om bloedvergieten te verhinderen. De Litouwers weten nog niet of dat een reddingspoging of een dreigement is. Met “geweld om verder bloedvergieten te verhinderen” heeft dit deel van Europa zo zijn ervaringen. Zoals Augustas, het zevenjarig zoontje van Nigole zegt: “Alleen God kan Litouwen nog redden. Ik vraag me al waarom Hij er nog niet is.”