'Verplichting nakomen bij aanval Irak op Turkije'

DEN HAAG- BONN- BRUSSEL, 21 jan. - Nederland zal zijn NAVO-verplichtingen in elk geval nakomen, ook in een situatie waarin Irak een aanval op NAVO-lid Turkije zou doen. Minister Van den Broek heeft dit verklaard nu men zich in enkele NAVO-hoofdsteden, in het bijzonder in Bonn en Brussel, zorgen maakt over de mogelijkheid dat als gevolg van luchtaanvallen op Irak vanaf Turks grondgebied de NAVO bij de strijd tegen dat land wordt betrokken.

In Belgie zei een woordvoerder van premier Martens vanmorgen dat de regering bij een Iraakse aanval op Turkije de huidige stationering van 18 Mirages in Turkije “opnieuw moet overwegen”. De Duitse bondsregering is evenmin zeker of zij in dat geval zal instemmen met de binnen de NAVO geldende bijstandsverplichting.

Van den Broek zei daarentegen: “Ik zou het heel sterk betreuren als op z'n moment de bondgenootschappelijke solidariteit het zou laten afweten. Ik kan mij dat nauwelijks voorstellen”, aldus de minister. Hij beroept zich daarbij op artikel 5 van het NAVO-verdrag, waarin staat dat een aanval op een als een aanval op allen wordt beschouwd.

Pag. 5: .

v.d Broek: aanval op Turkije geldt als aanval op Navo

Minister Van den Broek stelt zich op het standpunt dat de bombardementsvluchten die 44 Amerikaanse vliegtuigen vanaf Incirlik op het noorden van Turkije uitvoeren een bilaterale zaak tussen Ankara en Washington zijn, ter uitvoering van Veiligheidsraadsresolutie 678.

Ook Duitsland heeft vliegtuigen aan de Turkse grens gestationeerd, 18 (oude) Alpha-jets. Daarnaast zijn er nog zes Italiaanse jagers en heeft Nederland twee eenheden met Patriot-luchtdoelraketten met 180 man personeel nabij de basis Incirlik ingericht.

NAVO-secretaris-generaal Manfred Worner zei dit weekeinde op de Duitse tv: “Er is een duidelijke resolutie van de Verenigde Naties en alle staten wordt gevraagd die actief te steunen. Door deze operaties toe te laten werkt Turkije mee aan de uitvoering van deze resolutie. Niemand kan dus spreken over een provocatie.” Worner noemde het verder “zeer onwaarschijnlijk” dat Irak Turkije zou aanvallen.

Onze correspondent in Bonn tekent hierbij aan:

Als Turkije in het geval van een Iraakse aanval een beroep op artikel 5 zou doen, zou de Duitse regering eerst “alle omstandigheden” willen onderzoeken, zoals zij heeft verklaard. Omdat in de NAVO unaniem op zo'n verzoek moet worden gereageerd, kan de uiteindelijke Duitse positie dus beslissend zijn.

De SPD-oppositie in de Bondsdag, die al tegen het zenden van de Alpha-jets was, heeft bij monde van haar fractieleider Vogel verklaard dat een Turks verzoek om militaire steun zou moeten worden afgewezen. De sociaal-democraten menen dat het hier niet allereerst gaat om een conflict tussen Irak en een of meer NAVO-landen maar om een conflict tussen Irak en de Verenigde Naties.

Wat de SPD betreft kan de Duitse regering alleen op een Turks verzoek om bijstand ingaan als de Bondsdag daarmee vooraf met een meerderheid van twee derde instemt. De SPD baseert zich daarbij op grondwetsartikel 115A, dat regelt hoe regering en parlement moeten bepalen of er sprake is van een aanval op Duits grondgebied of de Duitse veiligheid.

De Bondsregering acht dit artikel in dit geval niet van toepassing, zij meent dat grondwetsartikel 24 in het geding is, waarbij een deel van de Duitse soevereiniteit is gedelegeerd aan een verdragsorganisatie als de NAVO. Vorige week vrijdag heeft kanselier Kohl oppositieleider Vogel beloofd dat de Duitse regering de mening van de Bondsdag in een extra vergadering zal peilen voor zij beslist over haar positie.

Staatsrechtdeskundigen wezen er vanmorgen in Duitse media op dat indien militaire VN-operaties tegen Irak dienen om Koeweit te bevrijden en om de internationale rechtsorde te beschermen, dat uitgangspunt ook binnen de NAVO moet gelden als vervolgens de veiligheid van Turkije door Irak zou worden bedreigd. Bovendien, zo schrijft bijvoorbeeld vandaag prof. Rudolf Dolzer in de Frankfurter Allgemeine Zeitung, zou de buitenlands-politieke vrijheid van handelen van Navo-leden bij voorbaat ernstig worden beperkt als hun rechtmatig handelen in VN-verband achteraf door andere NAVO-leden zou worden “bestraft” met een weigering om steun te verlenen.