Sport moet juist in oorlogstijd

Op de weegschaal van het wereldnieuws slaat de wijzer voor sport slechts een paar onsjes uit.

Er was een oorlog voor nodig om de oogkleppen te verwijderen van degenen die zich niet 365 dagen per jaar bewust zijn van het subjectieve belang van zaken als sport en kunst. Geen enkele sporter zou zich hebben opgewonden als hij tijdens het schakelen van het ene sportprogramma naar het andere niet voortdurend werd geconfronteerd met de indringende wijze waarop CNN het allemaal op hun televisie bracht. Zelfs het zorgeloze zieltje Yvonne van Gennip, kort geleden opnieuw begonnen met schaatsen omdat ze er niet in slaagde haar leven met iets zinvollers inhoud te geven, zei er vorige week geen behoefte aan te hebben onder deze omstandigheden aan het EK deel te nemen. Je kunt je voorstellen dat in landen die direct met het oorlogsgeweld worden geconfronteerd een andere afweging wordt gemaakt, maar het komt wat gechargeerd over wanneer de Zweedse schaatser Gustafson zich afmeldt voor het EK uit vrees voor een terroristische aanslag. De strijd om de Super Bowl in Amerika is een voor de hand liggender doelwit, maar die finale gaat door. “De soldaten zelf willen waarschijnlijk verschrikkelijk graag dat de Armed Forces Network het American Football uitzendt. Ze zouden het kunnen zien als een symbool van hoop”, suggereerde de International Herald Tribune vorige week. Sport moet dus in oorlogstijd. Omdat entertainment moet tijdens de oorlog. Zoals Vera Lynn en Lilly Marlene zongen voor de jongens, moet het moderne entertainment van nu blijven bestaan. Churchill beval dat tijdens de Tweede Wereldoorlog de bioscopen en theaters open dienden te blijven en president Roosevelt drong er in dezelfde tijd op aan dat de honkbalcompetitie moest worden gehouden.

Er is nog een nooit een sportman geweest die de discussie heeft aangezwengeld over de verwerpelijkheid van het gebruik van sportvoeding, terwijl een deel van de wereldbevolking krepeert van de honger. En tijdens de oorlogen in Vietnam en Afghanistan is er in Europa geen wedstrijd afgelast, omdat je het niet kon maken gewichtig te doen over zoiets triviaals als sport. Dat een presentator van een sportprogramma met een bijna verontschuldigende blik de huiskamer inkijkt omdat hij het ook niet kan helpen dat hij ons met zoiets onnozels als schaatsen komt lastigvallen is dan ook eerder een vorm van goedkoop sentiment dan van oprechte betrokkenheid.

    • Peter de Jonge