Snoezelig

Zal staatssecretaris Hans Simons van WVC slagen?

Simons ijvert voor een drastische verandering van de gezondheidszorg. “We moeten proberen over de hele linie kritischer te zijn tegen medicalisering”, zei hij onlangs in de Volkskrant. “Gaan we niet te snel naar de dokter, naar de fysiotherapeut? Gaan we in het ziekenhuis niet te snel door de medische molen van onderzoek op onderzoek?”

Ik blader door dezelfde Volkskrant waarin Simons zijn uitspraken doet en opeens weet ik het met overweldigende zekerheid: nee, zelfs Simons, deze vitale, daadkrachtige, manhaftige staatssecretaris zal niet slagen. Hopelijk heeft hij die morgen niet verder gelezen in zijn ochtendblad. Heeft hij alleen maar verliefd zitten turen naar zijn zwiepende statements.

Je gunt het deze staatssecretaris niet dat zijn blik valt op enkele personeelsadvertenties in het katern 'Gezondheidszorg'. Zijn levenswerk zou voor zijn ogen instorten, hij zou verpletterd worden door het besef dat ook hij machteloos staat tegenover de onuitputtelijke inventiviteit van onze gezondheidszorg.

Neem de advertentie van de R. K. Stichting Verzorgings- en verpleegtehuis Bernardus in Amsterdam. Men vraagt daar voor dertig hoogbejaarde bewoners een 'activiteitenbegeleider-agogisch werker'. Mevrouw M. Hokke van de afdeling Personeelszaken legt uit waarom het hier een aantrekkelijke functie betreft. Hoe je als begeleider met 'deze mensen' kunt 'communiceren'. “Je kunt je verder echt intensief inzetten bij het snoezelen”, aldus mevrouw Hokke, “het aanbieden van zintuiglijke prikkels om de bewoners te stimuleren. Hiermee ben je ongeveer 20 uur per week bezig, in een aangepaste snoezelkamer met speciaal materiaal.”

Hier daagt een visioen van de hel: je bent 81 jaar, en na al die jaren vervuld van weerzin tegen alles en iedereen die zich ongevraagd met je bemoeit, en dan buigt een roomse agoog zich over je heen met de mededeling dat hij je nu naar de aangepaste snoezelkamer gaat brengen. Het is goed bedoeld, maar het doet je toch naar de onaangepaste snoezelkamer van de eeuwigheid verlangen.

Maar laten we eerst even een omweg maken via de 'homeopathische huisarts m-v' waarvoor het college van Burgemeester en Wethouders van Katwijk een oproep plaatst. “In 1988”, zo schrijft het college, “is onder de Katwijkse bevolking een enquete gehouden omtrent de werkwijze van de nieuw aan te trekken huisarts. Uit de resultaten daarvan kan worden vastgesteld dat er voldoende draagvlak bestaat voor de vestiging van een huisarts, welke naast de reguliere huisartsengeneeskunde de homeopathische werkwijze beheerst.”

Diezelfde week kon een vrouw op het nippertje van de dood worden gered, nadat ze zich in Den Haag te lang had laten behandelen door twee homeopathische kwakzalvers van wie er een arts was. Al die homeopaten geven de reguliere geneeskunde op den duur nog een massa werk - een effect dat de gezondheidszorg zeker zal toejuichen. Maar verdient het nu ook aanbeveling dat B en W van Katwijk nagaan of er onder de Katwijkse bevolking voldoende draagvlak bestaat voor kruidenvrouwtjes, acupuncturisten, piskijkers en iatrosofen?

Een advertentie waarop ik inmiddels al zelf gereflecteerd heb, is die van 'medewerker geneeskundige hulpverlening bij rampen m-v' bij de GGD Noord-Limburg. Citaat: “Met de nodige flexibiliteit en pioniersgeest zal vorm moeten worden gegeven aan deze (vrij nieuwe) taak.” De nieuwe functionaris moet behulpzaam zijn “bij het voorbereiden, opbouwen, in stand houden van de organisatie en koordinatie van de geneeskundige rampen.”

Ik bezit alle eigenschappen voor deze (vrij nieuwe) taak in onze gezondheidszorg, temeer omdat ik na zoveel jaren journalistiek toe ben aan een zeer rustige baan. Ik ken bovendien het gebied, want ik ben er opgegroeid, en wat me in al die jaren zo bijzonder is bevallen: er gebeuren nooit rampen. Af en toe wordt er een verkeerde bisschop benoemd, de voetbalclub van Venlo wil nog wel eens uit de eredivisie degraderen, en de Duitse bezetting wordt er elke zaterdag nagespeeld - maar rampen, nee.

Bij een telefoon te zitten die nooit overgaat - is dat niet de uitdaging voor de ware pioniersgeest die onze gezondheidszorg behoeft?

    • Frits Abrahams