Schilder Lupertz: alles draait om mij als genie

NIJMEGEN, 21 jan. - “Dames en heren, de wereld staat in brand. Ik ga thuis CNN kijken. Goedenavond”. Boudewijn Buch liep kwaad weg van de forumdiscussie over het thema kunst en handel, speciaal georganiseerd in Nijmegen ter ere van de Duitse gast, schilder en beeldhouwer Markus Lupertz. Buiten de zaal verklaarde de schrijver dat het hem allemaal teveel was geworden: De Duitse kunstenaar A. R. Penck, naast hem, was stomdronken en op de vraag van gespreksleider Paul Groot of er een verschil was tussen Duitse en Nederlandse engelen, had Lupertz ook nog eens geantwoord dat 'Duitse engelen zwart zijn'. Buch had er geen zin meer in - “Dat gaat me te ver... “ - en hij liet een gehalveerd forum achter.

De uiteindelijk niet gevoerde discussie was onderdeel van de manifestatie 'Lupertz live in Nijmegen'. Er was weliswaar een bescheiden tentoonstelling met een serie houtsneden en een paar bronzen beelden van de kunstenaar ingericht, maar het ging natuurlijk allemaal om de verschijning van Lupertz zelf. Hij las eigen verzen voor: 'I am the meister, Morgens scheiss er, Mittags singt er, Abends beschwingt er, Dich und mich'.

De middag was begonnen met jazz-rockachtige, half geimproviseerde muziek. Lupertz zelf zat aan de vleugel, collega Penck achter de drums, en verder speelden er nog twee opgetrommelde gitaristen mee. Penck stootte oergeluiden uit, die vaak afgewisseld werden met kreten als 'Love and Peace' en 'That's okee'. Na een bevel van Lupertz - 'die Luft soll wenn ich will still sein' -, beantwoordde hij verwarde vragen van kunstacademie-studenten: 'Nein, ich bin kein Lehrer; ich bin ein Meister' en 'Es geht alles um mein eigene Genie'. Daar kwam het zo ongeveer op neer.

Lupertz staat bekend om de vele ringen aan zijn vingers, om zijn maatkostuums en zijn hoofd, dat het midden houdt tussen dat van schilder en voorbeeld Max Beckmann en slechterik Dr. Muller uit Kuifje. Zijn artistieke hoogtepunt lag in het begin van de jaren tachtig toen hij met zijn 'Stahlhelm'-schilderijen voor opschudding zorgde. Wat thema en veelzijdigheid betreft lijkt Lupertz de Armando van Duitsland. Armando zou overigens later op de avond nog als violist optreden in het orkest van Tata Mirando, voordat de band van Hans Dulfer de dag afsloot.

Kunstacademie

De roem en het veelzijdige talent van Lupertz waren voldoende, zo dachtten de organisatoren, om de 1.100 zitplaatsen van De Vereeniging te vullen. Maar dat viel tegen. De hooguit tweehonderd bezoekers waren voor het merendeel kunstacademie-studenten die voor 25 gulden een kaartje hadden kunnen bemachtigen. De zitplaatsen van honderd en honderdvijftig gulden bleven vrijwel leeg. De manifestatie, georganiseerd door een groep Nijmeegse vrienden die elkaar nog van de middelbare school kennen en verder geen ervaring met de kunstwereld hebben, moesten het zonder subsidie stellen, omdat de gemeente Nijmegen het project teveel op de persoon Lupertz vond toegespitst.

Een van de vrienden, Gerry Jilesen, zit wel in de kunst. Hij is in de leer bij Lupertz in Dusseldorf. Hij was het, die de meester naar Nijmegen haalde en die de decors schilderde, die buiten aan de toren van 'De Vereening' hingen. Een van de studenten merkte op dat zijn werk nogal op dat van de meester leek. Lupertz beaamde dat: “Studenten moeten altijd eerst in de stijl van de meester werken”. Een oordeel over de schilderingen van zijn leerling wilde hij zo in het openbaar niet geven. Applaus van de studenten. Jilesen, in beige ribkostuum en rijlaarzen en met vier fonkelende ringen aan twee pinken, vertrok geen spier.

Een select gezelschap nuttigde nog een gesponsorde maaltijd. Het publiek kon voor fl. 32, 50 een 'Lupertz diner' bestellen in het restaurant van 'De Vereening'.