Rede Saddam Hussein

Tekst van de toespraak die president Saddam Hussein van Irak gisteravond hield:

“Roemrijke Irakezen, strijders van Irak, Arabieren en gij gelovigen, waar ge ook zijt. Ons verzet weert zich dapper. Het grote Iraakse volk, onze broeders, onze verwanten - ze strijden op een heroische wijze, met een heroiek die alleen maar de heroiek kan zijn van iemand die gelooft en die strijdt samen met anderen. En zie, de vliegtuigen en raketten van de ongelovige tiran vallen onder de slagen van de dapperen. Hij vraagt zich af hoe de Irakezen het klaar spelen zijn bedrieglijke dromen met zo'n dapperheid en zo'n vastbeslotenheid te weerstaan - de tiran die op een dag met de hulp van God zal worden vernietigd.

Want de dappere Iraakse mannen en de glorierijke Iraakse vrouwen zullen niet toestaan dat de stompzinnige illusie wordt gevoed van de trouwelozen, de verraders, de leugenaars en de verdorvenen, die bij hoog en laag beweren dat de oorlog een zaak van dagen of weken zal zijn.

Ons antwoord zal weldra komen met behulp van de ons door God gegeven middelen die tot dusver maar gedeeltelijk of nog in het geheel niet zijn gebruikt, zoals onze grondtroepen en marine. Wanneer de slag omvangrijker zal worden en alle wapens zullen worden ingezet, zal met Gods wil het aantal doden alleen maar groter worden in de gelederen van de ongelovigen, de onrechtvaardigen en de onderdrukkers.

Op de dag waarop ze meer tijd zullen moeten besteden aan het tellen van hun doden, op de dag waarop de echo van het verzet van de Irakezen tot aan het einde van de aarde te horen zal zijn, op die dag zullen de spotters worden verslagen en zal de uitroep 'God is groot' weerklinken, om de grootste van alle overwinningen te vieren na de grootste van alle veldslagen.

Op die dag zal de kleur van de hemel boven de Arabische natie verschieten, een nieuwe zon zal opgaan en een einde maken van de nacht van ongelovigen, zionisten en onheilige verraders van het type Fahd (de Saoedische koning - red.) Op die dag zal uiteindelijk de poort worden geopend voor de bevrijding van het geliefde Palestina, van Libanon en van de Golan.

Rest ons nog te zeggen tot alle Arabieren, tot alle gelovige strijders en tot allen die achter ons staan: waar ge ook zijt, ge hebt de plicht overal de heilige oorlog te beginnen tegen de machten van het kwaad en hun belangen, opdat uw actie gelijk opgaat met de strijd van uw Iraakse broeders. Als u gevangengenomen wordt, dan zult u in werkelijkheid krijgsgevangenen zijn, zelfs als uw vijanden dat ontkennen; en wanneer de strijd eindigt, dan zult u zeker worden vrijgelaten in overeenstemming met de internationale wetten en conventies. Zo zult u God behagen en trouw zijn aan uw medegelovigen. God is groot. En mogen de ellendigen vernietigd worden.''