Ouderwetse literatuur op slot van Story

ROTTERDAM, 21 jan. - “Een teken van hoop in een trieste week.” Zo karakteriseerde organisator Martin Mooij zondag, de laatste dag, het proza-festival Story International. Het trieste waar hij over sprak, sloeg uiteraard op het uitbreken van de Golfoorlog. Op de twee spannendste avonden van de oorlog, dinsdag en donderdag, bleef de toch al vrij kleine zaal van het Rotterdamse Bibliotheektheater, ondanks een groot aantal reserveringen, gedeeltelijk leeg.

De hoop waar Mooij over sprak, had betrekking op de mogelijkheid dat er de komende jaren weer een dergelijk festival plaatsheeft. De Stichting Story International, die dit jaar voor de financiering en het programma verantwoordelijk was, zal nagaan of het nu afgesloten evenement, net als Poetry International kan uitgroeien tot een jaarlijkse terugkerend literatuurspektakel.

Veel zal daarbij afhangen van het vinden van een solide financiering. De nu gehouden eerste aflevering van Story International heeft nauwelijks op enige overheidssteun kunnen rekenen. De gemeente Rotterdam stelde in eerste instantie slechts 15.000 gulden voor het festival beschikbaar, niet meer dan een fractie van wat jaarlijks aan Poetry International wordt besteed. Bijna al het benodigde geld moest daarom van particulieren en instituten komen. De Gemeentebibliotheek stelde gratis haar zaal en technische apparatuur beschikbaar. Het bemiddelingsbureau van Jurriaan Fransman slaagde er op korte termijn in enkele belangrijke sponsors te vinden. En de organisatie was voor een groot deel in handen van vrijwilligers.

De komende tijd wordt uitgezocht welke bedrijven en instellingen bereid zijn hun eenmalige bijdrage om te zetten in een vaste, en welke nieuwe financiers er te vinden zijn. Ook wordt nagegaan of het mogelijk is een grotere, duurdere, zaal te huren. Mooij zou graag een ruimte hebben waar twee of drie keer zoveel mensen in kunnen. “Op de goed bezochte avonden, zoals de vrijdag, moesten we nu honderden belangstellenden teleurstellen.”

Reunie

De slotmiddag van het eerste Story International werd gisteren door Mooij zelf gepresenteerd. De middag was aangekondigd als een Vlaams-Nederlandse uitwisseling, maar gaandeweg kreeg het programma het karakter van een reunie. Mooij had, zo te zien, de gelegenheid te baat genomen voor zijn programma in ieder geval een aantal schrijvers uit te nodigen met wie hij de afgelopen twintig jaar als medewerker van de Rotterdamse Kunststichting en later bij Poetry International veel contact had gehad.

Op een buitenstaander maakte het allemaal een wat vreemde indruk. Zonder veel verhelderende toelichting werden de optredenden door Mooij als oude vrienden aangekondigd. De al jaren aan Rotterdam en de Rotterdamse Kunststichting verknochte Bob den Uijl werd voor een kort verhaal op het toneel genood ('Bob, ik ben hier heel blij mee en dat wil ik maar zeggen'). Hetzelfde overkwam de al wat oudere Belgische schrijvers Paul de Wispelaere, Jef Geeraerts ('u hebt hem kort geleden nog gezien in het tv-programma van Karel van de Graaf') en Hugo Raes ('ontzettend fijn dat je ook deelneemt').

Ik kan niet zeggen dat de voordracht van de oude getrouwen me erg boeide. Het was aardig hun gezichten nu eens van nabij te zien, maar hun literatuur behoort waarschijnlijk voorgoed tot een voorbij tijdperk. De 'wolkenzeeen' in het werk van Hugo Raes of een De Wispelaere, die 'warm water uit de gave roze opening' van een meisjesstudente laat stromen: ik kan er weinig enthousiasme voor opbrengen.

Wat Marion Bloem en Monika van Paemel gisteren lieten horen, was gelukkig sprankelender. De Belgische Van Paemel las voor uit een binnenkort te verschijnen boek over Antwerpse joden die Jeruzalem bezoeken. Marion Bloem vertelde een knap verhaal over twee militairen die herinneringen ophalen aan hun tijd in het KNIL. Na het verdwijnen van twee soldaten wilden ze als represaillemaatregel twintig Indonesiers neerschieten. De soldaten blijken echter niet door Indonesiers te zijn gedood, maar door een kaaiman. De kaaiman komt er beter vanaf dan de Indonesiers. Hem wordt geen haar gekrenkt. Als je een kaaiman doodt, straffen de goden.