Notities bij de oorlog

Het begin van de oorlog verliep 'volgens plan', verklaarde de Amerikaanse legerleiding. Dat lijkt voor de hand te liggen: waarom was er anders maandenlang geoefend? Toch laat de militaire geschiedenis zien dat grote veranderingen in een oorlog schering en inslag zijn. In hun standaardwerk over de tweede wereldoorlog (Total War) benadrukken Calvocoressi, Wint en Pritchard voortdurend hoe moeilijk voorspelbaar het verloop van een militaire actie is.

Churchill hoefde dat niet meer te leren na de tragische afloop van het avontuur in de Dardanellen. De Amerikanen leerden die les nog eens tijdens de bevrijding van Italie in 1943-44. Bij de landingen in september 1943 was iedereen ervan overtuigd dat Rome in drie maanden kon worden bevrijd. Het werden er negen: pas twee dagen voor de invasie in Normandie van juni 1944 hadden de geallieerden Rome bereikt. Van het plan om de invasie in Normandie vanuit Italie en Zuid-Frankrijk te steunen, kwam vrijwel niets terecht.

Scherp blijkt uit Total War dat het niet alleen de gewaagde acties zijn, zoals de parachutistenaanval op Arnhem in 1944, waarvan de uitslag onvoorspelbaar is. Ook de grote strategische manoeuvres zijn heel onzeker. Direct na de invasie van Normandie, bijvoorbeeld, toch de meest zorgvuldig geplande actie van de oorlog, was er een nare verrassing: de slag om Caen, de eerste belangrijke stad die genomen moest worden op weg naar Parijs, duurde veel langer dan verwacht. Het plan van de invasie hield in de verovering van Caen al tijdens D-day; dat lukte niet, en een zware aanval drie weken later werd ook afgeslagen door de Duitsers. Pas in het midden van juli veroverde Montgomery na een twee-weekse actie met zware luchtbombardementen de stad die al op D-day had moeten vallen. De 10 kilometer tussen het bruggehoofd op 'Juno Beach' en Caen kostten veertig dagen in plaats van (volgens plan) een dag.

De auteurs van Total War schrijven als volgt over de eerdere fase van de oorlog in 1942 en 1943 toen de geallieerden hun acties voorbereidden in het Middellandse-Zeegebied: “Er waren helemaal geen lange-termijnplannen of blauwdrukken, geen conferenties om de grote beslissingen te nemen die - als we boeken over strategie zouden geloven - moeten voortvloeien uit systematisch beraad in een duidelijk overlegstructuur. De invasie van Sicilie en daarna de landingen op het vasteland van Italie kwam pragmatisch tot stand: iedere nieuwe actie volgde wel logisch op een noodzakelijk eerder succes elders, maar er was geen van tevoren opgesteld draaiboek voor de hele campagne.” Daarom is het zulk goed nieuws dat de oorlog tegen Irak zich in de eerste fase 'volgens plan' ontvouwde: het is een hoopgevend signaal dat de tegenstander heel zwak is.

In tegenstelling tot Amerika en Groot-Brittannie heeft Nederland nog een leger met dienstplichtigen. Waarom eigenlijk? Is een van de twee klassieke argumenten tegen een beroepsleger nog van toepassing? Niemand zal nog willen beweren dat een beroepsleger in Nederland zich in de politiek zal willen mengen. Ooit was dat een goede reden om te werken met dienstplichtigen, maar nu niet meer. Evenmin lijkt het waarschijnlijk dat toekomstige militaire conflicten zo direct het overleven van Nederland als natie raken dat het billijker is om de verdediging van het vaderland tot een algemene plicht te maken. Daarom heeft Israel bijvoorbeeld terecht een nationale dienstplicht.

Maar ons vaderland is niet voorzienbaar in gevaar, en het zal eerder onze taak zijn om snel en efficient te assisteren bij verre oorlogen in instabiele regio's van de Derde Wereld. Niet toevallig benadrukte president Bush in zijn toespraak het feit dat alle Amerikaanse militairen in dit verre conflict vrijwilligers waren.

De argumenten voor een beroepsleger worden steeds sterker. Het economische argument - een beroepsleger moet wel goedkoper zijn zodra we rekening houden met het gederfde inkomen van de dienstplichtigen - komt voor mij niet op de eerste plaats. Veel belangrijker is dat een beroepsleger beter kan vechten en met minder slachtoffers de oorlog kan winnen. Geavanceerde technologie vereist professionals, en die kunnen langer en gevarieerder trainen - ook in het buitenland - dan de dienstplichtigen.

De technologie pleit hevig voor een beroepsleger. De tijd van marcherende infanteristen is voorbij en de potentiele verliezen aan mensenlevens worden alleen maar groter wanneer haastig opgeleide dienstplichtigen te velde trekken. Oorlog is een kapitaalintensieve 'bedrijfstak' geworden, en die geavanceerde apparatuur hoort in handen van professionals. Logistiek ligt het ook meer voor de hand om een klein beroepsleger te trainen voor actie waar ook ter wereld, dan om grote aantallen jongelui een basistraining te geven op de Veluwe.

De discussie over een beroepsleger is te ernstig om te blijven steken op het niveau van columns en hoofdartikelen. Nederland zou - net als de VS twintig jaar geleden - een zware commissie moeten instellen om te onderzoeken of een beroepsleger de voorkeur verdient. Op 27 maart 1969 stelde president Nixon zo'n commissie in met als voorzitter een oud-minister van defensie en als leden o.a. twee generaals en de economen Milton Freedman (Nobelprijswinnaar) en Alan Greenspan (nu voorzitter van de Amerikaanse centrale bank). De commissie overtuigde eerst zichzelf en daarna de generale staf van de strijdkrachten. De dienstplicht voor mannen verdween en Amerika kreeg een beroepsleger (met nu in de Golf al meer dan 10 procent vrouwen).

Nu blijkt in de Golf hoeveel makkelijker de officieren kunnen werken met militairen die en vrijwilliger zijn en door een keuring zijn gekomen die veel strenger is dan die voor dienstplichtigen. Bijna alle soldaten hebben nu ten minste middelbaar onderwijs; in de tijd van het Vietnamconflict moest de leiding ook werken met zwak-begaafde dienstplichtigen. Ook de harmonie tussen blank en zwart is in dit professionele leger veel beter dan vroeger. De kwaliteit van het personeel is hoger, het moreel veel sterker, en dat zijn twee cruciale voordelen bij elk militair conflict.

De nieuwe situatie in Oost-Europa vraagt in ieder geval om een ander defensie-beleid. Wat belet Nederland om een commissie-Van Mierlo (oud-minister van defensie) in te stellen en te onderzoeken of ook wij nu klaar zijn voor een beroepsleger?

    • E. J. Bomhoff