Meer rechten voor gedoogden

DEN HAAG, 21 jan. - De ongeveer 7.100 asielzoekers die geen permanente verblijfstitel krijgen maar om humanitaire redenen worden gedoogd, moeten in aanmerking voor normale sociale voorzieningen en toegang krijgen tot de arbeidsmarkt.

Dit schrijft de zogeheten commissie Mulder - die de asielprocedure heeft geanalyseerd - in een rapport dat vanmiddag zou worden overhandigd aan staatssecretaris Kosto (justitie).

De 7.100 asielzoekers - die technisch gezien uitgezet kunnen worden omdat hun asielverzoek is afgewezen - worden nu in Nederland gedoogd omdat uitzetting naar het land van herkomst risico's voor de betrokkenen kan opleveren. De gedoogden verblijven nu in asielzoekerscentra en gemeentelijke opvangplaatsen waar ze veertig procent van alle plaatsen voor asielzoekers bezetten. De commissie concludeert dat hierdoor de “doorstroming stagneert”.

De commissie stelt voor dat de gedoogden een zogeheten tijdelijke vergunning tot verblijf krijgen die per jaar wordt verlengd. De houder van deze speciale vergunning tot verblijf heeft toegang tot de arbeidsmarkt en wordt voor de sociale voorzieningen als gewone ingezetene behandeld. De commissie zal in maart adviseren over de vraag of deze gedoogden ook in aanmerking moeten komen voor normale huisvesting en onderwijsvoorzieningen. Heeft een gedoogde drie jaar een speciale vergunning gekregen dan “kan voortgezet verblijf niet meer worden geweigerd op grond van verbetering van de situatie in het land van herkomst”.

De meeste gedoogden in Nederland zijn afkomstig uit Sri Lanka, Iran of Irak. In het huidige systeem mogen ze in Nederland niets doen.

De commissie zegt dat ten aanzien van een deel van de asielverzoeken een snelle besluitvorming wenselijk en mogelijk is. Ze stelt een systeem van drie procedures voor: een procedure voor kennelijk ongegronde asielverzoeken, voor kennelijk gegronde asielverzoeken en een procedure voor de overige gevallen. Deze derde procedure is bestemd voor verzoeken die veel onderzoek en dus tijd vergen.

Voor de procedures moeten strikte termijnen in acht worden genomen. Voor de procedure van kennelijk ongegronde verzoeken wordt een termijn van 42 dagen voorgesteld. Aan het niet naleven van termijnen moeten volgens de commissie, overigens niet nader aangeduide, rechtsgevolgen worden verbonden.