Luistervink A. Kofman volgt geallieerde communicatie; In contact met het front

Dat Annis Kofman (35) uit Bergen aan Zee zich de afgelopen week nauwelijks uit de rechterhelft van de echtelijke lits-jumeaux oprichtte, heeft niets te maken met een kwakkelende gezondheid.

Hij verkeert in topvorm en heeft, zoals meestal zodra rampspoed en tegenslag de mensheid treffen, aan een paar uur slaap genoeg. Zijn vrouw nokte mokkend af naar de logeerkamer, waar ze niet in haar nachtrust wordt gestoord door krakende radiosignalen, die de amateur via drie korte-golfontvangers en vier breedbandscanners rechtstreeks van de laatste ontwikkelingen in de Saoedische woestijn en boven het Iraakse luchtruim op de hoogte houden. Naargeestige piep- en fluittonen snerpen door de ruimte, diverse lampjes in de high-tech geluidswal die een flink deel van de slaapkamer in beslag neemt, floepen aan en uit. “Ik blijf dus maar met m'n kleren aan onder het dekbed liggen, anders zit ik hier te kleumen van de kou”, zegt Kofman. Bij elk woord kringelt als gevolg van de lage kamertemperatuur een dampwolkje uit zijn mond.

Zijn belangstelling richt zich vooral op de interne communicatie tussen de geallieerde commandocentra en de gevechtsvliegtuigen of bommenwerpers. De informatie die hij uit de gesprekken oppikt, speelt hij desgevraagd graag door aan het ANP en de samenwerkende omroepen, al bespeurt Kofman soms enige aarzeling bij de media om zijn conclusies terstond wereldkundig te maken.

“Toen donderdagnacht het luchtalarm boven Israel afging, ving ik twee minuten later al de melding op van een Amerikaanse officier die het over een incorrect tone had. Loos alarm dus. Iemand had per ongeluk op de verkeerde knop gedrukt. Ik heb dat onmiddellijk doorgebeld aan Den Haag en Hilversum, maar die konden het bericht niet bevestigd krijgen en deden er niets mee. Pas een uur later zei CNN dat er sprake van loos alarm was geweest. Jammer hoor, Nederland had de primeur kunnen hebben”, verzucht Kofman.

Zijn vrouw, troostend: “Het is voor die mensen ook moeilijk te begrijpen, dat iemand in Bergen vanuit z'n bed beter zou weten wat er aan de hand is dan de journalisten ter plekke.”

Kofman omschrijft zichzelf als een “elektronica-freak”. Wat twintig jaar geleden begon met de eigenhandige fabricage van een in elkaar gesoldeerde buizenradio, groeide uit tot een nauwelijks nog te beteugelen bezetenheid. Hij volgde just for fun de opleiding tot beedigd radio-officier bij Radio Scheveningen. Sindsdien stroopt hij alle politie-, visserij-, luchtvaart- en portofoonbanden af alsmede alle bereikbare overige radiofrequenties op zoek naar nieuws dat tot dusver onopgemerkt bleef. Zo drong de noodkreet van een zendamateur uit Kiev, die details verschafte over een kernramp bij Tsjernobyl, door tot zijn slaapkamer. Kofman gaf er ruchtbaarheid aan en vanaf dat moment was de catastrofe wereldnieuws, dat de Russen niet langer konden ontkennen.

Nog altijd kan hij zich voor zijn hoofd slaan dat hij geen bandrecorder onder handbereik had toen hij president Nixon in eigen persoon vanuit zijn vliegtuigje hoorde schelden op de inbrekers die hem de Watergate-tapes ontfutselden. De ontvoering van Heineken en Heijn, de ramp met de veerboot Herald of Free Enterprise, de explosie op het olieplatform Piper Alfa, premier Lubbers die via de autotelefoon crisisberaad met collega-ministers voert: Annis Kofman zit om zo te zeggen steeds op de eerste rij, onveranderlijk met rode konen aan zijn apparatuur gekluisterd. Een geoefend oor stelt hem in staat de kakofonie van stemmen die uit de luidsprekers komt te ontwarren. Feilloos zeeft hij uit de ruim vierhonderd kanalen de mededelingen die hem voor de rest van de mensheid van belang lijken.

“All aircrafts are clear to take off to Oscar-Romeo-destinations. Confirm destinations with MAC-command of control”, bast op metalen toon een nieuw commando over de korte golf. Er volgt een lange opsomming van de esquadrons die zich in staat van paraatheid brengen om het vuur te openen op doelen in Irak en Koeweit, die met de codeletters O en R (of Oscar en Romeo) worden aangeduid. De ontvangst is glashelder.

Onmiddellijk nadat in augustus vorig jaar de crisis in de Golf losbarstte, begonnen verbindingsofficieren van het Amerikaanse leger de korte-golf-frequenties in dat gebied te testen. Kofman ving er bij toeval iets van op. “Die uitzendingen waren erg technisch, weinig opwindend, maar voor mij toch zeer belangrijk. Er werden dertig frequenties vastgesteld, die ik allemaal noteerde. Als ik dat toen niet had gedaan, zou ik nu niet weten waar ik de communicatie tussen de staven ter land, ter zee en in de lucht kon oppikken”, zegt Kofman. Toen operatie Desert Storm in de nacht van dinsdag op woensdag een feit was, begreep hij onmiddellijk dat van Iraakse zijde weinig weerwerk werd geboden. “Op de achtergrond hoorde je de bommen en granaten inslaan, terwijl de bemanning riep dat er weer een object hit of destroyed was. Er wordt veel met codes gewerkt, die ik niet kan ontcijferen, maar het is de opwinding en de stress die je in de stemmen hoort die het luisteren naar deze berichten zo spannend maken”, legt hij uit.

Kort nadat het vuur was geopend, hoorde hij een piloot in doodsangst herhalen dat hij zich in emergency, emergency bevond. “Daarna werd de verbinding verbroken en was het stil op die frequentie. Ik neem aan dat het toestel naar beneden is gestort.” Toen het nog onzeker was of Israel de Iraakse aanval zou beantwoorden, had Kofman al uit radioboodschappen van het Israelische luchtmachtcommando begrepen dat “keihard zou worden teruggeslagen”.

Hij zet het geluid van zijn batterij ontvangers wat harder. “Vooral 's avonds en 's nachts zijn die signalen zo krachtig dat het metertje krom uitslaat naar rechts”, verduidelijkt hij. Magic Seven Zero wordt met een stem die trilt van paniek verzocht onmiddellijk contact op te nemen met Data Hotel Sixty Six. Na twee klikken klinkt drie keer de oproep Stand by Juliet, gevolgd door een reeks korte pieptonen. “Jammer”, vindt Kofman, “er staat nu iets belangrijks te gebeuren, maar ik kan niet horen wat. Ze gebruiken de frequentie op dit moment om een bericht per computer door te geven. Ik had best willen horen wat ze te melden hadden.” Vanuit zijn bed wijst hij naar een beeldscherm op het nachtkastje. “Wordt aan gewerkt, hoor. Ik ben bezig hier een computer te installeren, zodat ik ook dat soort informatie uit de lucht kan plukken.”

Kofman vindt het niet zo vreemd dat de militaire telecommunicatie zonder problemen op de voet te volgen is. “Het is veel te link om het geluid met scanners te coderen en te vervormen, want die jongens in de bommenwerpers mogen niets aan het toeval over laten. Als zo'n decoder uitvalt, zijn ze aan de heidenen overgeleverd. Dat Irak deze frequenties niet stoort, vond ik aanvankelijk ook wel vreemd, maar er zijn allerlei redenen te bedenken waarom ze dat achterwege laten. Ten eerste zijn die Amerikaanse zenders ongelooflijk sterk; je moet er een signaal met een enorm vermogen tegenover zetten om dat te overtreffen. Ten tweede schuiven de Amerikanen gewoon op naar een andere frequentie als een kanaal gestoord wordt. En ten derde steken de Irakezen uit dit soort mededelingen ook het een en ander op.”

De bejaarde herdershond aan het voeteneinde van het bed van waaruit Kofman de brandhaarden in de gaten houdt, is in slaap gevallen. Zijn gesnurk overtreft bijkans het geluid uit de wereldontvangers. Het is elf uur geweest. “Annis, ik weet niet wat jij doet, maar ik ga naar bed”, zegt mevrouw Kofman.

“Ik denk dat ik nog wel even bezig ben”, antwoordt de radioamateur monter. “Deze oorlog speelt zich vooral in de nachtelijke uren af. Voor mij een geluk bij een ongeluk: dan heb ik de beste ontvangst.”

    • Rudie Kagie