Kerken kijken naar Augustinus' leer; 'Oorlogsdoctrine' nog actueel

Voordat president Bush vorige week dinsdagavond het startsein gaf voor de 'bevrijding van Koeweit' en aanvallen op Iraakse strategische doelen, raadpleegde hij onder meer de bekende predikant en evangelist Billy Graham. Graham was allang de 'hofprediker' van diverse Amerikaanse presidenten en steunde destijds president Nixon bij diens Vietnambeleid.

Onder Reagan was de dominee enige tijd persona non grata in het Witte Huis maar nu is hij er terug als geestelijke adviseur van president Bush die naar zijn zeggen een 'herboren Christen' is. Diens opdracht zou dan ook zijn om christelijke waarden en normen te beschermen. En dus gaf Graham de huidige president en daarmee de wapens zijn zegen, nadat hij Bush een paar dagen eerder al 'goddelijke wijsheid en moed' had toegebeden.

Anders dan deze dominee reageerden de Britse, Anglikaanse aartsbisschop Runcie en zijn katholieke ambtsgenoot kardinaal Hume op het uitbreken van de Golfoorlog. Runcie staat in zijn land bekend als een kerkelijk leider die geen blad voor de mond neemt en in het algemeen heel duidelijk pleegt te zeggen waar het volgens hem in christelijke zin om gaat. Zo kwam hij na de Falklandoorlog in botsing met premier Thatcher die hem onpatriottisch gedrag verweet omdat hij in de 'memorial service' in de Westminster Abbey voor de slachtoffers in het verre zuiden van de Atlantische Oceaan, ook de Argentijnse gevallenen wilde gedenken.

Begin deze week vroegen Runcie en Hume premier Major om het oorlogsgeweld in het Midden-Oosten tot een minimum te beperken en erop toe te doen zien dat de de heilige islamitische plaatsen in Irak gespaard worden. Om onder andere daardoor te voorkomen dat de Golfoorlog het karakter van een religieuze krachtmeting tussen christenen en islamieten zou kunnen krijgen.

Bij de beoordeling van deze oorlog en van oorlogen in het algemeen geldt voor vrijwel alle kerken nog altijd de eeuwenoude 'leer van de rechtvaardige oorlog'. In die doctrine gaat het zowel om het recht tot oorlog (ius ad bellum) als het recht in oorlog (ius in bello). De kernpunten van deze leer die in de vierde eeuw door kerkvader Augustinus (volgens de 'volkseditie' van de Encyclopedie van het katholicisme 'een der rijkste genieen der mensheid en de diepzinnigste denker van het christendom') werd geformuleerd, zijn dat oorlog alleen is toegestaan als hij door het wettig gezag is verklaard en als er een 'goede intentie' achterzit. Verder zou oorlog slechts geoorloofd zijn wanneer er een goed resultaat van kan worden verwacht, als alle (diplomatieke) middelen hebben gefaald en hij niet het karakter van pure vergelding heeft. Bovendien mag het middel niet erger dan de kwaal zijn. Wat betekent dat een oorlog niet buitensporig mag zijn en binnen zekere proporties moet blijven.

Bijna alle kerken, behalve die met een strikt pacifistische traditie huldigen nog steeds Augustinus' leer, ook al heeft die in de praktijk meer gediend tot rechtvaardiging van de oorlog dan tot voorkoming daarvan. In Nederland hebben vooral de protestantse theologen G. J. Heering (De zondeval van het christendom, 1928), J. J. Buskes, J. de Graaf en A. J. Raker daar veel aandacht aan besteed en later, in katholieke kring, ook mensen als prof. Schillebeeckx en diens vrienden. Vanzelfsprekend ging het daarbij in het bijzonder om de vraag of oorlogsvoering en de voorbereiding daarop ooit moreel gerechtvaardigd kunnen zijn.

In het algemeen bestaat daarop nog geen eensluidend antwoord, ook al wekken recente uitspraken van de Wereldraad van kerken de indruk dat de hele christenheid iedere vorm van oorlogsvoering uit den boze acht. Grote overeenstemming bestaat er echter wel over de vraag van de morele aanvaardbaarheid van nucleaire strijd en nucleaire dreiging. Die wordt door bijna alle kerken van de hand gewezen omdat het gebruik van massavernietigingswapens immoreel en in strijd met het Evangelie is.

Moeilijker ligt het zeker nu wat betreft de conventionele oorlogsvoering. Zo is het kwestieus of zware bombardementen (het leggen van 'bommentapijten') door B 52's waarbij niets en niemand wordt gespaard, zoals bij Nixons kerstbombardementen in 1972 op de Noordvietnamese hoofdstad Hanoi, niet onmiddellijk scherp veroordeeld moeten worden. Onder andere dat vroeg ik aan de katholieke ethicus A. H. M. van Iersel, studiesecretaris van het Militair pastoraal centrum in Amersfoort die in opdracht van R. P. Bar, bisschop voor de Nederlandse strijdkrachten kortgeleden een notitie schreef over de morele beoordeling van militair ingrijpen in de Golfcrisis. Van Iersel nam zaterdag deel aan de vredesdemonstratie in Den Haag waar de onmiddellijke stopzetting van de oorlog werd verlangd en wijst erop dat oorlogsvoering met het voortduren van de strijd veelal steeds meer op het hellende vlak raakt. Volgens hem worden de ontwikkelingen zowel door Amerikaanse als Europese kerkelijke leiders op de voet gevolgd en zitten zij met de tekst van de leer der rechtvaardige oorlog (waarin sinds de Tweede Wereldoorlog en het Tweede Vatikaans concilie de betekenis van de Verenigde Naties steeds centraler is komen te staan) op de knieen bij de televisie om te checken of van geallieerde kant wel aan Augustinus' doctrine wordt voldaan.

Die waarnemers die voor een groot deel, ondanks het feit dat oorlogsvoering in de bijbel (met name in de Bergrede in het Nieuwe Testament) scherp veroordeeld wordt, geen beginselpacifisten zijn, zullen volgens Van Iersel zien dat een oorlog snel uit de hand loopt als hij minder succesvol is dan politieke en militaire leiders ervan verwachtten. Zo is het, ook los van de principiele vraag of er ooit een morele rechtvaardiging voor oorlog bestaat, duidelijk dat de grenzen van het toelaatbare (ius in bello) snel kunnen worden overschreden. Maar of ontoelaatbaarheden ook algemeen worden veroordeeld hangt af van wie de eindoverwinning behaalt. Na 1945 zijn de massale geallieerde bombardementen op Duitse steden die in geen enkel strategisch doel dienden, immers in het algemeen niet als ontoelaatbaar beoordeeld, maar Duitse bombardementen van Coventry en Rotterdam des te meer.

Dit artikel stond gisteren in onze extra editie.