Jongste versie van Patriot valt niet onder verdrag tegen raketwapens

ROTTERDAM, 21 jan. - De dit weekeinde wereldberoemd geworden Patriot-luchtdoelraket bevindt zich verdragsmatig in een grijze zone. Ontworpen als een raket tegen aanvallende vliegtuigen, kan een nieuwe versie tegen tactische raketten worden ingezet.

In 1972 sloten de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie het zogenoemde ABM (Anti-Ballistic Missile)-verdrag. Dat omvatte een verregaande beperking van (raket)wapens die strategische (intercontinentale) raketten tijdens hun (ballistische) vlucht kunnen uitschakelen. De bedoeling was de wederzijdse afschrikking in stand te houden - het vermogen elkaar nucleair te vernietigen zelfs na het incasseren van een verwoestend atomair offensief. Tijdens de twee ambtsperioden van president Reagan werd de Amerikaanse strategie meer en meer verlegd van afschrikking naar verdediging. SDI (Strategisch Defensie Initiatief) was daarvan het zwaar omstreden resultaat.

Naar de letter genomen valt de jongste versie van de Patriot niet onder het ABM-verdrag. Het verdrag verbiedt systemen die tegen strategische ballistische raketten kunnen worden gericht, maar definieert niet wat strategisch, middellange afstand (intermediate) of tactisch is. Voor de Europeanen bijvoorbeeld was de SS-20 praktisch een strategisch wapen, maar in het vocabulaire van het INF-verdrag was deze raket evenals de Pershing-II 'intermediate'.

Er zijn twee typen ATBM (Anti-Tactical Ballistic Missile)-systemen. De eerste is de verbeterde versie van de traditionele, tegen vliegtuigen opererende raketten. De Amerikaanse Patriot en de Sovjet SA-X-12 zijn de bestaande voorbeelden. In het kader van SDI worden ook geheel nieuwe types ATBM ontwikkeld op basis van technieken die ook tegen strategische raketten kunnen worden ingezet.

In artikel VI van het ABM-verdrag wordt gewaarschuwd dat tactische wapens (gericht tegen raketten voor de kortere afstanden) niet mogen worden beproefd tegen strategische raketten of mogen worden voorzien van het vermogen om tegen dergelijke wapens te worden ingezet. Het onderscheid zou flinterdun kunnen worden en met die mogelijkheid hebben de partijen die het verdrag sloten, rekening willen houden.

De ballistische raketten voor de middellange afstanden kunnen qua snelheid en baan worden vergeleken met sommige typen strategische ballistische raketten, met name die raketten die worden gelanceerd vanuit onderzeeers. Een ATBM die met succes is beproefd tegen een raket voor de middellange afstand beschikt vermoedelijk ook over het vermogen een strategische raket neer te halen. Het ABM-verdrag komt door dergelijke proeven onder spanning te staan. Van Amerikaanse kant is in 1985 van bezorgdheid blijk gegeven over Sovjet-proeven met de SA-X-12 en de SA-10.