Jacht op Scuds stelt de VS nog voor heel wat problemen

ROTTERDAM, 21 jan. - De Amerikaanse strijdkrachten in het Golfgebied beschikken over de meest geavanceerde verkenningsmiddelen en toch is men er tot nu toe niet in geslaagd alle Iraakse mobiele lanceerinstallaties voor de Scud en de verder reikende Al-Hussein raketten op te sporen en te vernietigen. Door de Scuds 's nachts af te schieten en overdag verborgen te houden, stelt Saddam Hussein de geallieerden bij het zoeken naar de raketten voor grote problemen.

Satellieten hebben sinds de invasie van Koeweit op 2 augustus elke vierkante meter Iraaks grondgebied onophoudelijk gefotografeerd. De Amerikaanse inlichtingenmachine weet niet alleen waar objecten staan die gebombardeerd moeten worden, maar - en videobeelden van luchtaanvallen hebben dat aangetoond - ook precies via welke deur of luchtkoker een laser-geleide bom naar binnen moet komen om het meeste effect te sorteren.

Vragen

Het is daarom opvallend hoe directe antwoorden omzeild worden op vragen van verslaggevers over het raketpotentieel van Irak. De Amerikaanse commandant in de Golf, generaal Norman Schwarzkopf, vergeleek het vinden van de mobiele Scud-launchers met het zoeken naar de spreekwoordelijke speld in de hooiberg. Alle vaste installaties nabij de vliegbases H-2 en H-3 in het westen van Irak zijn bij de eerste aanvalsgolven getroffen en nu volgens Amerikaanse woordvoerders uitgeschakeld. Ook zijn vaste voorraadbunkers voor Scud-raketten vernietigd.

Wat overblijft zijn de mobiele Scud-eenheden. De schattingen lopen uiteen, maar voor het begin van de oorlog zou Irak minstens 36 lanceerwagens operationeel hebben gehad. In totaal beschikte Irak over enkele honderden exemplaren van het ballistische projectiel. Een van de redenen waarom exacte aantallen ook door de militaire autoriteiten zo moeilijk te geven zijn, is het uitgebreide nationale Iraakse industrieprogramma voor de modernisering van de bijna antieke Russische Scud-B raketten. Daarbij werden bijvoorbeeld van onderdelen van drie oude Scuds, twee nieuwe Al-Husseins gemaakt. Ook de lanceervoertuigen zijn vernieuwd en wellicht heeft Bagdad er in het geheim meer gebouwd of gekocht dan de geallieerde 'Intelligence' heeft gesignaleerd. In elk geval is Saddam Hussein erin geslaagd een groot aantal mobiele lanceerwagens goed te verbergen.

Een Scud-eenheid bestaat minimaal uit een of meer launchers, tankwagens met de benodigde raketbrandstof, een radarwagen voor windmetingen en enkele voertuigen voor commandovoering en verbindingen. Alles staat op wielen en kan na nachtelijke lanceringen overdag gemakkelijk voor de verkenningsvliegtuigen van de geallieerden verborgen worden gehouden.

Uren

Het vergt enkele uren om een Scud te lanceren. Het kan sneller als de exacte startlokatie van tevoren al is bepaald, want die moet in het richtsysteem van de Scud worden ingevoerd. Voor de trefzekerheid is het ook belangrijk dat atmosferische omstandigheden boven de lanceerplek, zoals windrichting, worden ingecalculeerd.

De vuurpluim van een Iraakse raket wordt opgemerkt door een Amerikaanse DSP-waarschuwingssatelliet, maar die kan niet meer dan een ruwe indicatie geven van de lanceerplaats. Het zijn de Amerikaanse 'Keyhole' fotosatellieten die het eigenlijke speurwerk moeten doen. Minstens vier 'Spysats' in lage omloopbanen tasten bijna continu het Iraakse grondgebied af. De digitaal vastgelegde computerfoto's kunnen via de speciale 'Constant Source' ontvangstterminals direct door het Amerikaanse opperbevel in Riad worden opgevangen. Op de daglichtopnamen zijn de vierassige MAZ 543 lanceertrailers goed te herkennen.

Verkenning bij nacht is een stuk lastiger. Amerika is dan aangewezen op de infrarood-beelden uit de ruimte en op de radaropnamen van de Lacrosse-satelliet. Het onderscheidend vermogen daarvan is echter veel minder. Bij de jacht op de Scuds wordt ook gebruik gemaakt van verkenningsvliegtuigen. De Amerikaanse luchtmacht heeft daarvoor een Vietnam-veteraan van stal gehaald, de laagvliegende RF-4C Phantom. Hoog in de lucht tast de Lockheed TR-1, de opvolger van het legendarische U-2 spionagevliegtuig met een zeer fijngevoelige radar grote delen van Irak af.

Ook de oorspronkelijke U-2 is overigens actief boven de Golf, onder meer voor het afluisteren van cruciale Iraakse radioverbindingen. Militaire radiocommunicatie kan een indicatie geven van een op handen zijnde Iraakse Scud-lancering. De U-2 kan geselecteerde radiokanalen registreren, bijvoorbeeld die van de Iraakse leiders (als ze tenminste al niet zijn uitgevallen) en met een kleine schotel bovenop de romp via een satelliet naar commandocentra in Washington en Riad sturen. Radio-opdrachten van Saddam Hussein of van zijn militaire staf kunnen de lokaties van Scud-eenheden prijsgeven en worden daarom voortdurend afgeluisterd. De frequenties van de Scud-commandowagens, die voor lanceringen contact moeten houden met het Iraakse opperbevel, zijn door RC-135 elektronische verkenningsvliegtuigen vastgelegd en worden continu gepeild.

Tornado

Direct nadat de eerste raketten op Israel waren afgevuurd, zijn ook inderhaast splinternieuwe, en nog nauwelijks operationele Britse Tornado-verkenners uit Europa naar het Golfgebied gevlogen en onmiddellijk bij de massale 'Scud-hunt' boven Irak en Koeweit ingezet. De Tornado's beschikken over warmte-gevoelige videocamera's, die ook plaatsen kunnen vastleggen waar kortgeleden Scuds zijn afgevuurd. De lanceerwagens kunnen dan niet ver weg zijn.

Amerikaanse militairen inspecteren in Riad de plaats waar de resten van een raket zijn neergekomen. (Foto EPA)

Amerikaanse militairen inspecteren in Riad de plaats waar de resten van een raket insloegen. (Foto EPA)

    • Dick van der Aart