Het leven is goed maar de onzekerheid groot in Kairo; 'Als ik aan Saddam denk, barsten mijn aderen van woede'; 'Eindelijk wordt Israel aangepakt door Arabisch land'

KAIRO, 21 jan. - Voor Egypte komt de oorlog in de Golf in snel tempo dichterbij. Nog maar drie dagen geleden waren de meeste mensen hier opgetogen, omdat zij de indruk hadden dat Saddam Hussein een dodelijke klap had gekregen en geen problemen meer kon opleveren. Maar nadat hij zijn Scud-raketten op Israel had afgeschoten, veranderde de sfeer; het bleek dat hij helemaal niet was geliquideerd. En sinds zaterdag realiseert men zich dat Egypte niet zo ver van de gevarenzone is verwijderd als de autoriteiten voortdurend zeiden. Evenmin is hun voorspelling uitgekomen dat Saddam door het overweldigende luchtoverwicht van de geallieerden binnen enkele dagen op de knieen zou worden gedwongen.

Egyptenaren zijn meesters van de hoop; tot het allerlaatste ogenblik verwachten zij dat de dingen primissima zullen aflopen. Zeer velen hadden ook niet gedacht dat het werkelijk tot oorlog zou komen. Saddam zou - hoe bruut en hoe gek hij ook was - zich alsnog uit Koeweit terugtrekken. De Amerikanen zouden met een fantastische dreun een einde aan zijn schrikbewind maken. De media bereidden de bevolking weliswaar erop voor dat het allemaal wel wat anders zou kunnen lopen, maar zij deden dat heel voorzichtig, zodat ieder die dat wilde altijd nog kon hopen, geloven en vertrouwen in een onverwacht mooie afloop.

Nu is het gevoel van veiligheid en permanentie, dat zo karakteristiek is voor Egypte in tijden van vrede, weggevallen. Gisterochtend was er in een Franse bank in Kairo een vals bomalarm. De grote bruggen van de hoofdstad zijn, nog meer dan voorheen, versterkt met controleposten van leger, politie en geheime dienst, die vooral 's nachts hun werk doen. Voor alle zekerheid zijn verschillende musea gesloten. En de mensen blijven zoveel mogelijk thuis, gekluisterd aan hun radio en tv.

De niet langer te ontkennen realiteiten van oorlog en terrorisme hebben velen in angst en verwarring gebracht. Said bijvoorbeeld, een jonge ingenieur die zijn opleiding voor een deel in de VS heeft gekregen, weet niet meer goed wat hij van de situatie moet denken. “Ik haat Saddam oprecht. Vorig jaar vermoordde hij duizenden Egyptenaren die in Irak werkten en die overbodig werden toen de oorlog tegen Iran was afgelopen en gedemobiliseerde Irakezen hun banen wilden hebben. Maar toen zijn raketten Israel raakten, had ik een gevoel van opluchting, een soort blijdschap. Eindelijk werd Israel gestraft voor zijn behandeling van de Palestijnen. Ik geef toe dat de Palestijnen ook niet deugen, evenmin als de joden, en dat we niets van ze moeten hebben. Maar zij zijn moslims en Arabieren - en zij verdienen het niet om zo door Israel te worden behandeld. Misschien zullen de Israeliers nu tot bezinning komen en de Palestijnen hun staat geven. Misschien zullen ze nu eindelijk begrijpen dat ze zo niet kunnen doorgaan.”

“Nog belangrijker voor mij was dat Israel nu eindelijk eens een keer door een Arabische macht werd gepakt. De Israeliers dachten dat zij een supermacht waren. Maar wat gebeurde er? Achtentwintig landen vechten tegen Irak en toch is Israel niet veilig. Voor de eerste maal sinds 1948 vielen er Arabische bommen op Tel Aviv. Voor de eerste maal sinds tientallen jaren is Israel geen supermogendheid meer in de rego en zijn de Israeliers bang voor Arabische raketten.”

“Maar mijn blijdschap over Saddams raketaanval op Israel was heel kortstondig. Want toen realiseerde ik me dat hij niet alleen Israel kon aanvallen, maar ook ons. Ik ben blij dat hij de Westerse bombardementen heeft overleefd en dat hij van zich heeft afgebeten - en ik ben ongelukkig dat hij die bombardementen heeft overleefd. Wie helpt me klaarheid in mijn gedachten te brengen?”

De anderen in het koffiehuis Al-Sukareeya in het hartje van oud-Kairo lachten. De meesten knikten instemmend, maar een antwoord hadden ze niet. Wij zaten aan kleine, wankele tafeltjes. We dronken glaasjes mierzoete thee en bekers melk met nootjes. En we namen afwisselend een teug van de waterpijp die speciale, zeer aromatische tabak bevatte, aangelengd met een schilfertje appel. Het leven was goed, maar de onzekerheid groot.

Volgens Fathi kletste Said onzin. Fathi is accountant en hij houdt van zorgvuldigheid. “Als Saddam Israel bombardeert, betekent dat dan dat hij een goede Arabier is? Hij deed dat toch alleen maar om de Arabieren te verdelen? Wat deed hij in 1981 toen Israel zijn kernreactor uitschakelde? Niets. Wat heeft hij ooit voor de Palestijnen gedaan? Niets. Heeft hij Israel ooit aangevallen? Nee. Heeft hij Israel nu systematisch bestookt? Nee. Als hij dat had gedaan, hadden we hem allemaal toegejuicht. Maar wat hij doet, is theater, een poging om de straf te ontlopen die hij zichzelf heeft opgelegd. Israel doet in het geheim toch mee, of we willen of niet. En als zij de anti-raket-raketten van Amerika accepteren en niet terugslaan, zeg ik dat het goede en verstandige mensen zijn.”

We praatten over de gevaren van het terrorisme, waarover de tv uitvoerig heeft bericht. “Heb je in Al Ahram gelezen dat Irak niet alleen de Amerikanen, de Engelsen en de Fransen, maar heel specifiek ook de Nederlanders met terrorisme heeft bedreigd? ”, vroeg de eigenaar van het etablissement.

Opeens wond Mansour zich verschrikkelijk op. “Als ik aan Saddam denk, barsten mijn aderen van woede. Hij moet ook niet dat doen - hij knipte met de vingers - of we gaan duizendvoudig wraak nemen.” Khaled, die in een restaurant werkt, keek bedenkelijk. “Ik kan niet meer goed slapen. Ik moet almaar denken aan wat het Iraakse volk moet ondergaan. Ik weet niet of ik het zo eens ben met die bombardementen. Waarom moet een volk worden gestraft voor wat zijn leider doet?”

De anderen versomberden een ogenblik. Said bevestigde dat ook hij slapeloze nachten heeft als hij bedenkt wat Irak ondergaat. “Soms ben ik woedend op die Westerse piloten die trots als model-slagers zijn op hun werk. CNN toont het allemaal om de wereld te laten zien hoe sterk en oppermachtig de Amerikanen zijn.”

Maar Fathi, onbarmhartig als altijd, zei: “Wie niet kan slapen, heeft niet nagedacht. Ik slaap. De Irakezen verdienen nog meer dan wat ze nu krijgen. Zij accepteren hem toch als leider? Als een leider in Egypte zo zou handelen, zou ons volk dat niet accepteren. Dus zolang zij achter hem staan, krijgen ze wat hun toekomt.”

Ditmaal volgde er geen antwoord. Het was duidelijk dat niet iedereen het met Fathi eens was, maar dat niet zo durfde te zeggen. Wie zou vandaag de dag twijfelen aan de Egyptische moed en de Egyptische democratie? Maar duidelijk is dat de escalatie van de oorlog in alle geledingen van de Egyptische samenleving vragen en twijfels oproept. Mouna had de vorige dag ruzie gekregen met haar 22-jarige nicht, die had gezegd: “Feliciteer me. De Irakezen hebben Israel geraakt.” Mouna had gezegd dat zij niet wist wat zij zei. Maar de nicht was bij haar mening gebleven.

De meningen zijn aan het veranderen. Het duidelijkst is dat te zien aan de Moslim Broeders. Die hadden zich voor hun doen tot dusver uiterst genuanceerd opgesteld. Zij waren evenzeer tegen Saddam, die zich zo vaak als een ongelovige had opgesteld, als tegen de komst van de troepen van de 'Kruisvaarders', die er alleen maar op uit zijn om een islamitische wedergeboorte van de hele regio te bestrijden.

Zij geloofden niet dat ongelovigen een conflict tussen moslims zouden kunnen of willen beslechten. Zij vroegen om “een Arabische oplossing”, maar zij geven geen bijzonderheden hoe die er moest uitzien. Over Koeweit en de Koeweiti's spraken zij niet, daarentegen des te meer over het gevaar van het Westen.

Sinds gisteren is dat standpunt radicaal verschoven. De Opperste Gids van de Moslim Broeders, sjeik Mohamed Hamed Abu al-Nasr, riep in een communique president Mubarak op “om de Egyptische troepen uit de landen van de Golf terug te trekken, aangezien de beweringen over eventuele Iraakse agressie tegen deze landen elke grond missen en deze landen nu alleen nog maar dienen als bases voor de troepen die Irak aanvallen”. De sjeik deed een scherpe aanval op “de officiele Egyptische media, die de zionistisch-kolonialistische coalitie verdedigen en de agressie tegen het Iraakse volk goed praten”.

Want, aldus het communique: “Wat ook de zonden mogen zijn van de leider van Irak en van zijn verfoeilijke, dictatoriale regime, het volk van Irak behoort tot de Arabische en de Islamitische Natie en is een van de belangrijkste onderdelen van hun macht. Het is volstrekt duidelijk wat de coalitie van de Kruisvaarders en de zionisten op het oog heeft (... ) Zij willen de controle over de olie, de olieprijs en de olieproduktie. En zij bewijzen dat de bevrijding van Koeweit slechts een vals voorwendsel is (... ) Wij zijn ontzet over de politiek van de Egyptische regering, die zich heeft verbonden met Amerika, de trouwe vriend van de zionistische vijand die in samenwerking met de Verenigde Staten alles in het werk stelt om meer dan een miljoen immigranten naar bezet Palestina over te brengen.” De regering, die tegen beter weten in de Moslim Broeders voortdurend definieerde als “een gematigde stroming, die binnen de perken van onze democratie blijft”, moet met de veranderende opvattingen rekening houden. Maar aangezien zij dat onder geen beding wil, worden haar officiele, politieke verklaringen steeds inhoudslozer. De oorlog met Irak, die president Mubarak ten koste van alles wilde vermijden en die Egypte nu wordt opgedrongen, levert oneindig meer problemen op dan iedereen had verwacht.