Guerrillastrijders in Colombia voeren offensief tegen regering op

BOGOTA, 21 jan. - Guerrillastrijders in Colombia hebben afgelopen weekeinde een offensief dat ze begin deze maand zijn begonnen, opgevoerd. De rebellen bliezen een oliepijpleiding op en staken bussen en een vliegtuigje in brand.

Vrijdag ontvoerden guerrillastrijders drie Franse ingenieurs en hun chauffeur in het noordwesten van het land. Volgens de politie is de ontvoering het werk van de guerrillabewegingen Nationale Strijdkrachten van Colombia (FARC) en het Nationaal Bevrijdingsleger (ELN).

De rebellen doodden bij hun actie het hoofd van de veiligheidsdienst van het consortium waarvoor de Fransen werkten en zij richtten voor meer dan een miljoen dollar schade aan. Honderd Colombiaanse werknemers mochten naar huis nadat guerrillastrijders hen eerst hadden meegenomen en hen hadden gedwongen naar een toespraak te luisteren.

De politie maakte gisteren bekend dat strijders van het ELN ook de vrouw van een directeur van een goudmijn hebben ontvoerd.

De belangrijke oliepijpleiding die van Cano Limon naar Covenas aan de Caraibische kust loopt, werd zaterdag opnieuw door rebellen opgeblazen. De buitenlandse oliemaatschappijen zijn een vast doelwit van de Colombiaanse guerrillabewegingen, die vinden dat de olie-industrie geheel in Colombiaanse handen zou moeten zijn. Het ELN heeft sinds 1986 honderden aanslagen gepleegd op oliepijpleidingen.

Bij de gevechten tussen de guerrillabewegingen en het leger in Colombia zijn sinds begin dit jaar zeker honderd mensen omgekomen. De FARC wil met het opvoeren van haar activiteiten kennelijk bewijzen dat ze niet is verzwakt. Het leger bezette begin december het hoofdkwartier van de FARC, 200 kilometer ten zuiden van Bogota. Het ELN en de FARC werken sinds enkele maanden samen bij hun aanvallen. (AFP, AP, Reuter)