Golfoorlog dicteert volledig wel en wee op obligatiemarkt

UTRECHT, 21 JAN. De obligatiemarkt staat geheel in het teken van de Golfcrisis zoals met name vorig week donderdag bleek toen de omzet bij oplopende koersen verdrievoudigde.

De veronderstelling dat Irak niet in staat zou blijken de Saoedische olie-installaties te vernietigen deed de olieprijzen kelderen en bij gevolg het inflatiegevaar verminderen. Vrijdag bleek de markt hiervan iets minder zeker wat zich vertaalde in een vrij vlak koersverloop. De nadering van het weekeinde vergrootte de onzekerheid en minimaliseerde mede de omzetten.

Dit neemt niet weg dat de rente deze week in de meeste landen, ondanks de stroom oologsnieuws, een lichte daling vertoonde. In ons land ging circa achtbasispunten van het rentepeil af zodat het rendement op 10-jarige Staatsobligaties tot beneden 9, 20 procent daalde. In Duitsland bleek de daling iets forser, gerekend vanaf het tot 9, 0 procent gestegen niveau van de vrijdag ervoor toen de Russische troepen overheidsgebouwen in Litouwen hadden bestormd. Het renteverschil bedroeg daardoor weer rond 30 basispunten.

De gulden-D-mark verhouding, die sedert begin januari mede dankzij verkrappende maatregelen van De Nederlandsche Bank ten gunste van de gulden was verbeterd, stabiliseerde zich deze week. Dit gebeurde ondanks het feit dat de Duitse geldmarktrente een relatieve stijging vertoonde. Woensdag, vlak voor de eerste oorlogshandelingen plaatsvonden, deed zich in Nederland overigens een technische verkrapping voor.

In de loop van vrijdag daalde de tarieven tot het niveau van een week geleden. Voor zover hier vertrouwen uit sprak leek de obligatiemarkt dit gevoel te delen: de koersen stegen althans in de loop van de middag in zeer lichte mate. Op zulke momenten blijkt de markt enig oog te krijgen voor zaken als een wellicht bescheiden blijvende inflatie. De realisatie van 1990 was bemoedigend: in Nederland beliep de inflatie 2, 5 procent terwijl in West-Duitsland een bescheiden 2, 7 procent werd gemeten.

Eurokapitaalmarkt

De effectiviteit, maar zeker ook de efficiency van de militaire aanval op Irak zorgde afgelopen week donderdag voor opluchting op de internationale financiele markten.

De Amerikaanse obligatiemarkt maakte de grootste stijging door sinds het bezoek van Gorbatsjov aan New York, in december 1988. In de periode voorafgaand aan de geallieerde inval waren de beleggers haast gewend geraakt aan steeds oplopende oorlogspremies. De status van staatsleningen als veilige haven voor aandelenbeleggers in tijden van onrust kon nog slechts bij kortlopende leningen voor een drukkend effect op de rendementen zorgen. Veel beleggers dekten het hogere renterisico van langlopende leningen af door middel van opties of futures.

Een gedeelte van de afgelopen woensdag gegenereerde koerswinsten kan dan ook verklaard worden uit de afdekking van deze posities, het zogenaamde short-covering . Primaire oorzaak blijft natuurlijk het snelle verloop van de eerste aanval op Irak, waardoor de onzekerheid over een afwikkeling van het conflict voor een stuk werd weggenomen. Bovendien is de kans dat er op grote schaal Saoedi-Arabische olie-installaties zullen worden vernietigd aanzienlijk verminderd.

De ingestorte olieprijzen fungeerden als katalysator voor de vastrentende markten, waarbij de Franse vastrentende markt koploper was met rentedalingen tot meer dan 30 basispunten. Door de directe koppeling van de rente aan het verloop van de oorlog is de volatiliteit van de obligatiemarkt hoog, waardoor het onzeker is of de hogere koersniveaus stand kunnen houden. Vorige week werden geen vermeldenswaardige leningen uitgebracht op de eurokapitaalmarkt. De rentedalingen op de euromarkt bleven iets achter bij de koerswinsten op de binnenlandse markten, waardoor de spread enigszins toenam.

Bron: Rabobank Nederland Beleggingsonderzoek