George Bush; De president belt zijn collega's liever zelf

De 66-jarige George Herbert Walker Bush is op dit moment volgens opiniepeilingen in de Verenigde Staten de populairste Amerikaanse president aller tijden. Hoelang dit zo blijft hangt af van de verrichtingen van zijn troepen in de Golf. In zijn verkiezingscampagne schuwde hij laag-bij-de-grondse tactieken niet, Saddam Hussein noemt hij een tweede Hitler, maar in het algemeen zal George Bush niemand krenken.

Aan het midden van de tafel is een stoel leeg. Die is voor de president van de Verenigde Staten.

Enkele seconden nadat de deur is opengegaan, valt de spanning in de kamer weg. Een lange man achter grote brilleglazen in een dun montuur en gekleed in een donkerblauw pak komt glimlachend in snelle pas binnenlopen, waarschijnlijk net uit een vorige briefing of vergadering. En het is meteen duidelijk: hij en niet de protocollaire assistent heeft de regie in handen.

Hij begint met iedereen de hand te schudden en zakt daarna gemakkelijk achterover in zijn fauteuil. “Dank u dat u allemaal hier bent gekomen”, begint hij. Na de inleiding van een van de journalisten bedankt hij alle aanwezigen nog eens voor het verschaffen van een mogelijkheid om zijn gedachten publiekelijk te uiten.

“Begin alstublieft”, zegt hij na een tweede intermezzo. “Ik heb mijn hersenen achter mij zitten” - hij wijst op twee assistenten die achter hem hebben plaats genomen en stelt ze nog eens voor. Terwijl hij vragen beantwoordt, neemt hij het gezelschap goed in zich op. Gedurende de zitting refereert hij aan eerdere vragenstellers die hij bij hun op een papier aangegeven naam noemt.

En zo vergrootte hij toen zijn krediet in het gezelschap, niet door wat hij zei maar door de manier waarop. Het is de combinatie van voorkomendheid en gastvrijheid die zijn gesprekspartners zo voor hem innemen. De 66-jarige George Herbert Walker Bush zal niet gauw iemands ego krenken. Hij is geen imponerende man en hij probeert dat in kleine kring ook niet te zijn. Het Witte Huis kent niet de gezwollen stijl van het Elysee. Zijn preppy achtergrond als zoon van een investeringsbankier en latere senator van Connecticut en als student aan de universiteit van Yale verschaft hem dit gemak van optreden. Ook president Jimmy Carter gedroeg zich informeel maar hij was net iets te ijverig.

Barbara Bush schreef een boek, “zoals aan haar gedicteerd door haar hond Milly”, een informele beschrijving van de dagelijkse gang van zaken in de presidentiele familie. De foto's laten breed lachende staatslieden zien die de hond aanhalen of in de armen houden, als bewijs van de effectieve persoonlijke diplomatie van president Bush.

De voorganger van Bush, Ronald Reagan, zou nooit in staat zijn geweest om een coalitie van 28 landen bijeen te brengen tegen Irak. Bush is bij uitstek de patricier-president-diplomaat. Sovjet-president Gorbatsjov veranderde na een wat gespannen begin meteen na een verblijf bij de familie Bush in het buitenverblijf in Camp David. Nog nagloeiend van de geserveerde soep bracht hij een geemotioneerde toast uit.

Bush brengt veel tijd door aan de telefoon. Hij passeert ondergeschikten in het ministerie van buitenlandse zaken en in ambassades in het buitenland door zelf de staatshoofden op te bellen. En dat kweekt veel goede wil. Een president heeft meer status dan een minister van buitenlandse zaken of een ambassadeur en kan de Amerikaanse zaak in het buitenland meer kracht bij zetten.

Toch wekt het contact tussen staatshoofden ook valse illusies. De crisis rondom Koeweit had misschien kunnen worden voorkomen als Bush beter had geluisterd naar zijn eigen CIA dan naar zijn telefoon-kameraden president Mubarak van Egypte en koning Hussein van Jordanie.

Vanaf 17 juli had de CIA berichten over de onheilspellende troepenconcentraties aan de grens met Koeweit in de dagelijkse inlichtingenrapporten voor de president gemeld. Toch zei ambassadeur April Glaspie op instructies uit Washington aan Saddam Hussein dat Amerika zich niet zou mengen in inter-Arabische conflicten.

CIA-directeur William Webster en de voorzitter van de verenigde chefs van staven, generaal Colin Powell, waarschuwden Bush in het Witte Huis dat een Iraakse invasie van Koeweit “waarschijnlijk” was. Op 28 juli kreeg Bush nogmaals een uitgebreide briefing van de CIA, waarvan hij ooit zelf directeur was geweest, maar hij vond de verzamelde gegevens niet overtuigend.

Al zijn telefoon-contacten, koning Hussein van Jordanie, president Mubarak van Egypte en de Saoedische koning Fahd, hadden Saddam gesproken en verwachtten geen inval. Ook zijn eigen kabinetsleden, op CIA-directeur Webster na, gaven hem gelijk. Bush zou de zaak in de gaten houden, door meer telefoontjes met zijn verre vrienden. Toen de president inzag dat hij fout was geweest, maakte hij een zwierig gebaar: hij bezocht het hoofdkantoor van de CIA in Langley om bij de inlichtingenspecialisten het moreel op te vijzelen.

Door de Iraakse inval in Koeweit stond er politiek veel op het spel voor de president. Plotseling zag hij een politieke en economische afgrond voor zich opdoemen. Hij had al, tegen zijn aanvankelijke verkiezingsbeloften in, de belastingen moeten verhogen. De president van voorspoed en vrede werd een president van oorlog en recessie. Zijn 'huwelijksreis met de kiezer' die was opgeluisterd door de democratische omwentelingen in Oost-Europa en een voortzetting van de economische groei, was voorbij.

“We hebben een streep getrokken in het zand”. Met deze Churchill-achtige uitspraak bereidde Bush een week na de Iraakse inval in Koeweit de Amerikaanse televisiekijkers voor op een langdurige Amerikaanse inspanning in de Golf. En in zijn toespraak greep hij terug op de zogeheten appeasement van de jaren dertig: het mythisch geworden Munchen en de later vergeefs gebleken pogingen van de Britse premier Chamberlain om Hitler na zijn eerste veroveringen door een verzoening te stoppen. Bush sprak van de Blitzkrieg van Saddam. “Een halve eeuw geleden had de wereld een kans om een gewetenloze aanvaller te stoppen en ze miste die kans. Ik verzeker u. We zullen die fout niet weer maken”, zei hij.

De metamorfose van Bush had precies een week in beslag genomen. Enkele uren na de inval in Koeweit zei hij nog dat hij “militaire keuzes niet had overwogen”. De Britse premier Margaret Thatcher riep tijdens haar bezoek aan hem 's middags fermere gevoelens in hem wakker. “We beperken ons tot geen enkele keuze maar we sluiten ook niets uit”, zei hij tijdens een Brits-Amerikaanse persconferentie in Aspen, Colorado. Het oude geallieerde sentiment van de Tweede Wereldoorlog kwam naar boven.

Ter inspiratie leest hij veel boeken over de Tweede Wereldoorlog waaronder de biografie van Winston Churchill. Na een periode van zwijgzaamheid in november is hij de grootste havik in het Witte Huis geworden. Soms gedraagt hij zich als de jongste marinepiloot die hij was in de Tweede Wereldoorlog. Toen vloog hij tussen zijn achttiende en eenentwintigste jaar 58 missies vanaf een vliegdekschip in de Stille Zuidzee. Hij werd een keer neergeschoten en kreeg een medaille. Marinepiloten vormen een militaire elite met een zekere sportieve ridderlijkheid. Vliegeniers overleven of sterven maar hebben - tenzij ze zich in gevangenschap bevinden - zelden te maken met de zware verminkingen en traumatische ervaringen van de infanterist. De oorlog was, zo zei hij eens, “op de een of andere manier een prachtige tijd, omdat we jong waren en als je jong bent is alles prachtig”.

Hij gebruikt nog termen uit die tijd. Hij duidde de Amerikaanse troepen afgelopen week nog aan als kids, niet beseffend dat het nieuwe Amerikaanse beroepsleger voor een groot deel uit vaders en moeders bestaat. “Als we in een gewapende situatie raken dan wordt hij voor zijn kont getrapt”, zei hij weinig presidentieel tot een aantal Congresleiders.

Het is de, soms in telegramstijl sprekende, president Bush altijd moeilijk gevallen om de juiste woorden te kiezen. Tot vlak voor de eerste luchtaanval op Irak was hij nauwelijks in staat om het publiek te overtuigen van het Amerikaanse belang daarvan. Hij wisselde 'Churchill-retoriek' af met enigszins kinderlijk aandoende uitvallen. “Ik heb genoeg van Saddam”, zei hij op gegeven moment. Zijn motieven voor de Amerikaanse rol in de Golf wisselden: bevrijding van Koeweit, het voor een oorlogstribunaal brengen van Saddam Hussein. Toen de New York Times in een peiling aantoonde dat de Amerikanen de nucleaire dreiging de belangrijkste reden vonden voor de aanwezigheid in de Golf, noemde Bush kort daarop dat als het voornaamste motief.

Zijn overdrijvingen (Hussein is erger dan Hitler, Koeweit is Tsjechoslowakije) hebben een diplomatieke uitweg onmogelijk gemaakt. Voor Saddam werd duidelijk dat het om zijn huid ging. Anderzijds behandelde Bush de gijzelingen van Amerikanen in Irak met grote vaardigheid. Door te weigeren zijn beslissingen op de gijzelingen af te stemmen, sloeg hij Saddam het gijzelingswapen uit handen.

Zijn patricische achtergrond heeft hem altijd kwetsbaar gemaakt voor kritiek van de meer populistische rechtervleugel van de Republikeinse partij. Toch heeft hij het vak geleerd van de populistische president Nixon. Bush schuwt laag-bij-de-grondse verkiezingstactieken niet om te winnen. Bij gebrek aan directe electorale aantrekkingskracht voerde hij in 1988 een bijna wetenschappelijke, nauwelijks ideologische campagne met het onrealistische 'lees mijn lippen, geen nieuwe belastingen' als belangrijkst programmapunt.

Als Republikein van het establishment heeft Bush dezelfde problemen als Democratische presidenten van na de Tweede Wereldoorlog. De man van de zogeheten wimp factor (het imago van een sukkel) moet aan de rechtervleugel zijn hardheid bewijzen. Na de Tweede Wereldoorlog zijn - op president Bush na - alleen Democratische presidenten grotere oorlogen begonnen.

Bush ziet de andere Republikeinse patricier, president Theodore Roosevelt, als zijn grote voorbeeld. Toch kwam de schelle toon waarop hij tegen Saddam uitvoer niet overeen met Roosevelts adagium: “Spreek zachtjes maar draag een grote stok”. Bush vindt zichzelf geen intellectueel, zoals Roosevelt was, en zijn pogingen tot ruig optreden doen kunstmatig aan. Hij cultiveert country music, een werpspel met hoefijzers rond een paal, en de deelstaat Texas waar hij na de Tweede Wereldoorlog heen trok.

Wat president Bush onzeker maakt, is het feit dat hij zijn politieke loopbaan heeft te danken aan patronaten. Hij verliet zijn vertrouwde New England en reisde met zijn vrouw in een door zijn vader gekochte auto naar Texas. Daar zette hij met door zijn oom bijeengegaard geld een oliebedrijf op, en hij had succes.

Voor zijn presidentschap won hij in de jaren zestig twee maal verkiezingen voor het Huis van Afgevaardigden uit Texas. Pogingen om in de Senaat te komen mislukten echter tweemaal. In 1980 verloor hij bij de voorverkiezingen voor het presidentschap van Ronald Reagan. Hij is geen nieuwkomer in Washington, zoals zijn voorgangers Carter of Reagan. Hij was achtereenvolgens ambassadeur bij de Verenigde Naties, voorzitter van de Republikeinse nationale commissie, ambassadeur in Peking, directeur van de CIA en acht jaar vice-president. President Nixon heeft hij bij diens Watergate-problemen tot op het laatst verdedigd. Hij was ook als vice-president altijd loyaal aan Reagan en liet geen eigen geluid horen.

Bush verraste iedereen toen in zijn eerste zittingsjaar zijn populariteit door de gunstige internationale omstandigheden uitsteeg boven de hoogste waardering die zijn voorganger Reagan ooit had genoten. Hij was zo gehecht aan die populariteit dat hij anderhalf jaar lang weigerde om over te gaan tot een weinig geliefde belastingverhoging. Zijn binnenlandse beleid bleef in het algemeen ver achter bij zijn diplomatieke prestaties.

Toen hij uiteindelijk de belastingen verhoogde, verloor hij zijn toch al geringe krediet bij de conservatieve Republikeinen. Voor het eerst zakte zijn populariteit sterk, maar niet beneden de vijftig procent. Na het begin van de oorlog tegen Irak groeide de bijval weer tot historische hoogte: 86 procent. In de televisietoespraak waarin Bush de Amerikaanse aanval op Irak aankondigde, had hij plotseling weer een bedaarde toon gevonden. Tekenend was dat de conservatieve leider van de Republikeinen in het Huis van afgevaardigden, Newt Gingrich, die vorig jaar bij de belastingverhoging was gedeserteerd, sinds januari weer achter de president staat.

Publieke steun voor de president is normaal aan het begin van een oorlog. Maar als er de komende tijd veel Amerikaanse militairen sneuvelen, zou hierin snel verandering kunnen komen. Zo bepaalt het verloop van de oorlog de toekomst van het presidentschap van Bush.