EG wil kleinere boer kans geven

BRUSSEL, 21 JAN. De voltallige Europese Commissie heeft zich gisteren in Brussel beraden over wat wel eens de meest pijnlijke operatie in de recente geschiedenis van de Europese Gemeenschap kan worden: de herziening van de gemeenschappelijke landbouwpolitiek. Landbouwcommissaris Ray MacSharry zal de voorstellen die hij gisteren op tafel heeft gelegd morgen mondeling toelichten tegenover de EG-ministers van landbouw.

De noodzaak voor ingrijpende veranderingen is het afgelopen jaar duidelijk geworden nu gebleken is dat het in 1988 met veel moeite overeengekomen beleid om - ondermeer via produktiequota voor zuivel en stabilisatoren voor de graanproduktie - het beslag dat de landbouw op de EG-begroting legt te verkleinen, heeft gefaald.

De kosten die de EG kwijt is aan haar landbouwbeleid zullen dit jaar bijna zestig procent - 32 miljard ECU (ruim 73 miljard gulden) - van het totale budget bedragen, terwijl de interventievoorraden aan melk en rundvlees nog steeds zorgwekkend groeien. Dat is het gevolg van het feit dat de produktie in de agrarische sector in de Europese Gemeenschap jaarlijks groeit met twee procent, terwijl de consumptie van landbouwprodukten er met slechts een half procent toeneemt.

Al meer dan een maand, sinds het mislukken van de onderhandelingen in de Urugayronde van de GATT, begin december, circuleerden in Brussel verschillende versies van de voorstellen die de landbouwcommissaris van de EG wil doen om aan die situatie iets te veranderen. Centraal staat daarin zijn grote bezorgdheid over de richting waarin de Europese landbouw zich ontwikkelt.

“Het moet langzamerhand overduidelijk zijn”, zegt MacSharry in zijn 'bespiegelingen', “dat de landbouwpolitiek van de EG zo niet kan doorgaan zonder dat ze haar eigen bestaan in gevaar brengt.” Die politiek dateert immers van de jaren zestig toen in de uit nog slechts zes lidstaten bestaande gemeenschap sprake was van een tekort aan landbouwprodukten.

Wanneer men de huidige politiek zou voortzetten, waarschuwt MacSharry, dan dreigt een steeds verder toenemende tendens tot nationalisatie van de landbouwpolitiek “met alle onaanvaardbare ontwrichtingen tussen lidstaten en regio's die dat betekent”.

Terwijl de tot nu toe gevoerde landbouwpolitiek gericht is geweest op vergroting van de produktie en op het garanderen van de prijzen voor surplus-produktie, zal nu juist het accent moeten worden gelegd op vermindering van de produktie en in plaats daarvan inkomenssteun voor de boeren. Als algemeen doel van de nieuwe gemeenschappelijke landbouwpolitiek stelt MacSharry vast dat het noodzakelijk is “om een groot aantal boeren op het platteland te houden”. De boeren vervullen immers tegelijkertijd twee functies: ze produceren en beschermen het platteland. De stimulansen voor het intensiveren van de produktie moeten worden verminderd en de extensieve landbouw - minder opbrengst met milieuvriendelijker methoden - moet worden aangemoedigd. De landbouwfondsen van de EG moeten niet meer uitsluitend worden gericht op gegarandeerde prijzen maar moeten worden gebruikt als “instrument van werkelijke financiele solidariteit tegenover degenen die die het meest nodig hebben”. Al eerder heeft de landbouwcommissaris de omstandigheid aangeklaagd dat tachtig procent van de landbouwuitgaven terecht komt bij twintig procent van de Europese boeren, namelijk degenen die het meest efficient produceren.

Zo zou volgens MacSharry de interventieprijs voor tarwe bij voorbeeld moeten worden verminderd van 169 ECU per ton (388 gulden) tot 90 ECU (207 gulden). Dat zou de efficienter werkende boeren dwingen zich aan te passen aan de marktomstandigheden. Op de wereldmarkt is de prijs van tarwe, evenals van veel andere landbouwprodukten, immers veel lager dan de EG-interventieprijs.

Door de prijsverlagingen - de melkprijs zou tien procent lager moeten worden, die van boter en rundvlees 15 procent - zouden volgens MacSharry de landbouwuitgaven van de EG en de overproduktie beter onder controle gebracht kunnen worden. Boeren met een areaal van 30 ha zouden volledig gecompenseerd moeten worden voor het inkomensverlies dat ze daardoor lijden. Maar boeren met grotere bedrijven zouden minder compensatie krijgen: voor de volgende vijftig ha 75 procent en daarboven 65 procent.

De prijspolitiek moet ook gebruikt worden om tot uitbreiding van de consumptie te komen en “concurrerende omstandigheden” scheppen voor het 'non-food'-gebruik van agrarische produktie, zoals de verwerking van graan tot bio-ethanol.

Een systeem van steun moet worden uitgewerkt om boeren aan te zetten om milieu-vriendelijke produktiemethoden te gebruiken. Tegelijkertijd zullen maatregelen moeten worden uitgewerkt voor een programma van langdurige braaklegging van landbouwgrond. Bovendien zal een programma moeten worden ontwikkeld om oudere boeren in staat te stellen op te houden met werken en jongere mensen aan te trekken.

De Europese Commissie is gisteren tijdens haar 'seminar' in Brussel niet tot overeenstemming gekomen over een dermate ingrijpende wijziging van het gemeenschappelijke landbouwbeleid van de Gemeenschap. Er bleek onder de verschillende Commissarissen nogal wat oppositie te bestaan tegen de plannen van MacSharry. Zo vond de Britse commissaris voor de mededinging, Sir Leon Brittan, het onrechtvaardig dat de meest concurrerende producenten het hardst worden aangepakt.

De Commissie heeft nu afgesproken dat de Commissarissen die het niet met de plannen van MacSharry eens zijn, hun bezwaren op schrift moeten stellen. Op een nader te bepalen tijdstip zullen die dan worden besproken. Maar nu al is duidelijk dat die plannen grote ongerustheid veroorzaken in de landbouwwereld en onder de ministers van landbouw van de EG, die vandaag en morgen in Brussel vergaderen, tot forse controverse leiden. Want Groot-Brittannie, Nederland en Denemarken, de meest efficient producerende landen, zullen zich met hand en tand verzetten tegen de voorstellen van MacSharry. Deze zullen gevoelige inkomensverliezen van de boeren tot gevolg hebben.