Druk weekeinde voor Lloyd's: bij atoomaanval vervallen contracten; Ook stervoetballers, kerncentrales en Heilige Vader in Londen verzekerd

LONDEN, 21 jan. - Lloyd's of London, de oudste en grootste verzekeringsmarkt ter wereld, verzekert zeer uiteenlopende zaken als benen van stervoetballers, stembanden van zangcoryfeeen, Zijne Heiligheid de paus, kerncentrales, olieplatforms en satellieten. Maar toen Lloyd's het afgelopen weekeinde voor het eerst in zijn 303-jarige bestaan openbleef, ging de aandacht beslist uit naar andere zaken. Naar de verzekering van schepen die het Golfgebied bevaren en vliegtuigen die het Midden-Oosten nog aandoen, danwel doelwit kunnen vormen voor internationale terroristen.

Christopher Rome, een onverstoorbare gentleman, die bij Lloyd's als de voornaamste oorlogsverzekeraar te boek staat, laat weten: “Wij hebben het erg druk met boten en vliegtuigen. Maar zojuist heb ik ook nog een journalist verzekerd die via de Jordaanse grens naar Bagdad hoopt te liften. Hij wil zijn gezin wel een half jaarsalaris garanderen. Ik berekende hem 20 procent premie. Extreem hoog, maar wat wil je met zo'n extreem risico.”

De Britse historicus Godfrey Hodgson noteerde ooit in een boek over Lloyd's: “Een administratiekantoor waar alle ellende ter wereld wordt gereduceerd tot een beheersbaar risico.”

Waarom was het bedrijf afgelopen twee dagen voor het eerst in het weekeinde geopend sinds het verzekeren in 1688 begon in Edward Lloyd's Londense koffiehuis? David Coleridge, 'chairman' van Lloyd's, zegt in een grote hal, waar 400 verzekeringssyndicaten vanuit hun open kantoortjes op uitkijken: “Tijdens de wereldoorlogen bleven onze zaken relatief beperkt, verliep alles veel trager en kwam het niet op een dag aan. En de Falkland-oorlog ontspon zich in het diepe zuiden, waar lucht- en scheepvaart nauwelijks werden beroerd. Maar de huidige Golfoorlog woedt zo ongeveer in het midden van de wereld, waar ook nog de voornaamste olievelden liggen. Daarom is er nu veel vraag naar onze verzekeringen.”

Hij vertelt dat de grote verzekeringsbedrijven in de wereld doorgaans geen oorlogsrisico's dekken. “Zij vinden die te groot. Wij doen het wel en daarom beheersen wij 80 procent van die markt. Wij bieden de klant continuiteit, dus zijn wij ook dit weekeinde open.” Daar komt volgens Coleridge bij dat de verzekeringspremies voor schepen en vliegtuigen die zich in gevaarlijk geachte gebieden wagen nog maar voor 24 uur gelden. En elk geval wordt dezer dagen afzonderlijk bekeken.

De topman van Lloyd's zegt: “Er moet dus voortdurend worden gepraat, bijgesteld, verlengd. Dat maakt een vrijwel permanent contact met onze klanten noodzakelijk, daar hebben zij recht op.” Christopher Rome, chef van het gelijknamige, in oorlogsrisico's gespecialiseerde verzekeringssyndicaat, knoopt daaraan vast: “Wij moeten nu meer dan ooit de vinger op de pols houden omdat de huidige oorlogvoering zo geavanceerd is geworden. Wij kennen de gevolgen van veel nieuwe wapens nauwelijks. Verder weten wij niet wat Irak nog wil of kan.”

Dan schetst de uitgestreken Rome op sierlijke toon nog een reden voor zijn zevendaagse aanwezigheid achter zijn met computers en telefoons beladen bureau. Hij zegt: “Als de Irakezen een volgende keer gas in hun Scud-raketten stoppen is een Israelische nucleaire reactie niet uitgesloten. Daarvoor bieden wij echter geen verzekering, om de simpele reden dat wij in zo'n geval waarschijnlijk niet aan onze verplichtingen kunnen voldoen. Daarom vervallen bij een kernexplosie automatisch onze lopende verzekeringscontracten in oorlogsgebied. Wij moeten dus ook hier zijn om in dat geval direct nieuwe verzekeringen te kunnen afsluiten tegen nieuwe premies.”

Verzekert Rome wel tegen gifgasaanvallen?”In principe wel hoor”, zegt hij bijna enthousiast. “Maar let wel: wij verzekeren alle oorlogsrisico's in de lucht en ter zee, maar nauwelijks op het land. Daarom zou een gifgasaanval Lloyd's niet zo raken.”

Een makelaar verschijnt die namens een klant bij Christopher Rome een olietanker wil verzekeren die in de Saoedische haven Ras Tannurah een lading olie moet ophalen. De bezoeker legt de gegevens over en Rome beschrijft met wat cynisch getinte kwinkslagen de risico's. Geregeld grijpt hij naar een verfomfaaid boekwerk met Saddam Hussein op de omslag, dat is gevuld met statistieken en stafkaarten van het Golfgebied. “Drie procent”, probeert de makelaar. Maar Rome zegt seconden later gedecideerd: “Vier procent.”

Daar blijft het bij. In normale tijden geldt een premie van gemiddeld 0, 0275 procent. De verzekeraar vertelt na het vertrek van de makelaar: “Zo'n premie hangt af van tijd, plaats, aard van het schip, lengte van het verblijf etcetera. Wil een boot verder noordwaarts de Golf invaren, dan is dat wat mij betreft prima. Maar dan wil ik wel meer geld zien.” Voor Jordaanse en Israelische havens rekent hij sinds de Iraakse raketaanvallen vijf procent.

Volgens het gespecialiseerde blad Lloyd's List werd in een geval aan een scheepseigenaar al een premie gevraagd van 12, 5 procent. “Verdient u in deze dagen veel geld? ”, vraag ik verzekeraar Christopher Rome. “Het kan goede business zijn”, erkent hij. “Maar bedenk wel dat tegenover hoge potentiele winsten ook extreme risico's staan. Tijdens de Iraaks-Iraanse oorlog verdienden sommige verzekeringssyndicaten bij Lloyd's veel geld. Het aantal verliezers was echter groter en ik schat dat Lloyd's over acht jaar meer dan een miljard dollar op die oorlog moest toeleggen.”

De huidige Golfoorlog begon volgens Rome evenmin voorspoedig. “Wij moesten zojuist 300 miljoen dollar uitkeren aan Kuwait Airways, dat vijftien toestellen verloor aan Irak”, zucht hij. “Misschien kunnen wij die dingen later terugvorderen, misschien liggen ze al in gruzelementen.” Verder wordt de verzekeringsmarkt natuurlijk beperkt door het VN-embargo op commercie met Irak en bezet Koeweit. Niettemin luidt Rome's conclusie: “Vermoedelijk kunnen wij nog verdienen aan deze oorlog, maar zeker is het niet.” Dat “wij” slaat dan behalve op de vierhonderd verzekeringssyndicaten bij Lloyd's evenzeer op de 27.500 “names”. Dit zijn de vermogende leden van de mammoet-verzekeraar die de financiele ruggegraat van de syndicaten vormen en samen borg staan met zo'n vijftig miljard gulden aan eigen geld.

In de centrale hal van het futuristisch ogende Lloyd's-gebouw - ontworpen door de befaamde Richard Rogers - geeft een anonieme makelaar het bedrijf een goede kans om tijdens de huidige Golfoorlog enkele forse verliezen goed te maken die in de jaren tachtig werden geleden. Hij denkt daarbij aan de ramp met de Exxon Valdez in Alaska, de ondergang van het Piper Alpha-boorplatform in de Noordzee en de talrijke zware stormen. “Zolang de oorlog meer wordt gevoerd op het land dan ter zee, waar Lloyd's verreweg de meeste risico's loopt, is er aan dit conflict goed te verdienen”, aldus de in driedelig kamgaren gestoken makelaar.

“Daar komt natuurlijk bij dat de Lloyd's-syndicaten met hun bijna-monopolie van tachtig procent op het terrein van de oorlogsverzekeringen in deze crisistijden eigenlijk kunnen vragen wat ze willen, of laten we zeggen, wat de markt kan verdragen.” Volgens deze zegsman was er vorige week kort na het uitbreken van de oorlog zowaar nog een oliestaatje dat zijn voltallige luchtmacht voor negentig miljoen dollar extra liet verzekeren. Ook het Amerikaanse Pentagon en het Britse ministerie van defensie werden inmiddels goede klanten van Lloyd's. Het bedrijf verzekert bijvoorbeeld tegen een premie van een procent de vliegtuigladingen baar geld die naar het Golfgebied worden gevlogen om de 600.000 geallieerde militairen uit te betalen.

Het begin van de Golfoorlog bezorgde de oorlogsverzekeraars van Lloyd's of London vanzelfsprekend ook kritiek. Volgens sommigen druppelt er bloed uit hun pennen. “Chairman” David Coleridge ziet zichzelf ondanks de exploderende premies echter niet als oorlogsprofiteur. Hij laat weten: “Verzekeringen horen er nu eenmaal bij. Wij stellen mensen in staat in moeilijke oorlogssituaties met meer rust hun werk te doen. Het is voor ons een interessante en opwindende tijd, al blijft er natuurlijk een tragisch aspect, want waar oorlog is vallen ook slachtoffers.”

Hij acht geregeld getrokken parallellen tussen wapenfabrikanten en verzekeraars volstrekt misplaatst. Coleridge: “De eersten verdienen geld door vernietigingswapens te produceren, terwijl wij slechts verdienen aan het verlichten van de gevolgen van vernietiging.” Volgens het blad Lloyd's List verdient de oorlogsverzekeraar een betere parallel, namelijk met de farmaceutische industrie: “Beide profiteren van menselijk misfortuin, wekken wellicht weinig enthousiasme, maar bevinden zich wel in het kamp van de engelen.”

    • Ferry Versteeg