Drie maal per dag acties vanaf Turkse basis op doelen in Irak

ISTANBUL, 21 jan. - Een legertje journalisten heeft zich genesteld bij de vliegbasis Incirlik, ruim 600 kilometer van de Iraakse grens vanwaar drie maal per dag een groep van 36 tot 44 Amerikaanse toestellen opstijgt met als doelwit nucleaire installaties, vliegtuigen en mobiele raketlanceerbases in Noord-Irak. Bij vertrek en terugkeer, tweeeneenhalf uur later, tellen de journalisten. Zaterdag kwam er een vliegtuig te veel terug - van een andere basis? Zondag een te weinig - neergeschoten?

Het telwerk vormt zowat de enige vrije nieuwsgaring die in Turkije nog over de Golfoorlog kan worden bedreven - en hoe lang nog? De enorme zelfverzekerdheid van de regering en vooral van president Ozal, staat in merkwaardige tegenstelling tot de steeds grotere beperking van de informatie.

Een voorafgaand parlementair debat maakte de terbeschikkingstelling voor oorlogsdoeleinden van de NAVO-basis Incirlik aan de Amerikanen mogelijk. Waarom de regering in Ankara nog steeds maskeert dat de basis nu voor aanvallen tegen Irak wordt gebruikt en vaag blijft spreken van een “uitbreiding van de functies” ervan, is niet duidelijk. De regering gaat zelfs zo ver uitzendingen van het Amerikaanse tv-station CNN, met Turkse nasynchronisatie, af te breken wanneer het over Incirlik gaat - op het scherm komt dan een fraai Turks landschap met stemmige achtergrondmuziek.

Sommige dingen zegt Ozal wel duidelijk. Hij had graag gezien zei hij dezer dagen, dat Turkije in een eerder stadium zelf troepen zou hebben gestuurd naar Saoedi-Arabie, “waar we 400 jaar lang de scepter zwaaiden”. De Turkse solidariteit met de geallieerde zaak zou dan nog duidelijker aan de dag zijn getreden en het leger zou onschatbare technische ervaring hebben opgedaan. “Maar het ging niet door wegens de tegenwerking, waaruit trouwens meteen blijkt dat ik niet zo autoritair ben”.

Het blijft opmerkelijk hoe deze president, die volgens de Turkse grondwet slechts beperkte bevoegdheden heeft - iets waar hij zich dan ook niets van aantrekt - steeds weer zijn zin weet door te drijven. Hoewel hij eigenlijk iedereen tegen zich heeft: de fundamentalisten, zijn rechtse rivaal Demirel, zijn gerespecteerde partijgenoot Kaya Erdem, die als parlementsvoorzitter protocolair nog voor hem komt, de sociaal-democratische partijen van Inonu en Ecevit, de andere linksen en de vakbeweging, het ondernemersverbond, zowat alle kranten (maar niet de grootste, de Turkiye) en zelfs de legerleiding, die duidelijk de verantwoording voor de politiek inzake Incirlik afwijst. Uitgerekend in de 'heilige' stad Konya waar de fundamentalisten sterk zijn, sprak Ozal onlangs over Ataturk, de stichter van de seculiere republiek, tot nu toe een verplicht object van adoratie. “Hij was geen god” zei Ozal, “hij was een mens van vlees en bloed met al zijn fouten, net als u en ik”.

Behalve vlees, bloed en fouten zijn er tussen Ataturk en Ozal nog twee overeenkomsten. Beiden wisten hun zin door te drijven tegen een meerderheid in, en beiden zetten zij Turkije met vaste hand, bijna met geweld, in het Westers gelid. Ataturk deed dat met sociale en culturele 'hervormingen': de invoering van Europese kleding, de overschakeling naar het Latijnse alfabet; Ozal opereert vooral op economisch, technisch en nu ook strategisch terrein.

Oppositieleider Inonu heeft meer oog voor het verschil tussen beiden. Tijdens een recente 'vredesdemonstratie' riep hij dat ze diametraal tegenovergesteld waren. “Ataturks lijfspreuk was 'Vrede in het binnenland, vrede in het buitenland', bij Ozal is het 'Oorlog in het binnenland, oorlog in het buitenland'.”