De combinatie van plezier en succes

Yvonne van Gennip noemde het Europese kampioenschap schaatsen in Sarajevo zelf vooraf “een soort debuutje”. Daarom viel na ruim een jaar afwezigheid haar derde plaats, een straatlengte achter het Duitse duo Kleemann en Warnicke, alleszins mee. “Het is hartstikke gek. Ik moest zo lachen”, reageerde Van Gennip op het brons. Het resultaat zegt echter meer over het niveau van het schaatsen bij de vrouwen dan over de 26-jarige Van Gennip die in vele opzichten verschilt van Nederlands Olympische ijskoningin uit Calgary '84.

Ze had niet naar de tijden van de andere rijdsters gekeken. Ze wist voor haar rit op de 5.000 meter derhalve niet eens hoe hard ze moest rijden om op het erepodium te komen. Tegen bondscoach Jan Wiebe Last zei Van Gennip 'zo maar' dat ze op een schema van 7.55 wilde weggaan. Last stelde 7.50 voor en Van Gennip reed vervolgens nog een seconde sneller. Net goed voor brons. “Maar ik had met elke plaats genoegen genomen”, vertelde Van Gennip na afloop. “Ik vind deelnemen dit jaar belangrijker dan winnen en misschien is dat volgend jaar (met de Olympische Spelen, red) ook nog wel zo.”

Het is zeker niet de gebruikelijke houding van een topsporter. Maar het hoort bij de nieuwe Van Gennip, zegt ze. Ze rijdt niet meer met oogkleppen voor. “Ik kijk tegenwoordig goed om me heen. Ik wil straks als ik echt helemaal gestopt ben op een leuke manier kunnen terugkijken op het schaatsen.” Daarom zwaaide ze nu in Sarajevo lachend terug naar een schaatsfan die op de tribune met een megafoon aan de mond na elke rit van haar goed gedaan, jochie schreeuwde. “Vroeger stoorde ik me weleens aan die herrie. Nu niet meer. Misschien zou ik zelf wel tussen die supporters willen staan. Ik heb weleens bij een wedstrijd tussen een stel dooie dienders op de eretribune gezeten en dan zag je het volk hossen en dansen. Die hadden dan echt plezier. En daar gaat het toch om.”

Ter eigen vermaak keuvelde en lachte Van Gennip er in Sarajevo naar hartelust op los. Toen een horde journalisten haar in de catacomben van het Zetra-ijsstadion opwachtte na een langdurig verblijf bij de dopingcontrole meldde ze bijvoorbeeld “normaal wel goed te kunnen pissen. Ik mikte in het begin ook niet goed in het potje.” En alsof ze op vakantie was nam Van Gennip in Sarajevo de tijd om af en toe een ronde te rijden of praatje te maken met de trainer van de Duitse mannenploeg, de Amerikaan Peter Muller. Zij deed geen moeite haar interesse voor hem te verbergen. Op Schiphol had ze al secuur een luchtje voor de ex-sprinter uitgezocht. Van Gennip: “Ik heb vroeger mijn gevoelens te veel weggeduwd. Dat is misschien goed voor een sporter, maar als mens was ik er niet gelukkig mee.”

Er zijn personen die zich storen aan de ogenschijnlijk laconieke houding van Van Gennip. Dat weet ze. Ze zegt zich ook te beseffen dat ze nu vrienden en vijanden heeft. “Maar kijk nou eens naar Leo Visser. Die heeft ook plezier, gaat ook weleens door het lint. Maar hij presteert toch. Dat is het belangrijkste.” Visser was bij het EK echter buiten de wedstrijden om veel minder nadrukkelijk aanwezig dan Van Gennip. Zij leek soms op overdreven manier ontspannen en vooral anders te willen overkomen. Ook na een minder geslaagde rit reed ze op de baan in Sarajevo meteen weer breeduit lachend en zwaaiend in de rondte. Het contrast met met name de tweede Nederlandse rijdster in het algemeen klassement, Carla Zijlstra, was daarbij groot. De debutante uit Groningen kwam steeds wit en misselijk van de inspanning over de meet. Toch zei Zijlstra na afloop geen recht te hebben kritiek te leveren op 'kopvrouw' Van Gennip. “Ik doe het anders dan zij. Maar zij is nog steeds de beste in Nederland. Het is de taak van de anderen om haar daar vanaf te rijden. Daar zal ik alles aan doen. Dan kan ik haar pas tonen van: he, mevrouwtje, dat gaat zo niet langer.”

Bondscoach Jan Wiebe Last heeft weleens moeite met Van Gennip. Hij zegt dat echter niet openlijk. Wel bekende Last dat hij vindt dat de rentree van Van Gennip moeilijker verloopt dan hij had verwacht. “Maar ik mag toch aannemen dat iemand die naar mij toekomt en zegt weer bij de kernploeg te willen komen voldoende gemotiveerd is. En ik heb haar zowel in de zomer als later op het ijs druk bezig gezien.” Van Gennip zelf zegt echter dat ze harder moet gaan trainen. “Je had me soms moeten zien. Dat leek nergens op.”

Alleen als Yvonne van Gennip straks een duidelijke progressie toont stelt ze zich beschikbaar voor de Olympische Spelen van volgend jaar. Ze zegt niet “als toeriste” naar Albertville te willen reizen. Anders, beseft ze ook, kan ze beter een strippenkaart voor het reacreatieschaatsen op de Haarlemse baan kopen. “Een combinatie tussen plezier en succes is voor mij het mooiste.” Ze zei in Sarajevo af en toe naar de Duitse rijdsters te hebben gekeken en stiekem weer aan een overwinning te hebben gedacht. “Ik weet dat ik ze kan verslaan”, zegt ze doelend op de gouden Olympische weken in Calgary. “Het bevalt me wel om straks weer uit een underdogpositie aan te vallen.”

Helemaal uit het niets zal Van Gennip niet meer kunnen komen. Ze is en blijft de winnares van drie gouden Olympische medailles. Dat zal altijd voor een bepaald verwachtingspatroon zorgen. Zaakwaarnemer Ron Mulder adviseerde na Calgary Van Gennip ook niet voor niets te stoppen. De kwakkelperiode erna zorgde inderdaad alleen maar voor afbrokkeling van haar aureool. Van Gennip, in 1988 nog een van de populairste vrouwen van Nederland, werd tot jojo en twijfelkontje gebombadeerd. En een toevallige derde plaats bij het EK zal haar ook niet al te veel lof meer opleveren. Ze zegt dat dat haar niet stoort. “Ik denk zo van: ach, jullie kunnen me het succes van Calgary niet meer afnemen. Daar ben ik blij mee en nu begin ik gewoon weer met een schone lei.”

Van Gennip eindigde in Sarajevo bijna zeven punten achter kampioene Gunda Kleemann, omgerekend is dat bijna een hele minuut achterstand op de 5000 meter. Toch houdt de Duitse schaatstop nog steeds rekening met haar. Of dat beleefdheid of een gezonde argwaan is valt niet te beoordelen. Heike Warnicke, zilver bij het EK, eindigde ruim drie volle punten voor op Van Gennip, maar noemde de Nederlandse na afloop toch nog steeds “haar voorbeeld”. En Kleemann zei goed te kunnen zien dat Van Gennip steker wordt. Maar op de vraag of ze haar in staat acht 'het wonder van Calgary' te herhalen, antwoordde Kleemann oprecht en zeer realistisch: “Dat lijkt me heel moeilijk.”

    • Hans Klippus