Sommige vijandbeelden lijken sprekend

Wat waren (of zijn) ook weer de argumenten om tegen de operatie 'Desert Storm' te zijn? Bovenaan de lijst staat uiteraard de redenering of eigenlijk de opvatting dat iedere vorm van geweldstoepassing verwerpelijk en contraproduktief is. Wie met dit uitgangspunt niet in strijd wil komen, moet ook een groot deel van de sancties waarin het strafrecht voorziet, afwijzen. Zo iemand zal niet onmiddellijk de aandacht tot zich trekken van mensen die op zoek zijn naar praktische en betrouwbare bestuurders. Maar aangezien het een standpunt is dat overwegend thuishoort in de sfeer van het subjectieve geweten, leent het zich vrijwel niet voor bestrijding.

Van een wat minder hoog gehalte zijn de quasi-politieke argumenten die eigenlijk op het zelfde neerkomen. Zo betoogde Edward Kennedy, het Democratische lid van de Amerikaanse Senaat, dat er nooit een druppel mensenbloed mocht vloeien om de vrije aanvoer en-of de prijs van olie te beschermen. Wat de senator uit Massachusetts betoogde was dat ieder olieproducerend land uiteindelijk vogelvrij is. Nu gaat het bij Desert Storm nog om een reeks van andere belangen, maar in Koeweit wordt ook olie gewonnen en niet zo'n klein beetje. Deze kleine Golfstaat heeft dus, ook als omtrent sint juttemis een embargo niet blijkt te werken, weinig van Kennedy te verwachten. Maar eerlijk is eerlijk: hij is altijd al de telg van de vermaarde dynastie geweest die het minst beloofde.

Een deel van de PvdA-fractie in de Eerste Kamer was tegen Desert Storm, omdat naar zijn mening niet was vastgesteld dat alle vreedzame middelen waren uitgeput. Er is een vreedzaam middel dat inderdaad niet is beproefd; maar niet valt aan te nemen dat de betrokken senatoren daarop hebben gezinspeeld. Men heeft nagelaten Saddam Hussein geluk te wensen met de aanwinst van een negentiende provincie en hem de verzekering te geven dat de multinationale strijdmacht zou worden ontbonden en dat alle onderdelen met bekwame spoed naar hun vaderland zouden terugkeren.

LINKAGE

De regering in Washington heeft zich steeds met klem verzet tegen het leggen van een verband tussen de affaire-Koeweit en de Palestijnse kwestie, de zogenaamde 'linkage'. Toch betekent dit geenszins dat niemand Saddam Hussein zou hebben voorgehouden dat een internationale conferentie over het Midden-Oosten binnen zijn onmiddellijk bereik kwam, als hij zich terugtrok (of zelfs maar zei dat hij zich zou terugtrekken) uit Koeweit. Ik denk nog niet eens aan de deprimerende optocht van Waldheim, Heath, Brandt en al die andere Europese ex-prominenten die, tegen betaling van wat gegijzelden, bereid waren in Bagdad en elders hun licht over deze kwestie te laten schijnen. Op het laatste moment hebben ook de Franse regering en zelfs de secretaris-generaal van de Verenigde Naties de 'linkage' vrijwel in de aanbieding gedaan. Saddam Hussein heeft nog niet de moeite genomen de ontvangst van hun offerte te bevestigen.

Een ander, in brede kring aangehangen argument tegen het beginnen van Desert Storm is dat het effect van de sancties, van het embargo, niet lang genoeg is afgewacht. Wat is vijfeneenhalve maand tenslotte? Maar afgezien van het antwoord dat een inwoner van bezet Koeweit op deze vraag zou geven, is er nog iets anders. Saddam Hussein heeft acht jaar lang een (uiterst onberaden en even onrechtmatige) oorlog gevoerd tegen Iran en daardoor heeft Irak veel meer schade geleden dan een embargo van ettelijke jaren zou kunnen toebrengen. Desondanks had Irak zich kort na het eind van deze confrontatie alweer ontwikkeld tot de militair veruit sterkste mogendheid in de Arabische wereld. Mensen die zelfs niet bereid zijn aan het eind van een mislukt embargo het gebruik van geweld te overwegen, plaatsen zich net zo goed buiten de discussie als de principiele tegenstanders van oorlog.

Verzet tegen Desert Storm neemt soms ook de vorm aan van of komt voort uit tegenzin tegen Amerika, tegen de leidende rol van Amerika en tegen het instituut van het Amerikaanse presidentschap. Het is met dat Amerikaanse leiderschap inderdaad wat vreemd gesteld. Anders dan velen willen accepteren, bestaat het; het is onloochenbare realiteit gebleken. Als niet de Verenigde Staten in de eerste dagen van augustus 1990 een militaire barriere tegen Saddam Hussein hadden opgeworpen, zou werkelijk niemand anders het hebben gedaan of gekund. Zeker na de deconfiture van de Sovjet Unie is Amerika de enige supermogendheid in de wereld. Tevens is het een berooide supermogendheid. Broke and yet number one.

Sinds John F. Kennedy is er geen Amerikaanse president geweest, die in West-Europa in het algemeen en in Nederland in het bijzonder op een welwillende pers kon rekenen of die serieus werd genomen. Daarom hebben velen er moeite mee te erkennen dat George Bush zich in de bijna zes maanden die achter ons liggen op een haast voorbeeldige wijze heeft gekweten van een politiek, militair en diplomatiek huzarenstuk. Toch is dit zo. Zeker, hij had het tij mee van een sterk verbeterde Oost-West-verhouding. Zijn minister van Buitenlandse Zaken Baker had in diens Sovjet collega Sjevardnadze een uiterst constructieve partner. Toch heeft Bush kans gezien zich te verzekeren van de onophoudelijke steun van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, van de medewerking van soms uiterst capricieuze bondgenoten en ten slotte van de instemming van een hem in beginsel niet welgezind Congres. Aldus heeft hij de agressor Saddam Hussein kunnen dreigen met en vervolgens onderwerpen aan zowat de zwaarste sanctie is die het volkenrecht kent.

AANVECHTING

Bush heeft, zoals gezegd, alles wat zweemde naar 'linkage' van de hand gewezen. De tegenstanders van Desert Storm nemen hem dat kwalijk. Reeds veel te lang, zo zeggen zij, is een algehele en samenhangende oplossing van de problemen in het Midden-Oosten uitgebleven. Het zou daarvoor nu de hoogste tijd zijn geweest. Niettemin moet men Bush toegeven dat het wel heel absurd zou zijn de agressor Saddam Hussein de eer te gunnen dat een vreedzame regeling van problemen in het Midden-Oosten straks zou voortkomen uit zijn misdadige initiatieven. Duidelijk moet worden gemaakt dat Saddams aanblijven als een van de notoire bruten van de regio zo'n regeling bemoeilijkt en niet bevordert. Als aan Arabische zijde iemand zo'n eer verdient, dan zijn dit veel eerder de regeringen van landen als Saoedi-Arabie en Egypte. En als de regering van Israel de ontzaglijke aanvechting kan weerstaan om het Iraakse rakettenoffensief disproportioneel te vergelden (of een dergelijke vergelding meteen van de daken te schreeuwen), dan mag ook dit worden geprezen als investering in een vreedzame toekomst voor het Midden-Oosten.

Als de afloop van Desert Storm ertoe leidt dat Saddam Hussein van zijn voetstuk valt, dan kan ook elders in het Midden-Oosten de hemel opklaren. De beklagenswaardige vorst van Jordanie zal zich misschien vrijer voelen het waagstuk van een vredesverdrag met Israel onder ogen te zien, als hij niet langer de hete adem in zijn nek voelt van de Ba'ath-maffia in Bagdad. Het zou bijna een teken van gerechtigheid zijn als straks de rol van de Palestijnse Bevrijdings Organisatie PLO aanzienlijk minder geprononceerd wordt, want zij heeft zich, door een fundamenteel gebrek aan staatkundig talent, al te zeer geidentificeerd met Saddam Hussein c.s. Haar alleenvertoningsrecht van 'de Palestijnse zaak' zal zeker aangetast worden, naarmate vertegenwoordigers van locale Palestijnse gemeenschappen in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever meer ruimte krijgen en nemen. Wat minder Arafat op de televisie kan trouwens, ook al om esthetische redenen, geen kwaad.

In Nederland ten slotte keren zich niet alleen argumenten tegen Desert Storm maar ook groepen en bewegingen, die nog nauwelijks zijn bekomen van hun illusoire veldtocht tegen de kruisvluchtwapens. Hun prioriteiten zijn nog niet veel veranderd: liever vrede, geduld en begrip voor de (buitenlandse) wederpartij dan wat dan ook. Zij verwijten hun (binnenlandse) wederpartij net als vroeger dat deze zich laat leiden door een verkeerd 'vijandbeeld'. Nu is het waar, dat Desert Storm niet zozeer is voortgesproten uit het vermoeden dat Saddam Hussein misschien wel de Robin Hood van het Midden-Oosten is als wel uit de overtuiging dat hij bij herhaling het internationale recht heeft geschonden, dat hij de vermijding van 'collateral damage' in deze oorlog maar poppenkasterij vindt en dat hij zich in Koeweit heeft schuldig gemaakt aan ordinaire bankroverij. Zelfs de gezaghebbende polemoloog te Groningen, prof. Hylke Tromp, vindt dat. Heus, sommige vijandbeelden lijken sprekend.

    • H. J. Neuman