Patriot-eenheden zien in raket grootste gevaar

DIYARBAKIR, 20 jan. - De Nederlandse Patriot-eenheden in Turkije achten de dreiging van Iraakse raketten op het ogenblik aanzienlijk reeler dan die van vliegtuigen. De instelling van de Patriots is daaraan aangepast, aldus kolonel Tees, commandant van het Nederlandse detachement. Normaal 'kijkt' de radar van het systeem ongeveer 20 kilometer hoog en 140 kilometer ver. In Diyarbakir, waar de Nederlanders zijn gestationeerd, verkent hij het luchtruim tot een hoogte van circa 65 kilometer. De prijs van die hoogtewinst is dat men maar 70 tot 80 kilometer ver kan kijken. Maar dat is genoeg om een Iraakse Scud-raket te onderscheppen, meent Tees.

Hij zegt “geen flauw idee” te hebben of er na de bombardementen op Iraakse stellingen van de afgelopen dagen nog een reele dreiging bestaat voor een luchtaanval. “Ik kan mij eigenlijk niet voorstellen dat zij hier de boel platgooien.” Maar, zo zegt de commandant met nadruk, men blijft desondanks volledig voorbereid op een luchtaanval.

Zicht op wat er verder in de Golfoorlog gebeurt is voor de Nederlanders moeilijk te krijgen. In de hotels waar zij logeren is CNN alleen in het Turks te ontvangen. Over acties vanuit Turkije, zoals Amerikaanse bombardementsvluchten vanaf de verder naar het westen gelegen basis Incirlirlik, worden de Nederlandse squadrons niet op hoogte gehouden, aldus Tees. Zij zien de vliegtuigen hooguit op de radar voorbijkomen.

De militairen van de twee Nederlandse Patriot-squadrons krijgen weinig te zien van Diyarbakir en omgeving. Niet alleen doordat zij veel uren maken, maar ook doordat hun in feite een uitgaansverbod is opgelegd. Formeel heeft de luchtmachtleiding hun geadviseerd elk contact met de plaatselijke bevolking te vermijden en zich niet onnodig op straat te vertonen. Als men toch de straat opgaat wordt geadviseerd altijd in groepjes te gaan. De achtergrond van de maatregel is zuiver preventief, zegt kolonel Tees. Het 'dringend advies' werd gegeven op instigatie van Den Haag, omdat er berichten circuleerden over mogelijke vijandige acties van de plaatselijke Koerdische bevolking tegen de Nederlandse militairen. Tot nog toe hebben zij echter geen last gehad van Koerden, aldus Tees.