Oorlog op televisie is niet goed voor pacifisten; Verliefd op de video-clips

In menig gezin is de wereld omgekeerd. Vroeger moesten ouders hun kinderen losscheuren van de televisie om ze aan tafel te krijgen of een boek te laten lezen. Nu mopperen de kinderen dat vader en moeder maar eens van die bank af moeten komen. Er is toch geen nieuws, je hebt het toch al zo vaak gezien ? Het is waar, maar het scherm biologeert omdat realiteit en verbeelding elkaar plotseling overlappen. De oorlog is de strijd tussen goed kwaad, maar de oorlog zelf is ook de duivel. Het is een verboden vrucht: jarenlang vervloekt en verafschuwd, wij hebben ons tot het uiterste verzet, maar nu mag men er naar kijken, als een provinciaalse dominee in een peepshow.

Show, het woord is in dit verband obsceen maar het komt onherroepelijk in gedachten. Want ja, die generaals. Volwassen huisvaders in slobberige uniformen, koks die even van het fornuis zijn weggelopen om te vertellen wat er in de keuken gebeurt. Dat zij een wasmerk in hun kraag naaien om te voorkomen dat hun uniformen wegraken in de leger-wasserette is begrijpelijk, maar waarom moet dat zo prominent op de rechterborst? De taal is over het algemeen sober, maar als zij het over succesvolle missies hebben komt er een glimlichtje in de ogen.

COUNTERPART IN BAGDAD

En dan geeft George C. Scott het woord aan de man die alle luchtaanvallen heeft gecoordineerd, hij is verantwoordelijk voor 'de choreografie' - “zoals wij dat noemen”. Ze laten grinnikend de video zien met de bomaanval op het hoofkwartier van de 'counterpart' in Bagdad. De vertaling van dat woord is moeilijk: collega is te vertrouwelijk, zo vriendelijk en ironisch bedoelen zij het niet; tegenstander is ook niet goed want zij bedoelen het collegialer. Regisseur en choreograaf beantwoorden nog wat vragen en verontschuldigen zich dan beleefd, want er is werk aan de winkel. Men is geneigd te denken dat ze heel goed spelen.

De regisseurs zijn verliefd op de video-clips uit bombarderende vliegtuigen, het is eerste klas materiaal. Steeds weer zien wij dat tergend langzaam bewegende witte kruisje op het scherm. Haalt de piloot het of niet ? Ja, hij haalt het, anders zou het fragment niet vertoond worden.

Deze film is niet goed voor pacifisten, deze hele oorlog is tot nu toe niet goed voor pacifisten. Er was voorspeld dat dit conflict bloediger zou worden dan ooit door de inzet van de modernste technische middelen, maar dit is meer een reclame voor oorlog. Want wat zien wij? Een verslaggever van de BBC die verbaasd meldt dat er net een kruisraket over zijn hoofd is gevlogen. “Op dertig meter hoogte, zo de boulevard af”. De straten zijn leeg, maar er is geen huis platgebombardeerd en voorzover wij weten zijn alleen militaire doelen getroffen. In de verwarrende terminologie van politici en generaals heet het dat de piloten opdracht hebben om geen 'onschuldigen' te treffen. De logische consequentie van de oorlog is helaas dat al die domme, arme drommels in uniform wel schuldig zijn. Zo is het, de doodstraf.

De gedachte komt op, dat moderne technologie de oorlog minder verschrikkelijk maakt. Als de luchtmacht verbindingen kan verstoren, landingsbanen kan vernielen, kan zorgen dat vliegtuigen in hun bunkers blijven, vallen er in elk geval minder doden. Dan hoeft de infanterie tenslotte niet meer door mijnenvelden of tankgrachten vol brandende olie. Zo lijkt het scenario er uit te zien en daarom is het luchtoffensief zo lang en hevig. In de eerste wereldoorlog was een mensenleven goedkoop, nu is er geld genoeg omdat wij in het westen zo braaf via de benzinepomp voor Koeweit en Saoedi-Arabie hebben gespaard. Een kruisraket kost twee miljoen gulden, een vliegtuig zestig tot tachtig miljoen.

In de tweede wereldoorlog was er meer geld dan in 1914, maar minder technologie dan nu. De geallieerden maakten toen ook geen onderscheid tussen schuldigen en onschuldigen: het hele Duitse volk was schuldig. Dat was de rechtvaardiging voor de 'verzadigingsbombardementen', de vuurstormen van Hamburg en Dresden die alle zuurstof uit huizen en schuilkelders trokken. Amerikanen en Britten konden niet met precisie bombarderen maar zij hadden er ook geen behoefte aan: het luchtoffensief was gericht op complete demoralisering door vernietiging van de burgerbevolking.

LUKRAAK

Ook Saddam Hussein heeft geen behoefte aan precisie. Hij weet ongetwijfeld dat zijn Scud-raketten lukraak neerkomen en dat is de bedoeling. Maar het ondersteunt de stelling dat 'primitieve' technologie, zoals van de Scud, de oorlog verschrikkelijker maakt. De indruk die de televisie geeft, is dat de verfijning van de moderne wapens alleen de schuldigen treft en de goedwillenden ongedeerd laat. Deze conclusie is onjuist, en daarom moeten de pacifisten hopen dat er snel bloediger beelden op het scherm komen.

Niet alleen pacifisten, trouwens. Kinderen krijgen ook een totaal verkeerde indruk van wat er gebeurt, ze vinden het alleen maar spannend, weinig afwijkend van de normale electronische quizzen. Hoeveel ouders hebben hun zonen en dochters niet gewaarschuwd voor verslaving aan computerspelletjes? Stop daarmee kind, al dat oorlogsgedoe en vallende bommetjes, ga liever aan je huiswerk! Het blijkt nu, dat die computerverslaafden een uitstekende vooropleiding tot piloot hebben gehad. Degenen die dat niet hebben gehaald, zijn waarschijnlijk tewerk gesteld als televisiepresentator.

De directheid van de televisieuitzendingen heeft nog een ander effect, namelijk dat een netwerk van tussenpersonen wegvalt. Schiften, weglaten , bekorten en interpreteren zijn nuttige taken voor de journalist. Maar net als in de wetenschap verandert elke waarneming, elke ingreep het subject. Redigeren is bedoeld als verduidelijken, maar de werkelijkheid is ook niet 'edited'.

Juist die ongewone lange, letterlijke verslagen met aarzelingen en haperingen en secondenlange stiltes vertellen het echte verhaal. De lichaamstaal van die generaals en de stotterende zenuwachtigheid van de piloten, doorgaans geelimineerd omdat in Hollywood alles clean moet, leveren de authenticiteit.

In de schrijvende journalistiek is die alleen te achterhalen in de literaire reportage, die per definitie niet actueel meer is. Indien het niet duidelijk was, dan heeft deze Golfoorlog bewezen dat televisie voor het snelle, een-dimensionale nieuws onverslaanbaar is. Geen krant kan acht of tien uur later nog pretenderen dat er nieuws in staat. De gebeurtenissen moeten wel vermeld worden: alles dient te worden vastgelegd voor de eeuwigheid, maar dan wel accuraat want de lezers hebben de persconferentie ook bijgewoond. Als de generaal zegt zeven raketten, moeten het er op de voorpagina niet tien worden.

De grote taak voor kranten wordt ordenen, toelichten, tegen het licht houden, opinieren. Zoals de heer Den Uyl zei in de oliecrisis van l972: het wordt nooit meer zoals het geweest is.

    • W. Woltz