Onbarmhartige haast

Iedere geslaagde verrassingsaanval veroorzaakt een plotselinge golf van geestdrift en daarna kan het korter of langer duren voor de kater in zijn volle omvang zichtbaar wordt. In 1914 heeft dat rijpingsproces een maand of drie geduurd. In 1940 werd het duidelijk toen de Luftwaffe de dagaanvallen op Londen moest staken. De meest vooruitziende Duitsers hebben in 1942 begrepen dat de vreugde over verrassingen daarna op alle fronten, aan de Geallieerden was voorbehouden. En hoewel de geschiedenis zich nooit herhaalt, om te beginnen al niet omdat het Duitsland van de twee genoemde oorlogen een heel andere partij is dan het Amerika van deze, vraagt men zich af welk scenario de eventuele kater nu zal volgen.

Deze oorlog kan door de Amerikanen niet worden verloren, maar niet verliezen is onvoldoende. Er moet een volledige overwinning worden behaald, maar dan op zo'n manier dat de overwonnene de kans wordt gegund zich weer te herstellen. Hoe moeilijk dat ook zal zijn, Irak mag na de nederlaag geen bron van terrorisme en ander onheil worden. Om dat doel te bereiken zijn de Amerikanen aangewezen op de Arabische partners in de coalitie. Het is natuurlijk van belang dat het bondgenootschap bewaard blijft zolang de oorlog duurt, maar er staat veel meer op het spel als de oorlog zal zijn afgelopen. Bij het vestigen van een politiek evenwicht in de Arabische wereld valt grote verantwoordelijkheid toe aan Egypte, Saoedi-Arabie en zelfs Syrie dat, hoe dan ook, niet onveranderd uit de strijd tevoorschijn zal komen. De Arabische bondgenoten moeten volledig meedelen in het prestige van de overwinnaar. Dit betekent dat de coalitie behouden moet blijven. Juist voor 'na de oorlog' is het daarom van zoveel gewicht dat Israel buiten de strijd blijft.

Er is nog een reden waarom Amerika de oorlog moet winnen. Bij gebrek daaraan ontstaat in de Arabische wereld een nieuw machtsvacuum, waarin de coalitiegenoten en Israel manifest in het nadeel zijn. Dat kunnen niet alleen Amerika, maar ook de hele industriele Westelijke wereld en Japan zich niet veroorloven. Men hoeft bij het woord 'olie' niet meteen aan een economische vorm van imperialisme te denken. Het is duidelijk, zoals het altijd is geweest, dat de oliestaten en de industriestaten partners zijn. De vraag is alleen: op welke manier. Na de Amerikaanse overwinning zal de verhouding tussen leveranciers en consumenten opnieuw moeten worden geformuleerd, omdat anders de diepste oorzaak van deze oorlog blijft bestaan. Een Pax Americana, onderschreven door de coalitiegenoten en de industriestaten, is in eerste aanleg de enige manier die althans een kans van slagen heeft.

De derde noodzaak voor een Amerikaanse overwinning ligt in het politieke leven van Bush. Welke persoonlijke gevoelens men de Amerikaanse president toedraagt, is van geen belang. Het gaat om de vraag, wie er na hem zou komen als hij niet de volledige overwinning zou behalen. Dat zou iemand moeten zijn die een binnenlandse Amerikaanse crisis zonder weerga kan beteugelen. Zo'n politicus is hier op het ogenblik, voor zover men kan zien, niet in voorraad. Een verloren oorlog betekent in ieder geval voorlopig, naar de maatstaven van de internationale politiek gemeten, het einde van de Verenigde Staten als supermacht. Misschien is het potentieel om een supermacht te zijn, nog wel aanwezig, maar om zich als zodanig te gedragen is het voor de natie nodig dat ze ook als supermacht wordt erkend. Aan deze erkenning zou het na de verloren oorlog ontbreken. De crisis van demoralisering en onzekerheid die op Vietnam is gevolgd, zal kinderspel zijn vergeleken bij wat zich hier zal ontwikkelen als er geen totale overwinning wordt behaald.

Omdat er niet kan worden verloren, moet er worden gewonnen. Deze oorlog, zegt men nu, is de eerste 'hi-tech oorlog'. Fabrikanten en gebruikers zijn in de wolken over de manier waarop de nieuwe electronische en laserstraal-geleide wapens werken. De soldaat die de Patriot-raket heeft afgevuurd waardoor in de lucht de Iraakse Scud werd getroffen, verklaarde dat hij daarmee geschiedenis had geschreven. Die opgetogenheid geeft de reactie op de verrassingen over de hi-tech nauwkeurig weer. Het politieke effect heeft niet op zich laten wachten: in de polls - men vergeve me de voor de hand liggende metafoor - is de populariteit van Bush als een patriot omhoog geschoten.

Hoe lang kan deze nieuwe vorm van oorlogvoering worden voortgezet. De New York Times van vandaag bevat een bijdrage van de politicoloog John Mueller, auteur van War, presidents and public opinion (op alle terreinen zijn hier de onbetwistbare experts direct mobilisabel). Mueller legt uit dat er - niet verwonderlijk - een zware correlatie is tussen de populariteit van de president en het aantal gesneuvelden te velde. Kort voor de vijandelijkheden begonnen, daalde Bush's populariteit van 63 tot 44 procent nadat een deskundige bron het aantal doden op duizend had geschat. De tien gesneuvelden na drie dagen hebben hem allerminst kwaad gedaan: zijn populariteit is nog nooit zo groot geweest.

Hoeveel gesneuvelden kan de publieke opinie verdragen voordat de geestdrift via aarzeling en wantrouwen in verzet verandert? Dat hangt af van het voortgezette succes van de hi-tech, maar ook van een paar beproefde middelen die kunnen voorkomen dat de legers frontaal op elkaar botsen. Er is wat minder aandacht gegeven aan de operaties van de B-52 bommenwerpers, die zich intussen hebben beziggehouden met Saddams Republikeinse Garde. Men kan ervan verzekerd zijn dat op het ogenblik uit de lucht de Amerikanen hun uiterste best doen om dit elitekorps weg te vagen. Als men zegt dat dit een televisieoorlog is, dan is dat maar ten dele waar. De 'surgical strikes' van de hi-tech veroorzaken opgetogenheid; misschien zou daar een domper op worden gezet als ook het 'carpet bombing' met zijn resultaten te zien was.

Het beeld van de oorlog in zijn beginfase is al niet volledig. Hoe zal het gaan als de strijd verder op gang komt? De Iraakse strijdkrachten hoeven geen militaire zege te behalen om het politieke thuisfront zwaar te raken. Mueller herinnert zich het Tet-offensief in Vietnam, straatgevechten en slachtpartijen bij een frontaal treffen tussen de strijdkrachten. Soortgelijke ontwikkelingen zouden de hechtheid van het thuisfront niet bevorderen. Senator Sam Nunn heeft gezegd dat het moreel van de Iraakse soldaat de lengte van de oorlog zal bepalen. Is het sterk, dan duurt het lang.

De Amerikanen moeten dus niet alleen winnen; ze moeten dat ook zo snel mogelijk doen. Naarmate de Iraakse capitulatie of de ineenstorting langer op zich laat wachten, krijgt Washington meer haast. In de oorlog wordt haast tot onbarmhartigheid. Men zette zich schrap: als Saddam niet opschiet met zijn witte vlag, zullen we de hi-tech van de eerste dagen als hoogtepunt van humanitair gedrag leren beschouwen.

Zes weken? Drie maanden? Langer mag het niet duren. En omdat dit een zo korte tijd is, begint ons voorstellingsvermogen ook al belangstelling te krijgen voor wat er 'na de oorlog' zal gebeuren. Dat valt beter te voorspellen dan het verloop van de oorlog zelf. Pas dan is de zegevierende supermacht met zijn politici en de publieke opinie in staat te overzien welke vraagstukken hun erfenis zijn. De enige overgebleven supermacht kan zich daaraan niet onttrekken, juist omdat hij de enige is. Van een nieuwe wereldorde is in ieder geval minder dan ooit te zien. De mensheid, zoals we zeggen, moet weer helemaal opnieuw beginnen. Opbouw van de Arabische wereld kan niet meer zonder een regeling van de Palestijnse kwestie. De Amerikanen zullen dan misschien eindelijk het gezag en de Arabische bondgenoten hebben die daarvoor nodig zijn. Maar terwijl de oorlog wordt gevoerd, is het elders op de aardbol niet rustig gebleven.

V oor 2 augustus 1990 was de Sovjet-Unie onze grootste zorg. Na de overwinning op Saddam zal men zien dat die zorg er niet minder op is geworden. Het ingrijpen van het Rode Leger in Litouwen is behalve een drama ook een signaal: de conservatieve revolutie in Moskou is onderweg. Militairen die de terugtocht beu zijn, gaan zich verzetten en als dat verzet resultaat heeft, zoals in Vilnius nu het geval is, betekent dat een aanmoediging om verder te gaan. Iedereen, behalve de generaals en kolonels, weet dat zo'n revolutie de oorzaken van de Sovjet-mislukking in versterkte mate terugbrengt. Dat wordt pas later duidelijk. Het eerste punt op de agenda van de militairen is: zoveel mogelijk van Gorbatsjovs hervormingen ongedaan maken. Midden-Europa kan niet worden heroverd, maar wel kan men de troepen die er nog zijn daar laten, zoals nu in Polen. Dit op zichzelf al zal een ontwrichtende uitwerking op het Europese evenwicht hebben. De economische ineenstorting gaat intussen op dezelfde voet verder. Dat kan de tweede oorzaak van de Europese ontwrichting zijn.

Bij alle verschillen lijken van Westers standpunt de vraagstukken van de Sovjet-Unie en de Arabische wereld op elkaar. In beide gevallen hebben we te maken met reusachtige samenlevingen, die krampachtig naar een methode zoeken om in een nieuwe politieke structuur de produktiviteit te vinden die nodig is om tot de welvaart te komen die ze in het Westen zien. In beide gevallen zijn er conservatieve krachten die zich verzetten, omdat in dat omwentelingsproces hun belangen verloren gaan. En - dat is de voornaamste overeenkomst - in beide gevallen zijn ze aangewezen op de Westerse technologie en economische kracht.

Daarmee houdt de overeenkomst op, maar bij elkaar is het voldoende voor het Westen om te beseffen dat de overwinning op Saddam weliswaar noodzakelijk is, en dat er haast mee moet worden gemaakt, maar dat daarna de problemen pas goed beginnen. Het is wel duidelijk dat de Amerikanen dat werk niet alleen kunnen opknappen.

    • H. J. A. Hofland
    • Commentator Nrc Handelsblad