Na de oorlog

HET IS GEEN WONDER dat de militaire ontwikkelingen in de Golfoorlog de meeste aandacht krijgen. Het gaat in de eerste plaats om wie wint, wie verliest en tegen welke kosten. Niettemin is duidelijk dat aan beide kanten politieke overwegingen een grote rol spelen in het sturen van de strijd. De Amerikanen hebben bijvoorbeeld gekozen voor precisiebombardementen, om te voorkomen dat burgers het slachtoffer worden. Om dezelfde reden doet Saddam Hussein het tegenovergestelde. Zijn Scud-raketten hebben geen militaire waarde maar zijn bedoeld om burgers te raken, zodat Israel openlijk deelneemt aan de oorlog.

De Iraakse dictator lijkt ook een zorgvuldige tactiek te volgen bij het inzetten van zijn strijdkrachten, met het strategische doel om het gevecht lang vol te houden. Als die opzet lukt, komen de geallieerden vroeg of laat voor enkele cruciale beslissingen te staan. Moeten zij, als Koeweit heroverd is, de vijand tot in Irak achtervolgen, ten koste van hoge verliezen? Wat te doen als de dictator dan een wapenstilstand aanbiedt? Willen zij Saddam Hussein en zijn regime aan de macht laten?

Als men president Bush kan geloven, zijn de Amerikanen niet uit op het hoofd van de dictator, noch op de verovering van Irak. De doelen zijn: bevrijding van Koeweit en vernietiging van de nucleaire, chemische en bacteriologische capaciteit van Irak. Als stabiliteit het streven is heeft het ook geen zin om Irak economisch en militair totaal weerloos te maken. Een machtsevenwicht tussen Syrie, Iran en Irak zou dat doel beter dienen. De gedachte dat Saddam Hussein zijn hoofd en positie uiteindelijk kan redden is moeilijk voor te stellen. Maar als hij in staat is de prijs hoog genoeg te maken, wordt de keuze heel moeilijk.

De Verenigde Staten - en zij niet alleen - hebben militaire acties in het verleden vaak gerechtvaardigd met grote woorden als 'herstel van de democratie' of 'verdediging van de vrijheid tot zelfbeschikking'. Die termen waren in de Golfoorlog niet zo geschikt, omdat geen enkel Arabisch land echte democratie kent. De doelstelling is ditmaal beperkter en komt er simpelweg op neer: laat alle landen binnen hun eigen grenzen blijven.

DE WINST VAN deze oorlog zal mogelijk zijn dat het besef van nationale soevereiniteit wordt versterkt en dat agressie over de grenzen niet loont. Het prestige van de Verenigde Naties is in elk geval toegenomen en het is ook zeer wel mogelijk dat de Verenigde Staten invloedrijker uit het conflict komen.

Dat prestige zal nodig zijn bij conferenties over stabiliteit in het Midden-Oosten, inclusief de Palestijnse kwestie. Alle uitspraken daarover zijn ook hoogst speculatief. Maar een ding lijkt zeker: Israel zal zich niet aan serieuze gesprekken kunnen onttrekken. Redelijk of niet, maar de landen die nu offers brengen voor Koeweit associeren de oorlog ook met het Palestijnse conflict en de weinig soepele houding van Israel daarin.

De situatie zal drastisch veranderen. Irak zal hoe dan ook militair worden uitgeschakeld, en dus is er voor Israel een bedreigende factor minder. Even belangrijk is dat de PLO zichzelf heeft geelimineerd als gesprekspartner. Politiek heeft Arafat vrijwel elke invloed verloren door zijn ondubbelzinnige steun aan Saddam Hussein. Bij Koeweit en Saoedi-Arabie hoeft hij niet meer aan te kloppen voor miljoenen dollars, zoals in het verleden.

EN VAN DE Israeliers kan in alle redelijkheid niet meer worden gevraagd dat zij met de PLO aan de conferentietafel gaan zitten. Zij zullen dat hoe dan ook weigeren. Dan blijft de vraag, wie wel acceptabel is: gematigde Palestijnen zijn helaas zeer schaars geworden door eendrachtige samenwerking van Israel en PLO.