Minister Van den Broek: Om Israel te helpen laten we geen steen op de andere staan

DEN HAAG, 20 jan. - De consensus in Nederland over militaire deelneming aan de Golfoorlog zal ook bij een langdurige strijd intact blijven, zegt minister Van den Broek van buitenlandse zaken. “Ik heb daar zeker vertrouwen in. Maar ik geef toe dat zoiets altijd moeilijk te voorspellen is. Wij zullen ook zeker op gezette tijden de vraag moeten stellen of de middelen die we gebruiken nog steeds voldoende in overeenstemming zijn met het politieke doel dat we nastreven”, zei Van den Broek zaterdagavond in een vraaggesprek.

“Ik heb op dit moment geen reden om er aan te twijfelen dat men in Nederland halverwege zou terugkomen op eerder genomen besluiten, vooral daar die zijn genomen op basis van uitspraken van de Veiligheidsraad. Waarom zou, wanneer het bereiken van het doel moeilijkheden ondervindt of meer tijd kost dan men aanvankelijk had gedacht, de waarde van die Veiligheidsraadresoluties verminderen?

“Ik denk dat het mogelijk moet zijn steeds opnieuw duidelijk te maken waar we mee bezig zijn. Met alle leed dat er wellicht door ontstaat, moeten we ons blijven realiseren dat we bezig zijn oplossingen af te dwingen die een veel groter en een veel verdergaand leed en een veel verdergaande instabiliteit en schade moeten helpen voorkomen.

“Die discussie kan best op enig moment moeilijk worden. Deze laat zich ook heel vaak wat te gemakkelijk versimpelen, maar het is de afgelopen dagen toch duidelijk geworden, uit de moeilijkheden die de coalitie-landen hebben, dat Saddam Hussein over een enorme militaire kracht en macht beschikt. Hij is blijkbaar in staat om zo'n groot aantal landen, waaronder een supermacht, lange tijd op een afstand te houden. Je moet er niet aan denken dat een tiranniek heerser als Saddam Hussein ook nog de beschikking zou krijgen over massavernietigingswapens van een nog ander kaliber dan die van chemische en biologische aard, waarover hij wellicht op dit moment de beschikking heeft.”

Van den Broek vreest dat men een moeilijke en zware fase door moet, voordat van de kant van Bagdad enige politieke beweging komt. “Het is absoluut niet zeker dat op enig moment het militair ingrijpen kan worden onderbroken of afgebroken om daadwerkelijk alsnog tot een politieke oplossing te komen. Ik krijg duidelijk de indruk dat ook de Amerikanen ten aanzien van hun eigen publieke opinie trachten om al te hooggespannen verwachtingen over een spoedige afloop van dit geheel wat te temperen.”

Van den Broek wil in deze uiterst gecompliceerde en onoverzichtelijke situatie geen 'adviezen' aan Israel verstrekken. In de verklaring die de regering deze week na de eerste raketaanvallen op Israel uitgaf werd de hoop uitgesproken dat het Israel 'gegeven zal zijn' om verder buiten het conflict te blijven. “We hebben de voorkeur gegeven aan deze passieve formulering om een aantal redenen. In de eerste plaats omdat Israel voor een enorm vergeldingsdilemma staat: enerzijds weet men welk risico terugslaan betekent voor de samenwerking met de Arabische landen binnen de coalitie tegen Irak. Tegelijkertijd is het tegenover zijn eigen bevolking verplicht om zodanig te reageren dat de kans op herhaling met nog ergere consequenties dan tot nu toe ook zo klein mogelijk blijft.

“Ten tweede heeft Israel niet alleen een legitiem recht van zelfverdediging, maar evenzeer het recht om te beslissen al dan niet gebruik te maken van dat legitieme recht. In de derde plaats vind ik dat Israel een grote politieke en militaire zelfbeheersing aan de dag heeft gelegd in dit conflict en daarbij dus ook blijk heeft gegeven van een groot verantwoordelijkheidsbesef. Het vierde punt is: wij als Nederland kunnen voor de Israelische vergeldingsactie of voor de Iraakse dreiging geen alternatief bieden, zoals bijvoorbeeld de Verenigde Staten of Engeland dat wel kunnen.”

Deze overwegingen speelden een grote rol, toen vrijdagavond- en nacht met Israel contact werd opgenomen vanuit Den Haag om te informeren naar een eventuele behoefte aan Nederlandse Patriot-eenheden. “Het vergeldingsdilemma voor Israel zou gemakkelijker op te lossen zijn, zeker naar de bevolking toe, als Israel in staat zou zijn om de Iraakse raketten tijdig te onderscheppen en onschadelijk te maken. Dat heeft bij ons de vraag opgeroepen hoe het staat met de Israelische raketafweer-capaciteit. Daar hebben we wat informatie over ingewonnen om te zien of, gelet op de Nederlandse ervaring met het zeer moderne Patriot-systeem, mogelijk nog hulp geboden zou kunnen worden.

“Intussen is gebleken dat, met veel waardering voor het initiatief dat we hebben genomen om daarnaar te informeren, men op dat punt in samenwerking met de Verenigde Staten de capaciteit al op peil aan het brengen is.”

Kun je zeggen dat Nederland een aanbod aan Israel heeft gedaan?

“We formuleren in de politiek en in de diplomatie de dingen soms zo zoals we ze formuleren. Wij hebben geinformeerd bij Israel. We hebben een open formule gehanteerd, zonder tot enigerlei vorm van formeel aanbod te komen.”

Maar de mogelijkheid om Nederlandse Patriot-eenheden te verkrijgen is niet definitief van de hand gewezen?

“Nee hoor, integendeel. Zoals ook uit de reactie van de Israelische ambassadeur blijkt die melding maakte van wat hij betitelde als een aanbod. Als Israel ja had gezegd, hadden we natuurlijk intern overleg moeten plegen hoe we dat hadden moeten organiseren.”

Het Israelische antwoord kan samengevat worden als: op dit moment zijn we bezig op een andere wijze daarin te voorzien?

“Zo kan het rustig worden samengevat. Kijk, onze betrekkingen met dat land zijn natuurlijk zodanig dat als het echt in de knel komt, ja, dan laten wij geen steen op de andere om na te gaan of wij misschien iets voor ze kunnen betekenen, linksom of rechtsom. Daarbij zijn onze mogelijkheden ook niet onuitputtelijk, maar juist op dit terrein hadden wij iets kunnen doen.”

Is het vooral een zaak van overleg tussen Lubbers en uzelf geweest?

“Overleg niet veel. Het is gewoon het diplomatieke handwerk dat je constant moet blijven doen in een situatie als deze om zoveel mogelijk feiten te kennen en alert te kunnen reageren.”

Moeten we uit die alertheid opmaken dat Nederland in de komende dagen, al naar gelang de gang van zaken in Israel en in het Midden-Oosten, op nog andere manieren hulp zou kunnen aanbieden?

“Inderdaad. Wij volgen de ontwikkelingen op de voet. Medisch personeel, daar zijn we druk en intensief mee bezig en een heel eind mee gevorderd. Er kunnen straks ook andere vragen komen en ik vind gewoon dat de internationale solidariteit eist, evenals het belang dat wij hechten aan het zo goed mogelijk tot uitvoering brengen van de opdracht van de Veiligheidsraad, dat ieder op z'n eigen plek zo goed mogelijk bekijkt wat hij verder kan bijdragen.”

Als Israel ja had gezegd, zou dat door de Tweede Kamer zijn geaccepteerd?

“Ik zeg niet dat het helemaal zonder complicaties zou zijn, maar ik zou me daar na zorgvuldige studie buitengewoon sterk voor hebben gemaakt. In elk geval zijn dit geen zaken waarin partijpolitiek een rol speelt. In het mondeling overleg van vrijdag bestond een buitengewoon grote gemeenschappelijk zorg voor de positie van Israel. Ik kan mij niet voorstellen dat indien een beroep op ons was gedaan om te proberen dat dilemma dichter bij een oplossing te brengen dat men dan had gezegd: nee, daar valt met ons niet over te praten. Dat wil niet zeggen dat het allemaal rimpelloos en zonder complicaties was gegaan. Maar vergeet niet, we praten hier over uitsluitend over defensieve systemen.”

    • Rob Meines