Minister stelt actie zuinig autorijden uit na forse val olieprijs

ROTTERDAM, 20 jan. - De publiciteitsactie van de regering om automobilisten tot minder en zuiniger rijden op te roepen is uitgesteld. “Als de ontwikkeling van de Golfoorlog en de lage olieprijs zo blijft, gaat de actie de komende dagen nog niet van start”, zegt een woordvoerster van minister Andriessen (economische zaken).

De actie gaat wel door, zegt ze, maar het moment wordt nu niet gunstig geacht omdat de brandstofprijzen sterk dalen. Het ministerie had niet gerekend op een scenario waarbij de olieprijs zo sterk zou dalen, zegt de woordvoerster.

Vrijdag kelderde de prijs op de termijnmarkt in Londen tot 18, 30 dollar per vat, met een verlies van 1, 40 dollar, waarmee het laagste niveau sinds 19 juli (voor de invasie van Koeweit) werd bereikt. De handel bewoog zich op een zeer laag niveau, omdat er tijdens de eerste etmalen van de Golfoorlog geen olie-installaties in Saoedi-Arabie, het belangrijkste produktieland voor ruwe olie, zijn vernield. De enige schade die tot nu toe ontstond was een uitgebrande olie-opslagtank in het noord-westen, even ten zuiden van Koeweit.

Oliemaatschappijen en andere handelaren in olie en brandstoffen hebben na de uitschakeling van een groot deel van de Iraakse luchtmacht en de Iraakse raketten vertrouwen dat de aanvoer niet of nauwelijks gehinderd zal worden. Ook de zeer ruime voorraden, nog aangevuld met een deel van de strategische voorraad in het Westen, speelt een belangrijke rol.

Als gevolg daalden de noteringen voor brandstoffen op de internationale markten de afgelopen week fors. Vliegtuigbenzine (kerosine, ook wel als 'jet-fuel' aangeduid) daalde met 25 procent tot 300 dollar per ton. Volgens de KLM is het nog te vroeg om te bepalen of de brandstoftoeslagen op vliegtickets verlaagd kunnen worden.

Shell, marktleider in Nederland, verlaagde gisteren wel meteen de benzineprijs aan de zelftankpompen met tien cent per liter en de dieselprijs daalde met twaalf cent. Bij andere pompen is de prijsverlaging als gevolg van prijsverschillen nog groter.

In de Verenigde Staten hebben twee grote oliemaatschappijen de bevriezing van hun brandstofprijzen, waartoe direct na het begin van de oorlog was besloten, weer ongedaan gemaakt. Chevron, de grootste benzineverkoper in Amerika, maakte dit besluit als eerste bekend “om concurrerend te kunnen blijven”. Dat betekent dat de benzineprijs fors wordt verlaagd.

Het bestuur van het Internationaal Energie Agentschap, waarin Nederland is vertegenwoordigd, besloot op 11 januari dat bij het begin van oorlogshandelingen in het Midden-Oosten een deel van de strategische olievoorraad in de Westerse industrielanden en Japan wordt verkocht en dat tegelijk door energiebesparing het olieverbruik wordt verlaagd om de markt en de consumenten het vertrouwen te geven dat er voldoende olie is om een oorlogsperiode door te komen.

In Nederland moet de besparing voor verreweg het grootste deel door het motorverkeer worden opgebracht. Het ministerie van economische zaken heeft een televisiespot klaarliggen en 1, 2 miljoen folders die bij benzinestations aan automobilisten worden uitgereikt.