Kansen voor kleine boeren in nieuwe landbouwpolitiek EG

BRUSSEL, 20 jan. - De voltallige Europese Commissie is vandaag in Brussel in speciale vergadering bijeengekomen voor beraad over wat wel eens de meest pijnlijke operatie in de recente geschiedenis van de Europese Gemeenschap kan worden: de herziening van de gemeenschappelijke landbouwpolitiek.

De noodzaak daarvoor is het afgelopen jaar duidelijk geworden nu gebleken dat landbouw nog steeds een veel te zwaar beslag legt op de EG-begroting. Het in 1988 met veel moeite overeengekomen beleid om - onder meer via produktiequota voor zuivel en stabilisatoren voor de graanproduktie - de landbouwuitgaven terug te dringen heeft gefaald.

De kosten die de EG kwijt is aan haar landbouwbeleid zullen dit jaar bijna zestig procent - 32 miljard ECU (ruim 73 miljard gulden) - van het totale budget bedragen, terwijl de melk- en rundvleesoverschotten nog steeds zorgwekkend groeien. Dat is het gevolg van het feit dat de produktie in de agrarische sector in de Europese Gemeenschap jaarlijks groeit met twee procent, terwijl de consumptie van landbouwprodukten met slechts een half procent toeneemt. Onder het gemeenschappelijk landbouwbeleid wordt de overschotproduktie tegen gegarandeerde minimumprijzen door de EG uit de markt genomen.

Al meer dan een maand, sinds het mislukken van de onderhandelingen over verdere liberalisering van de wereldhandel in het kader van de zogenoemde Uruguay-ronde van de GATT (Algemene overeenkomst inzake tarieven en handel) begin december, circuleren in Brussel verschillende versies van de voorstellen die de landbouwcommissaris van de EG, de Ier Ray MacSharry, wil doen om aan die situatie iets te doen. Maar welke versie vandaag ook zal worden besproken door de Europese Commissarissen: de bezorgdheid van MacSharry is alom aanwezig. “Het moet langzamerhand overduidelijk zijn”, zo zegt hij in zijn 'bespiegelingen', “dat de landbouwpolitiek van de EG zo niet kan doorgaan zonder dat ze haar eigen bestaan in gevaar brengt.”

Die politiek dateert immers uit de jaren zestig, toen er in de toenmalige zes landen van de Europese Gemeenschap nog sprake was van een gemeenschappelijk tekort in de agrarische produktie.

Terwijl de tot nu toe gevoerde landbouwpolitiek gericht is geweest op vergroting van de produktie en op het garanderen van de prijzen voor surplusproduktie, zal in de toekomst juist het accent moeten worden gelegd op vermindering van de produktie en op directe inkomenssteun voor de boeren. Als algemeen doel van de nieuwe gemeenschappelijke landbouwpolitiek stelt MacSharry vast dat het noodzakelijk is “om een groot aantal boeren op het platteland te houden”. De boeren vervullen immers tegelijkertijd twee functies: ze produceren en beschermen het platteland.

De stimulansen voor het intensiveren van de produktie moeten daarom worden verminderd en de extensieve landbouw - minder opbrengst met milieuvriendelijker methoden - moet worden aangemoedigd. De landbouwfondsen van de EG dienen niet meer uitsluitend te worden gericht op gegarandeerde prijzen, maar moeten in de woorden van MacSharry worden gebruikt als “instrument van werkelijke financiele solidariteit tegenover degenen die die het meest nodig hebben”.

Al eerder heeft de landbouwcommissaris de omstandigheid aan de kaak gesteld dat tachtig procent van de landbouwuitgaven van de EG terecht komt bij twintig procent van de Europese boeren, namelijk degenen die het meest efficient produceren.

Zo zou volgens MacSharry de interventieprijs voor tarwe bijvoorbeeld bijna moeten halveren van 169 ECU per ton (388 gulden) tot 90 ECU (207 gulden). Dat zou de efficienter werkende boeren dwingen zich aan te passen aan de marktomstandigheden. Op de wereldmarkt is de prijs van tarwe immers veel lager dan de EG-interventieprijs. Die situatie geldt overigens voor veel agrarische produkten en dat verklaart de Europese melkplassen en boterbergen.

Door prijsverlagingen - zo zou verder de melkprijs met tien procent moeten worden verlaagd, terwijl boter en rundvlees vijftien procent in prijs omlaag moeten - zouden volgens MacSharry en de landbouwuitgaven van de EG en de overproduktie beter onder controle kunnen worden gebracht. Boeren met een areaal van 30 hectare zouden volledig moeten worden gecompenseerd voor het inkomensverlies dat ze daardoor lijden. Maar boeren met grotere bedrijven zouden minder compensatie krijgen: voor de volgende 50 hectare 75 procent en daarboven 65 procent.

Lagere prijzen kunnen verder de consumptie bevorderen en “concurrerende omstandigheden” scheppen voor het 'non-food'-gebruik van agrarische produktie, zoals de verwerking van graan tot de brandstof bio-ethanol.

Een systeem van steun moet worden uitgewerkt om boeren aan te zetten om milieu-vriendelijke produktiemethoden te gebruiken. Tegelijkertijd zullen maatregelen moeten worden uitgewerkt voor een programma van langdurige braaklegging van landbouwgrond. MacSharry denkt ook aan een regeling die oudere boeren in staat stelt op te houden met werken zodat jongere mensen in het boerenbedrijf aan de slag kunnen.

De vraag is of de Europese Commissie tijdens haar 'seminar' vandaag tot overeenstemming komt over een dermate ingrijpende wijziging van het landbouwbeleid van de Gemeenschap. Er bestaat onder de verschillende Commissarissen nogal wat oppositie tegen de plannen van MacSharry. Zo vindt de Britse commissaris voor de mededinging, Sir Leon Brittan, het onrechtvaardig dat de meest concurrerende producenten het hardst worden aangepakt.

Als de Commissie er vandaag in slaagt een afgerond document op tafel te krijgen, dan zal dat morgen en overmorgen, wanneer in Brussel de ministers van landbouw van de EG vergaderen, tot forse controverse leiden. Want Groot-Brittannie, Nederland en Denemarken, de meest efficient producerende landen, zullen zich met hand en tand verzetten tegen de voorstellen van MacSharry, die gevoelige inkomensverliezen voor hun boeren tot gevolg zullen hebben.