Japanse premier Kaifu presenteert plan voor Gemeenschap in Azie

TOKIO, 20 jan. - De Japanse premier Toshiki Kaifu heeft vorige week tijdens zijn eerste etappe van een rondreis door Oost-Azie zijn 'Kaifu-doctrine' voor een Aziatiasche Gemeenschap wereldkundig gemaakt en verdedigd. De premier moest zijn reis afbreken wegens de Golfcrisis, maar zijn doctrine blijft bestaan.

Hoewel de details van het plan nog moeten worden bekendgemaakt, is Kaifu in Zuid-Korea meteen duidelijk gemaakt dat Tokio's diplomatieke initiatieven in de regio met enig wantrouwen worden bejegend. In Seoul liepen demonstranten te hoop in het Pagoda-park, het symbool van het Koreaanse verzet tijdens de Japanse bezetting van Korea van 1910 tot 1945, en betitelden Kaifu's bezoek als 'machtsvertoon'.

Kaifu's Korea-reis was een van de concrete uitvloeisels van de Kaifu-doctrine, die “reflectie op het verleden” als uitgangspunt heeft. Andere landen die Kaifu in zijn plannen wil betrekken zijn Thailand, Maleisie, Singapore, Brunei en de Filippijnen. Taizo Watanabe, de woordvoerder van het ministerie van buitenlandse zaken dat de nieuwe doctrine heeft bedacht: “De gebeurtenissen in Oost-Europa maken nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Nieuwe factoren spelen een rol. Denk aan de Korea's, Vietnam, Cambodja, of de relatie tussen de Sovjet-Unie en Japan; het is van vitaal belang om hierover voortdurend van mening te wisselen om misverstanden te voorkomen.”

Ook in Japan was de nieuwe wereldorde het afgelopen jaar een veelvuldig besproken onderwerp. Met name de rol die Japan daarin moet gaan vervullen staat centraal. Met het ontdooien van de Koude Oorlog wordt ook de band tussen Japan en de Verenigde Staten losser nu hun gemeenschappelijke vijand, de Sovjet-Unie, minder gevaarlijk lijkt. Europa heeft zijn handen vol aan zijn eigen problemen. Vanzelfsprekend richt Japan daarom de blik meer en meer op Azie.

Volgens de na de oorlog omarmde Yoshida-doctrine, genoemd naar de toenmalige premier, zou Japan zich op het internationale vlak strikt beperken tot economische activiteiten. Inmiddels zijn de niet-communistische landen in Azie voor Japan een bijna even belangrijke afzetmarkt geworden als de VS. Ze importeren iets meer dan dertig procent van de Japanse produkten tegen 35 procent voor de VS. Met een Amerikaanse recessie in aantocht en een doorgaande economische groei in Azie kunnen deze cijfers nog dit jaar omdraaien.

Er is een andere kentering in aantocht, die intensief contact tussen de Aziatische landen noodzakelijk maakt, aldus Watanabe. “Er is een zekere bezorgdheid ontstaan ten aanzien van Amerika's militaire aanwezigheid in Azie, die de komende jaren zal verminderen. In de regio groeit ook de bezorgdheid ten aanzien van de militaire rol van Japan. Volstrekt ten onrechte, wil ik nog eens benadrukken. Maar het recente voorstel, dat weliswaar is afgeblazen, om troepen van Japans zelfverdedigingsmacht naar de Golf te sturen heeft weer eens aan het licht gebracht hoe gevoelig dit soort initiatieven ligt bij onze buurlanden”, aldus Watanabe.

Het is geen toeval dat ruim tweederde van Japans ontwikkelingshulp in Azie terechtkomt. Met elf miljard dollar dit jaar is Japan de grootste donor ter wereld. De implicaties van de 'internationale samenwerking door ontwikkelingshulp' moeten niet worden onderschat.

Alle landen die Kaifu op zijn reis aandoet ontvangen ontwikkelingshulp van Japan. De verplichting aan Tokio, die werd onderstreept bij de troonsbestijging van keizer Akihito in november, toen vrijwel alle Aziatische landen hun staatshoofd stuurden, geeft Kaifu een aangenaam uitgangspunt voor het uiteenzetten van Japans nieuwe Azie-beleid.

Japans intensievere bemoeienis met Azie blijkt verder uit het bezoek van minister van financien Ryutaro Hashimoto aan China. Daarmee is definitief een eind gekomen aan de verkoelde verhouding tussen beide landen sinds het bloedbad in Peking op 4 juni 1989. De ontwikkelingshulp, die anderhalf jaar lang geheel of gedeeltelijk bevroren is geweest, is ook weer volledig vrijgegeven. Japan is hierin zijn Westerse bondgenoten voorgegaan, een breuk met het tot nu toe gevolgde beleid om te wachten tot de VS of Europa stappen ondernemen.

Hoe serieus Japan het belang van Azie neemt, wordt nog eens onderstreept door het besluit een aantal Aziatische landen (vermoedelijk Thailand, Brunei, Maleisie, Indonesie en Singapore) als bestemming te kiezen voor de eerste buitenlandse reis van keizer Akihito. Zijn vader Hirohito heeft dat nooit aangedurfd. Diens bezoek aan Europa in 1971, dat destijds door het Japanse ministerie van buitenlandse zaken als volslagen onschuldig was ingeschat, pakte zeer controversieel uit.

Akihito waagt zich in het hol van de leeuw. Zijn bezoek aan enkele buurlanden zal een graadmeter zijn in hoeverre Japan erin geslaagd is de regio te overtuigen van zijn vreedzame bedoelingen.