'Ik kijk vrij veel televisie, ik wil geen struisvogel zijn'

AMSTERDAM, 20 jan. - Bij veel oudere Nederlanders komen door het oorlogsgeweld in het Golfgebied, dat zo uitgebreid op de televisie te volgen is, weer emotionele oorlogsherinneringen uit de Tweede Wereldoorlog boven. De mate waarin dit het geval is verschilt nogal.

Henny Zwarte (nu 56 jaar) vluchtte in mei 1940 met haar ouders de schuilkelders in toen Amsterdam-Noord door de Duitsers werd gebombardeerd. Ze herinnert zich dat nog heel goed. Oorlogen hebben haar altijd sterk beziggehouden. Ze is er faliekant tegen en heeft over de jaren aan menige vredesdemonstratie deelgenomen. Haar twee zoons, nu 25 en 29 jaar, heeft ze er altijd veel over verteld met als belangrijkste boodschap: dit mag nooit meer gebeuren.

“Het was heel vreemd”, zegt ze. “Ik ging woensdagnacht om half een naar bed. Ik slaap over het algemeen heel goed. Een goed uur later schrok ik wakker en zette meteen de radio aan. De oorlog in de Golf was begonnen. Ik belde meteen een van mijn zoons op. Hij bleek net zo ontzet te zijn als ik. Hij en mijn andere zoon zijn meteen naar me toe gekomen en we hebben de hele nacht opgezeten. Ik was zo ontzettend blij dat ze begrepen wat ik voelde!”

Henny Zwart en haar zoons zien elkaar dagelijks, voornamelijk op vredesdemonstraties. “Ik vind dat dat handelsembargo tegen Irak veel meer kans had moeten krijgen. Het heeft indertijd tegen Rhodesie en Zuid-Afrika toch effect gehad. Bovendien erger ik me kapot aan de manier waarop de televisie een soort show maakt van die oorlog. Ze gaan er kennelijk vanuit dat we toeschouwers zijn van een voetbalwedstrijd. Het is de wapenindustrie die daar zijn speelgoedjes aan het testen is ten koste van duizenden mensenlevens. Ze zeggen wel dat ze voornamelijk strategische doelen bestoken, maar indertijd in Noord zeiden de Duitsers het ook voornamelijk te hebben gemunt op fabrieken. Nou, de woonwijken werden getroffen en de fabrieken niet!”

Mevrouw E. Beer is 79 jaar. Tijdens de slag om Arnhem moesten zij en haar moeder evacueren. Haar joodse man werd tijdens een razzia door de Duitsers opgepakt, en geexecuteerd. Hij zat in het verzet. Mevrouw Beer leeft een teruggetrokken bestaan in Amsterdam zonder televisie en met een radio, die ze slechts een keer per jaar aanzet om op 4 mei om acht uur te luisteren naar de twee minuten stilte. Nu luistert ze twee keer per dag even naar het nieuws. Bovendien heeft ze de krant, die zij de laatste dagen veel intensiever leest dan normaal, en belt een goede vriend van haar, die wel naar de televisie kijkt, haar regelmatig op. Dat doet haar goed.

“Ik zit een paar keer per dag te huilen. Ik heb verschillende vrienden in Israel. Dat zoiets nu weer gebeurt. En niemand heeft in deze oorlog schone handen. Bovendien, als de Amerikanen en hun bondgenoten winnen lost dat niets op. Dat maakt me moedeloos”, zegt ze.

Ook mensen die in Azie de oorlog hebben meegemaakt hebben het dezer dagen moeilijk. Rene Schafer (67) zag in augustus 1945 bij Nagasaki de atoombom vallen toen hij daar als krijgsgevangene verbleef. Het menselijk leed dat die bom aanrichtte zal hij nooit kunnen vergeten. Hij werd op dat moment overtuigd pacifist en is dat altijd gebleven. Hij verloor een broer op het slagveld op Java toen de Japanners waren binnengevallen.

Toen hij hoorde dat de Amerikanen met bombardementen waren begonnen schoten de tranen hem in de ogen. “Het eerste wat ik dacht: iedere moeder die daar nu een zoon verliest is mijn moeder die haar zoon verloor. Ik denk niet meer in soldaten, maar in mensen, in burgers. Ja, ik kijk vrij veel naar de televisie, want ik wil geen struisvogel zijn. Ik moet ook kunnen oordelen als ik over de situatie spreek met de mensen om me heen. Om te voorkomen dat ik niet kan slapen - ik heb over het algemeen niet veel last van slapeloosheid - blijf ik zo lang mogelijk op zodat ik heel moe ben.”

Schafer voelt zich zeer nauw betrokken bij deze oorlog. “Zonder dat je er erg in hebt komen bij mij de beelden van Nagasaki en later de politionele acties op Java weer terug. Zo'n beeld van kinderen bij een bomkrater bijvoorbeeld.” Er waren volgens Schafer meer mogelijkheden geweest om deze oorlog te voorkomen. “Je kunt”, redeneert hij, “beter met verlies winnen, dan met winst verliezen. Met andere woorden: beter een slechte overeenkomst (met Irak), dan een slechte oorlog.”

An Beem heeft als meisje de oorlog ook aan den lijve ondervonden. Vooral de hongerwinter weet ze zich nog heel goed te herinneren. “Mijn emotionele reactie op het uitbreken van de Golfoorlog is me eigenlijk erg meegevallen. Het is ook zo ver weg. Ik ben niet aan het hamsteren. Maar af en toe denk ik even terug aan mijn eigen oorlogsherinneringen. Als er een vliegtuig overkomt hoor ik weer even het luchtafweer en al die sporen in de lucht. Angst heb ik gelukkig niet”, zegt zij. Wat haar meer bezighoudt is de vraag: hoe loopt dit af en wat zijn de gevolgen?”Deze oorlog kost zo ontzettend veel. Dat heeft ook voor ons zeker grote gevolgen.”

Kolonel b.d. Sjoerd Lapre was als militair actief in Indonesie. Hij werd onderscheiden met de Militaire Willemsorde. Hij is voorzitter van de stichting die van de Japanse regering alsnog een financiele uitkering wil voor alle mensen die onder de Japanse bezetter in Azie hebben geleden. “Ik heb tegen beter weten in gehoopt dat deze oorlog zou uitblijven. Rationeel dacht ik, deze Saddam doet geen stap terug. Toen het deze week toch oorlog werd greep me dat emotioneel toch aan en ik dacht aan de ervaringen van mezelf in Indonesie.”

Lapre volgt de oorlog, ondanks de emoties die hij voelde toen het woensdagnacht begon, met militair-strategische ogen. “Hoe is het mogelijk”, redeneert hij, “dat Israel zich niet kan verweren tegen raketten, terwijl met de moderne technische ontwikkeling op dit gebied dat wel had gekund. Als Amerika Israel die anti-raket-raketten had geleverd, had Israel buiten de strijd kunnen blijven, die nu dreigt te escaleren”, redeneert de gepensioneerd beroepsmilitair.