Hoge cijfers winkelovervallen vermoedelijk nog geflatteerd

AMSTERDAM, 20 jan. - Een klein reisbureau in de Afrikanerbuurt in Amsterdam-Oost. Sinds de overval eind december kunnen de klanten niet zomaar binnenstappen. Eigenares Lies Mellink kijkt eerst wie er voor de deur staat.

“Zo werk ik veel rustiger, want in ben nog niet helemaal over de schrik heen nadat die grote zwarte man dat revolver tegen mijn hoofd zette. Hoe ik onder die druk heb kunnen blijven zeggen dat er geen safe in huis was en de man 'genoegen nam' met 150 gulden uit mijn portemonnee weet ik niet. Ik doe er alles aan om van de angsten af te komen. En ook van die vervelende racistische gevoelens, die ik bij me voel opkomen als ik een neger zie, wil ik af. Bij Bureau Slachtofferhulp ben ik niet geweest”, zegt ze.

De overval bij reisbureau Lies had vlak voor kerstmis plaats. De man loopt nog steeds vrij rond. Net toen Lies weer een beetje op verhaal kwam, werd bij een overval door drie gemaskerde mannen op een slagerij bij haar om de hoek de slager in zijn hoofd geschoten. Hij ligt nog steeds op de intensive care. Lies: “Ze dachten eerst dat het dezelfde man was die een wraakactie had ondernomen omdat de slager inlichtingen had gegeven aan de politie over de overval op mijn reisbureau. De man was, voor hij bij mij kwam, nog in die slagerij geweest. Ik kreeg de bibberaties. Maar nu staat vast dat het naar alle waarschijnlijkheid niet om een wraakactie gaat. Waar je al niet opgelucht van kunt raken.”

De man is door vele mensen gezien. Er bestaat dus een zeer behoorlijk signalement van hem. Maar geen spoor. De Amsterdamse politie is onlangs met uitgebreide misdaadstatistieken over de afgelopen jaren gekomen. Daarbij valt op dat nergens wordt gerept over het aantal opgeloste overvallen. Het lijkt erop dat de Amsterdamse politie bij het begin van de grootscheepse anti-roofcampagne daar niet aan heeft gedacht. Een woordvoerder van de politie zegt desgevraagd: “Nee, die cijfers hebben we niet. Maar het is natuurlijk wel belangrijk voor het publiek om die te weten. Over een paar maanden kunnen we die wel verstrekken, denk ik.”

In Utrecht verstrekt de politie misdaad- en oploscijfers op afroep: 1988: 78 overvallen, waarvan 24 opgelost; 1989: 46 overvallen, waarvan 12 opgelost; 1990 27 overvallen, waarvan 8 opgelost. Overigens is ook in Utrecht bij het begin van dit jaar het aantal overvallen proportioneel toegenomen: vier in 12 dagen. In Utrecht werkt de politie met een klein team van zes rechercheurs, dat zich speciaal bezighoudt met overvallen.

In Rotterdam is het jaar wat betreft het aantal overvallen rustig begonnen: twee in twaalf dagen. Onder het gemiddelde van vorig jaar: 146. Ook in de Maasstad is de politie niet in staat cijfers te verstrekken over het aantal overvallen waarvan de dader is gepakt. Rotterdam heeft geen speciaal team. Af en toe wordt er een ad hoc team samengesteld. Er is wel een winkeldiefstalpreventie-project en de politie werkt in Rotterdam samen met ondernemersverenigingen net als in Amsterdam.

Sinds maandag opereert de Amsterdamse politie met een speciaal voor het doel vrijgemaakt team van 150 man om het alarmerende aantal overvallen in de hoofdstad te doen afnemen. De eerste drie dagen heeft dat nog niet tot opvallende successen geleid: sinds maandag drie overvallen per dag, inclusief de kassa van het theater Carre. Hoe het team - dat actief is in acht districten - precies te werk gaat is niet duidelijk. De politie verstrekt wel globaal mededelingen, maar details over “het offensief”, zoals hoofdcommissaris E. Nordholt het onlangs noemde, houdt de politie voorlopig voor zich. Een woordvoerder van de politie zegt alleen: “We volgen onder meer dezelfde taktiek als bij onze actie tegen straatroof. We houden verdachte personen, die bij ons als potentiele overvallers staan gesignaleerd, zo veel mogelijk in de gaten.”

De Amsterdamse cijfers liegen er niet om: totaal aantal overvallen in 1988: 387; in 1989: 433; in 1990: 562, met december als topmaand: 82. Vermoedelijk zijn deze cijfers nog geflatteerd, want er is een onbekend aantal overvallen dat door de slachtoffers uit angst voor wraak niet bij de politie wordt aangegeven. Ook illegalen die worden overvallen lopen niet naar de politie. De gemiddelde score van drie per dag in januari ligt ver boven het gemiddelde in 1990, maar ook nog boven dat van december. In Amsterdam gaat de politie zelf meer doen aan het opvangen van slachtoffers, of stuurt ze door naar het Bureau Slachtofferhulp.

Merkt het publiek al wat van de activiteit van het Roofbijstandsteam? Lies Mellink van het reisbureau in de Afrikanerbuurt: “Ik zie nu wel vaker politie langswandelen. Dat is een geruststellend idee. Maar omdat ze blijkbaar geen boeven kunnen vangen, gingen ze bonnen schrijven voor verkeerd geparkeerde auto's, inclusief de mijne. Ik werd zo kwaad. Ik ren naar buiten en roep: 'hebben jullie niets beters te doen. Ik ben hier laatst overvallen en ik eis dat jullie die bon verscheuren'. Ze deden het.”

De politie in Den Haag verstrekt geen cijfers en verwijst door naar de Centrale Recherche Informatiedienst. De CRI blijkt alleen over landelijke cijfers te beschikken. In het hele land werden in 1989 1.495 geregistreerde overvallen gepleegd, waarvan ongeveer een kwart onder de noemer 'poging tot overval'. Het aantal opgeloste overvallen in 1989 bedraagt ruim 30 procent. In 1990 was het aantal overvallen opgelopen tot 1.580, waarvan dus meer dan eenderde in Amsterdam. Over 1990 zijn nog geen cijfers van het aantal opgeloste overvallen bekend.

Overvallen op winkels en benzinestations in kleinere plaatsen worden steeds populairder - hoofdcommissaris Nordholt spreekt over “een nieuwe trend van hit-and-run-acties”. Dat blijkt uit de meest recente cijfers van de politie in Enschede: 1989: 13 overvallen, waarvan 6 opgelost; 1990: 35 overvallen, waarvan 15 opgelost. Een woordvoerder van de politie: “Het is hier nog niet zo erg als in Amsterdam, maar de laatste tijd neemt de frequentie wel aanzienlijk toe. Het ligt nu op twee in de week. We hebben geen speciaal team voor overvallenbestrijding. Als het nodig is doen we dat ad hoc”. In Enschede en omgeving is vorig jaar bijna drie maal zo vaak een beroep gedaan op het Bureau Slachtofferhulp als in 1989: van 182 naar 427. Een woordvoerster: “Je kunt zeggen: als het bij de jeugd- en zedenpolitie druk is, is het bij ons ook druk.”