Dagelijkse oefeningen met opvang van ernstig gewonden; Geen tent maar fraai hotel

DUBAI, 20 jan. - De maan boven de Golf vertoont aan de onderkant een dunne sikkel. Het is opkomende maan, maar voorlopig zal het 's avonds en 's nachts nog pikdonker zijn. In een klein artilleriekamp, onzichtbaar gelegen achter een zandheuvel langs de weg van Dubai naar Abu Dhabi, ter hoogte van de haven Jebel Ali (Verenigde Emiraten), houden vijf mannen van de Nederlandse marine de wacht over het Netherlands Naval Hospital dat hier gisteren is ingericht.

De rest van de ploeg, in totaal vijftig mannen en vrouwen, verblijft in het Chicago Beach Hotel, tien minuten rijden van het hospitaal en gelegen aan de Golf. Voor de meesten was het vrijdagavond na een moeilijke vlucht van twee dagen een aangename verrassing toen de bussen het parkeerterrein opreden en ze te horen kregen dat het fraai gelegen hotel voor onbepaalde tijd hun verblijfplaats zou zijn. “Ik had verwacht dat we in tenten op het zand zouden slapen, zoals de Amerikanen in Saoedi-Arabie. Dit is even een meevaller”, zegt een ziekenverzorger.

Het blijkt dat alleen een aantal stafofficieren was ingelicht over de huur van het hotel. Toen eenmaal een (aantrekkelijke) prijs voor de kamers was bedongen hakte de marineleiding de knoop door. De hotels in de Emiraten zijn vrijwel leeg, iedere gast is dus meer dan welkom. Hoe lang het verblijf hier zal duren weet niemand: “Een plaatsing (buitenslands) duurt maximaal negen maanden”, maar niemand houdt er serieus rekening mee dat het echt zo lang zal worden.

In het restaurant van het hotel toonden de leidinggevende officieren en medici zich gisteravond tevreden over de lange, zware zaterdag. “Het plan waarmee we zijn vertrokken bleek bijzonder goed te kloppen. We hebben slechts een velletje met een boodschappenlijstje moeten faxen. Het gaat om ruwweg 15 zaken waar we eventueel ook nog zonder zouden kunnen, maar die het werken gewoon plezieriger maken”, zegt de arts R. Blom (30), die de dagelijkse leiding heeft over het hospitaal.

Blom kwam anderhalf jaar geleden in dienst bij de marine. Het afgelopen jaar voer hij op het geleide-wapenfregat H. M. de Ruyter. Ervaring met het werken onder oorlogsomstandigheden heeft hij niet. Dat is een van de redenen waarom de komende dagen steeds zal worden geoefend, om, zodra het nodig mocht zijn, ook werkelijk dertig (waarschijnlijk ernstig) gewonden vakkundig te kunnen helpen. “We moeten als ploeg absoluut de routine opbouwen die daarvoor nodig is”, aldus Blom.

Het Nederlandse noodhospitaal is in de eerste plaats opgezet voor eventuele gewonden op de marinefregatten die in de Golf varen. Maar ook slachtoffers van aanvallen op buitenlandse schepen of van gevechten op de grond zullen worden behandeld. De behandeling in het hospitaal is erop gericht de slachtoffers zo snel mogelijk naar een groot ziekenhuis of naar huis te laten gaan.

Kapitein ter zee chirurg P. F. Liqui Long (40), in het dagelijks leven verbonden aan het Academisch Ziekenhuis in Utrecht en aan het Militair Hospitaal in dezelfde stad, stelt tevreden vast dat de outillage hem in staat stelt (grote) chirurgie te doen. Ook hij hoopt van harte dat het niet nodig zal zijn. Enige zorgen maakt hij zich wel over het thuisfront. “Ik denk dat mijn vrouw zich nogal bezorgd zal maken. We hebben beiden de oorlog niet meegemaakt en weten dus niet echt wat het is. Veel zal afhangen van de wijze waarop de leiding in Den Helder de achterblijvers op de hoogte houdt.”

Rillend van afschuw kijken de officieren terug op de vlucht met het Hercules-transportvliegtuig van de Belgische luchtmacht. “Twee keer zo'n zes uur in een linnen stoeltje hangen met oordoppen op, dat is bijna niet uit te houden. En zelfs met die oordoppen is het lawaai nog verschrikkelijk.” Op de luchthaven van Kairo moesten de Nederlanders donderdag ook weer bijna zes uur in het toestel blijven voordat er toestemming kwam een hotel op te zoeken.

De algemeen commandant van het medisch team, de arts J. Christiaanse, vermoedt dat er geen sprake zal zijn van verveling: “Daarvoor hebben we het veel te druk.” En wanneer iemand eens een uurtje over heeft zijn er voldoende videobanden en sportattributen.

    • Harm van den Berg