Chevenement, grootmeester van de paradox

PARIJS, 20 jan. - De troepen die Frankrijk naar de Golf heeft gestuurd om Koeweit te bevrijden, en - zoals president Mitterrand herhaaldelijk heeft gezegd - om het internationale recht te handhaven, staan onder het bevel van een minister van defensie die het er niet mee eens is dat tegen Irak oorlog wordt gevoerd. Jean-Pierre Chevenement heeft van zijn hart geen moordkuil gemaakt. Nog niet zo lang geleden zei hij: “Ik voer de besluiten van de regering uit, maar ik ben het er niet mee eens.”

Het optreden van Chevenement is een raadsel dat de Franse 'politieke klasse' en menig publicist bezighoudt. De minister zelf heeft daar geen moeite mee: “Er is geen affaire-Chevenement”, zei hij onlangs, “er is alleen een mysterie-Chevenement. Mijn opvattingen zijn niet ideologisch bepaald. Ik ben misschien paradoxaal, maar dat is omdat mijn strategie paradoxaal is.”

Wat die strategie inhoudt, blijft vooralsnog duister. Maar duidelijk is wel dat Chevenement vanaf 2 augustus, toen het Iraakse leger Koeweit binnenviel, een sterk persoonlijk standpunt innam in de Franse regering toen het beleid tegenover Irak werd geformuleerd en hij daarbij blijk gaf van zijn eigen standpunt.

Na een van de eerste bijeenkomsten van de regering over de Golfcrisis, op 9 augustus, voorspelde Chevenement het “einde van de Franse politiek tegenover de Arabische landen”. Kritiek op zijn “atlantisch” gezinde collega van buitenlandse zaken, Roland Dumas, zette hij kracht bij met de voorspelling dat een oorlog in de Golf “honderdduizend doden” tot gevolg zou hebben.

Binnenskamers verzette Chevenement zich tegen het sturen van Franse oorlogsschepen naar de Golf. Toen het vliegkampschip Clemenceau uitvoer om de Franse driekleur in de Golf te laten wapperen, ontbrak de minister van defensie tussen de autoriteiten die de bemanning uitgeleide deden. In dezelfde augustusmaand toonde Chevenement zich als “anonieme bron” tegenover een journalist van het nationale persbureau AFP bezorgd over de “mogelijkheid van een aanval op Irak”. En, belangrijker nog, de minister van defensie zei dat “het gezicht van Saddam Hussein” gered moest worden. Menigeen in Frankrijk herinnerde zich vervolgens dat Chevenement in l985, voor zijn aantreden als minister van defensie, vice-voorzitter was van de Frans-Iraakse vriendschapsvereniging. Deze vereniging was opgericht door linkse socialisten die zich verbonden voelden met de radicale ideologie van de Iraakse Ba'ath-partij.

Chevenement behoort tot de uiterste linkervleugel in de Parti Socialiste (PS), verenigd in de groepering Socialisme en Republiek, die de laatste maanden bij herhaling kritiek heeft geuit op het Golf-beleid van de regering. Chevenement onthield zich de laatste weken van uitspraken in het openbaar naarmate de Golfbeleid steeds meer persoonlijk werd bepaald door president Mitterrand, hoewel hij ooit heeft gezegd “dat een minister best zijn bek open mag doen zonder te hoeven aftreden”.

Zeven 'chevenementistes' en pacifisten, onder wie Euro-parlementarier Max Gallo ( “De oorlog in Irak is een Hiroshima zonder atoombom” ) stemden in de Nationale Vergadering tegen het inzetten van Franse troepen in de Golf ondanks de stemdiscipline die de partijleiding had afgekondigd. Evenals drie geestverwanten in de Senaat die ook tegen stemden, zijn ze tijdelijk geschorst. In februari, als mogelijk rustiger tijden in de Golf zijn teruggekeerd, worden de rekeningen in de socialistische gelederen vereffend. Naar verluidt heeft Mitterrand zijn minister van defensie steeds de hand boven het hoofd gehouden uit vrees voor een afsplitsing uit de socialistische partij.

Want linkse eenheid is een van de fundamenten in het politieke denken van de minister van defensie en zijn geestverwanten binnen de PS, samen met een dirigistisch sociaal-economisch beleid, republikeins patriottisme en, mede als uitdrukking daarvan, een krachtige, onhankelijke Franse politiek tegenover de Arabische landen. Dat verklaart ook de aanvankelijke geestverwantschap met het Iraakse Ba'ath-socialisme, dat Chevenement een aantal jaren geleden ter plaatse bestudeerde.

De linkervleugel krijgt binnen de socialistische partij weinig gehoor voor haar opvattingen, terwijl de partij evenmin trek heeft in een ideologische discussie die de moeizaam verworven eenheid alleen maar kan aantasten. In afwijking van zoveel kameraden van links “die de waarden van hun jeugd hebben verloren” (citaat van Chevenement) cultiveert de minister van defensie het isolement, in de partij en in de regering, en hij doet dat zonodig met behulp van de stijlfiguur van de paradox. Daartoe behoort ook een zekere populariteit bij het militaire establishment en het ministerie van defensie, omdat Chevenement als bewindsman krachtig opkomt voor de belangen van deze achterban.

Jean-Pierre Chevenement is in de regering enerzijds de vertegenwoordiger van een pacifisme en anderzijds van een nationalistisch neutralisme dat bestaat in alle politieke partijen, zelfs in de gaullistische RPR. En van die paradox weet hij gebruik te maken.

    • Jan Gerritsen