Billy Graham; Hogepriester van Amerika

Als een aalmoezenier die de wapenen zegent kwam de evangelist Billy Graham woensdag vlak na het eerste gewapende treffen in de Golf naar het Witte Huis om te bidden met president Bush.

Donderdag leidde hij een gebedsdienst met een militair gehoor onder wie de president. Graham gaf Bush wat diens eigen geestelijke voorganger, de episcopale bisschop Edmund Brown, niet kon geven: een godsdienstige bekrachtiging van de oorlog.

Bijna alle vooraanstaande Amerikaanse kerken, de rooms-katholieke, de episcopale, de presbyteriaanse en andere protestantse richtingen hebben zich tegen deze oorlog uitgesproken. Graham preekte vrijdag daarentegen dat “er tijden komen dat we moeten vechten voor de vrede”.

Dergelijke steun is heel belangrijk voor Bush omdat Graham invloedrijker is dan alle kerkelijke leiders van protestantse geloofsrichtingen bij elkaar. Volgens de opiniepeilers van Gallup behoorde hij voor de Amerikanen tot “de meest bewonderde personen” van de jaren tachtig, vlak achter paus Johannes Paulus II. Hier zou ook gemakkelijk de jaren zeventig of de jaren zestig ingevuld kunnen worden.

De 72-jarige Graham is een charismatische evangelist met een groot overlevingsinstinct. Hij heeft zich nooit zo sterk met politieke bewegingen geidentificeerd als de radicaal rechtse generatie televisie-evangelisten van de jaren tachtig. De leider van de Moral Majority, Jerry Fallwell, heeft bijvoorbeeld na de Reagan-jaren veel aanzien verloren, terwijl Graham de massa's onverminderd blijft trekken.

Hoewel Graham naar zijn zeggen “intieme” contacten had met zeven Amerikaanse presidenten heeft hij in politieke zin steeds afstand van hen gehouden. “Ik heb nooit een politieke kandidaat aanbevolen”, zei hij. En dat is heel verstandig: zijn bovenpartijdigheid geeft hem in het zeer godsdienstige Amerika de status van nationaal opperpriester.

Waarschijnlijk vonden de presidenten in hem rechtstreeks contact met het 'gewone' Amerika, wat ze in de beschermde omgeving van het Witte Huis misten. President Carter, die dezelfde zuidelijke baptistische achtergrond heeft als de uit South Carolina afkomstige Graham, had als president minder contact met hem dan als gouverneur van Georgia. Kennedy was geen Graham-liefhebber, maar kon toch niet om hem heen. Soms ging hij met Graham golfen. Voor Kennedy als eerste rooms-katholieke president was het ook goed om met de 'paus' van de Amerikaanse protestanten gezien te worden.

President Truman was de eerste die Graham op het Witte Huis uitnodigde om te komen bidden. Verder stond de evangelist aan het doodsbed van president Eisenhower. Met Johnson bracht hij diens laatste dag in het Witte Huis door en met Nixon de eerste. De Watergate-affaire schokte hem, vooral de vloeken van Nixon op de vrijgegeven Witte-Huisbanden. Sindsdien besloot hij grotere afstand te bewaren tegenover de presidenten.

In het begin van de jaren tachtig schaarde hij zich achter de beweging voor de bevriezing van de aantallen kernwapens in Amerika en de Sovjet-Unie. Hij vond de dreiging van een kernoorlog belangrijker dan het abortusvraagstuk. Daarmee ging hij recht in tegen zijn conservatieve collega-evangelisten en tegen president Reagan, die hij naar eigen zeggen al dertig jaar kende.

Graham is ook al met president Bush en diens vrouw op vakantie geweest in het zomerhuis in Kennebunkport. Voor Graham is Bush nu “de beste vriend die ik in de hele wereld heb buiten mijn eigen staf”.

    • Maarten Huygen