Artsen slaan de zwaarst gewonden over

ROTTERDAM, 20 jan. - De chirurgische aanval op Irak mag voor 80 procent zijn geslaagd, de echte chirurgen aan geallieerde zijde staan nog met lege handen. De medische troepen wachten naast hun helikopters, de artsen, verpleegkundigen en chirurgen in de veldhospitalen bereiden zich voor op de komst van gewonden. Als de echte chirurgen, na eventuele massale gevechten, ook een succespercentage van tachtig procent halen, mogen ze nog tevredener zijn dan de militairen.

De militaire geneeskunde heeft veel overeenkomsten met de medische hulp bij grote rampen. Op een slagveld wordt de allereerste hulp verleend door mede-soldaten die getraind zijn in eerste-hulpverlening. De medische troepen komen pas opdagen als de gevechtshandelingen voorbij zijn. Sinds de Vietnamoorlog is de helikopter hun favoriete vervoermiddel.

De eerste taak van de artsen te velde is triage, het selecteren van patienten. Triage werd het eerst toegepast door baron Dominique Jean Larry, de hoogste medische officier in het leger van Napoleon. Hij ontwikkelde een methode voor een simpel lichamelijk onderzoek om snel de ernst van verwondingen te kunnen bepalen. De militairen met de ernstigste verwondingen werden vervolgens het eerst geholpen.

Dat is tegenwoordig anders. Zeer ernstig gewonde soldaten die ook na intensieve medische hulp nauwelijks enige overlevingskans hebben, worden niet geholpen. De handboeken leggen de grens meestal bij een overlevingskans van vijf procent. Die kan worden bepaald aan de hand van de trauma-score, een getal tussen een en zestien dat vooral afhangt van de toestand van ademhaling, bloeddruk en bewustzijn van het slachtoffer.

Wie drie of lager scoort wordt opgegeven. Slachtoffers met een score tussen vier en twaalf hebben levensbedreigende verwondingen, maar met een overlevingskans van tussen 5 en 90 procent krijgen zij de hoogste prioriteit.

Naast de triage voert medisch personeel op het slagveld een eenvoudige behandeling uit, gericht op het transportklaar maken van de gewonden. Veldhospitalen liggen op veilige afstand van het front en de succesvolle partij in het conflict handhaaft die toestand.

Veel verwondingen vereisen operatief ingrijpen binnen uren of dagen. Buik-, hoofd- en ledemaatwonden moeten bijna allemaal operatief worden behandeld. Al was het alleen maar om uit vleeswonden dood weefsel weg te snijden en er scherven, kogels en resten huid en kleding uit te halen en de wond te ontsmetten.

De militaire geneeskunde heeft zich moeten aanpassen aan nieuwe wapensystemen. Het Amerikaanse M-16 geweer, waarvan er zeker 500.000 in het strijdgebied aanwezig zijn, en de Russische AK-47 of zijn opvolger, waarvan een minstens gelijke hoeveelheid wordt vermoed, schieten hun kogels met snelheden tot 3.600 km-h naar de tegenstander. Kogels uit de bij Nederlandse militairen vertrouwde Uzi verlaten de loop bijna tweemaal zo traag.

De inslag-energie is evenredig met de massa en met het kwadraat van de snelheid. Een hoge snelheid betekent dus een hoge inslag-energie. Een moderne kogel vliegt meestal recht door een lichaam heen, zelfs als hij skeletdelen op zijn weg tegenkomt. M-16-kogels gaan na inslag tuimelen en veroorzaken daardoor grote wonden.

Veel van de inslag-energie wordt opgenomen door het weefsel van het slachtoffer. De overlevingskans van een getroffene hangt sterk af van de plaats waar hij geraakt is. Een inslag in de schedel is bijna altijd fataal. De hersenen, waarin veel vocht zit, raken hun structuur kwijt door de kracht van de schokgolf die aan een snelle kogel vooraf gaat en de implosie die na passeren plaatsheeft.

Splinters van bommen en granaten veroorzaken heel andere wonden, afhankelijk van de grootte en de snelheid van de scherf. De snelheid van die scherven is meestal veel lager dan die van kogels uit moderne vuurwapens.

Kleine scherven dringen vaak diep het lichaam binnen en blijven daar zitten. Ze volgen, net als langzame kogels, vaak geen rechte weg, maar schampen af op ribben en beenderen. Grote scherven komen meestal niet diep, maar kunnen grote oppervlakkige wonden veroorzaken.

De eerste taak van de veldhospitalen is levensbedreigende situaties te verhelpen en de patienten zo snel mogelijk klaar te maken voor verder transport. Een aantal Nederlandse ziekenhuizen is voorbereid om gewonden op te vangen die een vliegreis van een uur of zeven kunnen doorstaan. Deze ziekenhuizen kunnen slachtoffers verwachten met ernstige brandwonden, met gecompliceerde botbreuken en met buikwonden die nog langdurige verzorging behoeven en waarbij de wondinfecties op de loer liggen. Veldhospitalen kunnen niet zo steriel werken als ziekenhuizen, vandaar dat voortgezette behandeling wordt overgelaten aan artsen in het achterland.

tek: Opnamen van een lage-snelheidskogel (rechts) en een hoge-snelheidskogel (links) die een blok gelatine doorboren. Gelatine heeft ongeveer dezelfde eigenschappen als menselijk weefsel. Langzame kogels en granaatsplinters scheuren simpelweg door het blok heen. Achter snelle kogels ontstaat een holte (b) met onderdruk die weer implodeert (c). De wond lijkt klein, maar de inwendige schade is groot.