Verkiezingen in Hessen zijn vuurproef

BONN, 19 jan. - “Frankfurt met wat eromheen”. Zo noemen veel Duitsers de deelstaat Hessen wel smalend. Als er al iets spannends te beleven valt, is dat immers niet in de hoofdstad Wiesbaden maar in het kosmopolitische Frankfurt, financieel centrum van het moderne Duitsland, de stad van de historische Pauluskerk en het nationaal knooppunt voor civiele en militaire luchtvaart.

Maar morgen gaat het in Hessen om Wiesbaden, althans om de nieuwe bezetting van de 110 zetels in het regionale parlement, de landdag. En hoewel de Duitsers in overgrote meerderheid denken of (bezorgd) praten over de Golf-oorlog, is er toch ook wel belangstelling voor de nek-aan-nek-race onder de omstreeks 4, 3 miljoen kiezers in Hessen.

Daarvoor gelden dit keer een aantal bijzondere redenen. Een daarvan is dat de sinds april '87 regerende coalitie met haar 56 zetels (CDU 47, FDP 9) in de Landdag een meerderheid van maar een zetel heeft. Een andere is dat de kleine CDU-meerderheid in de Bondsraad, behaald bij de verkiezingen van 14 oktober 1990 in de nieuwe Oostduitse deelstaten, even snel weer verdwenen kan zijn.

KLEINE AFFAIRES .

Het is daarom voor de CDU nogal ongemakkelijk dat zij in de 58-jarige Walter Wallmann een minister-president heeft die de afgelopen jaren door een aantal meer of minder bewezen 'kleine' affaires behoorlijk aan gezag heeft verloren. Voorbeeld: het gratis onderhoud van zijn privetuin door ambtelijke tuiniers. Ander voorbeeld: curieuze informele contacten met enkele prominenten uit de Frankfurtse bordeelwereld in het kader van de voorgenomen verhuizing van deze branche naar andere locaties.

Maandenlang hebben de kiezers daarvan kunnen smullen, vooral dank zij het weekblad Stern. De zaak beleefde haar voorlopig einde toen de Hessense minister van binnenlandse zaken onlangs ter ontlasting van zijn premier in het parlement een (afgeluisterd) vertrouwelijk telefoongesprek van een redacteur van Stern kwam voorlezen. Toen moest niet de dankbare Wallmann aftreden maar die minister (die nota bene zelf verantwoordelijk was voor de naleving van privacy-regels).

De regerende coalitie blijft in elk geval nog aan tot april, maar zij heeft om tactisch-electorale redenen de verkiezingen vervroegd. Zij hoopt op een soort 'band-waggoneffect' na de grote overwinning in de Bondsdagverkiezingen van kanselier Kohl (CDU) en FDP-minister Genscher. Toen, op 2 december, leed de SPD immers haar zwaarste nederlaag sinds de jaren vijftig en werden de (Westduitse) Groenen geheel uit de Bondsdag weggevaagd. Nu het vierde kabinet-Kohl gisteren pas is beedigd, zonder glans na veel stroperige coalitie-onderhandelingen, is het de vraag of die hoop nog wel zo gerechtvaardigd is.

Voor de SPD (44 zetels in de Landdag) en de Groenen (10) zijn de Hessense verkiezingen dit keer meer dan gemiddeld belangrijk. Voor die partijen zijn zij een testcase na het nationale debacle op 2 december. De SPD treedt aan onder leiding van de 49-jarige Hans Eichel, eerder een voorzichtige bestuurder dan een geboren stemmentrekker. Hij is burgemeester in de provinciestad Kassel, het weekblad Die Zeit schrijft met zin voor understatement over hem dat hij zich het prettigst voelt in de lokale politiek.

DUBBELE SCHADE .

De SPD heeft haar campagne lange tijd gevoerd onder het motto dat zij liefst samen met de Groenen een coalitie zou vormen. De wervende kracht van dat motto liep echter op 2 december dubbele schade op: 1) bij de Bondsdagverkiezingen haalden de Groenen de kiesdrempel van vijf procent net niet; 2) gelijktijdig leed de permanent krakende rood-groene coalitie van SPD-burgemeester Momper in Berlijn zo'n zware nederlaag dat hij kwaad van een “verbruikt model” sprak. Zoiets hielp de Hessense campagne van Mompers partijgenoot Eichel niet.

Voor de Groenen is het erop of eronder. Als het morgen niet lukt, lukt het nooit ergens meer, zo is hun vrees. De verbaal zeer geduchte Hessense Realo en partijveteraan Joschka Fischer is daarom de hoop van een twintig jaar oude partij die in haar traditionele vleugeldiscussie nu de overlevingsvraag als eerste thema heeft. Fundi's als Jutta Ditfurth, de radicale milieu-activiste (Fischer: “een verscheurd tafelkleed” ) moeten verdwijnen. Nogmaals Fischer: “Het is niet meer zo dat we nog een heel leven voor ons hebben”.

    • J. M. Bik