Shell-topman: olieprijs daalt tot $ 15

ROTTERDAM, 19 jan. - De olieprijs zal na afloop van de Golfoorlog dalen tot hooguit 15 a 16 dollar per vat, omdat in tankers voor de kusten van Europa een voorraad van 130 miljoen vaten zit die nog niet is verkocht.

Dit zei Sir Peter Holmes, de Britse topman van Shell, gisteravond in een vraaggesprek met de Amerikaanse televisiezender CNN. Een prijs boven de 15 a 16 dollar per vat Noordzee-olie ('Brent') noemde Holmes “een oorlogspremie” Lagere prijzen zijn over het algemeen stabieler. Dat is ideaal voor ons, veel beter dan de grote fluctuaties die we nu meemaken, zei Sir Peter. Hij wees er ook op dat de landen van de OPEC (Organisatie van olie exporterende landen) met gemak de weggevallen produktie van Irak en Koeweit (4 miljoen vaten per dag) hebben gecompenseerd door hun produktie te verhogen.

Shell laat zich bij het aankopen van voorraden niet beinvloeden door de wisselende prijzen, zo benadrukte hij. “Wij hebben sinds het begin van de jaren tachtig geopereerd met minimum-voorraden. We kopen ongeveer vier miljoen vaten per dag in en zetten er 5, 5 miljoen per dag om, inclusief 1, 5 miljoen uit eigen oliewinning. Met zo'n operatie kun je je geen risico's veroorloven.”

Sir Peter ziet door de Golfoorlog geen problemen meer ontstaan bij de wereldolievoorziening, behalve wanneer het grote laadstation Ras Tanura aan de oostkust van Saoedi-Arabie door Iraakse aanvallen onklaar zou worden gemaakt. Dat acht hij echter uiterst onwaarschijnlijk, gezien de ervaringen tijdens de oorlog tussen Irak en Iran in de jaren tachtig. “De Irakezen hebben toen vaak geprobeerd het Iraanse eiland Kharg met zijn laadstations in de Golf te bombarderen. Maar Iran heeft Kharg geen dag hoeven te sluiten, terwijl het eiland niet door de luchtmacht werd beschermd.”

“Ras Tanura daarentegen wordt zeer zwaar verdedigd. Ik denk dat de kansen op ernstige schade minimaal zijn, waarschijnlijk een procent. Maar afgezien van die kans is de situatie van de olievoorziening voor de wereld heel comfortabel.”

Holmes denkt dat de verkoop van strategische olievoorraden en de energiebesparingsactie die door de Westerse landen is overeengekomen binnen het Internationaal Energie Agentschap, kan bijdragen tot een extra aanbod op de markt. Maar hij maakt zich over de aanvoer geen zorgen.

De mogelijkheden om in het Midden-Oosten zaken te doen zullen na afloop van oorlog niet minder zijn dan voor de crisis, verwacht de Shell-topman. “Er is een markt daar en de handel zal op afzienbare termijn geen probleem vormen.” Maar de bedrijfsvoering zal zeker moeilijker zijn dan in het verleden het geval was, verwacht Holmes. “Het Midden-Oosten is altijd gevoelig geweest voor onrust, maar deze keer gaat het wel om een buitengewone beroering. Het is moeilijk te zegen of we voor een lange periode van instabiliteit staan. Ik zou hopen dat er een nieuwe wereld onstaat uit dit (conflict) maar of het inderdaad die kant op gaat, dat ligt in de toekomst verborgen.”